Gemeente van Christus  Houthalen Oost

Wat moet ik doen om behouden te worden?

Er is geen belangrijkere vraag in de wereld dan deze vraag, nl wat moet ik doen om behouden te worden? Elke andere vraag verdwijnt in het niets wanneer iemand bedenkt waar zijn ziel in de eeuwigheid zal zijn. Maar wat we vaststellen als we naar kerken kijken die zich christelijk noemen, is dat we zien dat zij een ander reddingsplan verkondigen dan hetgeen God heeft gegeven. Deze studie wil stilstaan bij wat reddend geloof volgens de bijbel is en de voorbeelden van de bijbel erbij halen zodat we kunnen zien wat men moest doen om behouden te worden.

A Intro: Gods reddingsplan
B Het grote zendingsbevel
C De 3000 zielen die werden gered op pinksterdag
D De bekering van de Samaritanen
E De bekering van de kamerling uit Ethiopië
F De bekering van Cornelius
G De bekering van Lydia
H De bekering van de gevangenisbewaarder
I De bekering van de Korintiërs
J De bekering van de Efeziërs
K De bekering van Paulus
L Het plan om behouden te worden

A Gods Reddingsplan

Behoudenis wordt enkel beloofd aan hen die Jezus Christus geloven, aanvaarden en gehoorzamen. Petrus zegt het volgende over Jezus, "En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden" Handelingen 4:12. Jezus verklaarde "Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden sterven" Johannes 8:24. Ook zei Hij "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is" Matteus 7:21

Ongeacht hoe oprecht en hoe eerlijk een persoon ook kan zijn, hij mag geen reddingsplan aanvaarden dat zijn oorsprong kent in de gedachten van mensen. Het behouden van de mensen van hun zonden is Gods reddingsplan. Dus als iemand wil weten wat hij moet doen om behouden te worden moet hij luisteren naar God die Zijn plan heeft geopenbaard in het Nieuwe Testament.

God wil dat iedereen wordt behouden

God houdt zoveel van de mensen en Hij verlangde zo naar hun redding dat Hij het heeft toegelaten dat Zijn eniggeboren Zoon stierf aan het kruis voor de zonden van de mensheid (Johannes 3:16). Jezus verdroeg het lijden van het kruis om door Zijn dood het mogelijk te maken dat iedere gehoorzame mens kan worden behouden (Hebreeën 12:2; 5:9). Jezus stierf, werd begraven en werd opgewekt uit de dood (1 Korintiërs 15:3-4). Voordat Hij terug naar de hemel voer, gaf Jezus aan Zijn apostelen de boodschap die zij moesten verkondigen opdat mensen zouden behouden worden. We kennen dit ook als het grote zendingsbevel. Er wordt op 3 plaatsen over gesproken in het NT.

B Het grote zendingsbevel

"Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld" Matteus 28:19-20.

"En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" Markus 16:15-16.

"En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem" Lukas 24:46-47.

Trouw aan hun opdracht

De apostelen waren trouw aan hun opdracht die ze van Jezus hadden gekregen. Niet vele dagen na het grote zendingsbevel, begonnen de apostelen het evangelie te verkondigen in Jeruzalem, net zoals Jezus hun had bevolen. Petrus stond op met de elf en vertelde de mensen die in Jeruzalem waren op de pinksterdag wat zij moesten doen om behouden te worden. Drieduizend van hen geloofden de boodschap die zij hoorden, zij bekeerden zich van hun zonden, en werden gedoopt in Christus (Handelingen 2:37-38). Wanneer iemand is behouden, wordt hij een christen en voegt de Here hem toe tot Zijn gemeente (Handelingen 2:47). Een mens moet niet eerst iets doen om vergeving van zonden te ontvangen en daarna iets anders om aan de gemeente te worden toegevoegd.

Als iemand vandaag de dag wil behouden worden, en dus een christen wil worden en aan Zijn gemeente worden toegevoegd, dan kan hij dat als hij God gehoorzaamt op dezelfde wijze als de eerste christenen dat deden. Het reddingsplan is altijd hetzelfde gebleven. Wat het in de eerste eeuw deed, doet het in de 21ste eeuw nog steeds.

God heeft verschillende voorbeelden gegeven om ons te laten zien hoe wij christen kunnen worden. Bekijk ze eens:

C De 3000 zielen die werden gered op pinksterdag  

(Handelingen 2:22-41)

Een grote menigte was vergaderd te Jeruzalem. Zij hoorden Petrus het evangelie verkondigen. Zij hoorden hem hun beschuldigen dat ze Gods Zoon hadden gekruisigd. Ze werden daardoor getroffen in hun harten en stelden de volgende vraag: "wat moet wij doen broeders?" (vs 37) Het was op deze vraag dat Petrus het volgende antwoord gaf "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" Handelingen 2:38.

Wij moeten hetzelfde antwoord geven

Wanneer iemand wil weten wat hij moet doen om behouden te worden, kunnen en mogen we dan een ander antwoord geven dan het antwoord van Petrus en de andere apostelen? Natuurlijk niet! Maar we zien echter dat als we mensen vandaag de dag hetzelfde antwoord geven als de apostelen dat mensen niet hetzelfde reageren als de 3000. De 3000 verlangden ernaar behouden te worden, en wanneer ze hoorden hoe ze dit konden bekomen, reageerden ze op dezelfde wijze als alle oprechte mensen zouden doen. "Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd" (vs 41)

Zij hadden een gehoorzaam geloof

Uit de reactie van de 3000 op de prediking kunnen we zien dat ze duidelijk in Jezus geloofden. Want "toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen" (vs 37) en ze "aanvaardden zijn woord" (vs 41). Maar alleen te geloven was niet voldoende om gered te worden. Zij moesten zich ook "bekeren en laten dopen" (vs 38) om hun zonden af te wassen. Deze instructies waren zo simpel dat de mensen het niet mis konden verstaan. Zij gehoorzaamden met blijdschap  en werden behouden, en God voegde hen toe tot Zijn gemeente (vs 47).

De boodschap is niet veranderd

De zielreddende boodschap die aan de 3000 werd gegeven is niet veranderd, het is nog steeds dezelfde boodschap die vandaag moet worden verkondigd en worden gehoorzaamd. Wanneer iemand reageert op dezelfde wijze als de 3000 dan zal het resultaat hetzelfde zijn, nl de vergeving van zonden. Als die mensen de boodschap hadden geweigerd te geloven dan waren ze in hun verloren toestand gebleven. Dit geldt ook voor mensen vandaag de dag die weigeren om God te gehoorzamen.

D De bekering van de Samaritanen  

(Handelingen 8:5-12)

Filippus ging naar stad van Samaria en predikte het evangelie (vs 5). "Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen" Handelingen 8:12

De Samaritanen hoorden het evangelie, zij geloofden in Jezus en lieten zich dopen.

De Samaritanen ontvingen hetzelfde reddingsplan als de 3000. Het resultaat was ook hetzelfde. Zij die gehoor gaven door te vertrouwen op God en antwoordden op de uitnodiging van het evangelie met een gehoorzaam geloof werden behouden en werden christen. Wanneer Christus werd verkondigd dan was de doop ALTIJD een onderdeel van de verkondiging. Om naar waarheid te handelen, moet het doel van de doop hetzelfde zijn als wat Petrus zei in Handelingen 2:38, nl om vergeving van zonden te ontvangen.

E De bekering van de kamerling uit Ethiopië  

(Handelingen 8:26-40)

"En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus. En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem. En toen zij uit het water gekomen waren, nam de Geest des Heren Filippus weg en de kamerling zag hem niet meer, want hij ging zijn weg met blijdschap." Handelingen 8:35-39

Van dit voorbeeld van een nieuwtestamentische bekering leren we dat:

De doop een onderdeel was van het prediken van Jezus

We moeten opmerken dat Filippus de kamerling "Jezus predikte". In het verkondigen van Jezus aan deze verloren ziel leerde Filippus hem wat hij moest doen om Jezus te ontvangen. Dit omvatte ook de doop. Toen ze aan een water waren gekomen zag de kamerling de gelegenheid om God te gehoorzamen en om zijn zonden af te wassen.

Dopen niet besprenkelen is

We zien dat de doop van de kamerling geen besprenkeling of begieten was, want beiden daalden af in het water. Er is geen enkel gebod van Jezus dat ons leert om te besprenkelen of begieten. Dopen in het NT is altijd een begrafenis, een onderdompeling (Romeinen 6:3-4).

Gewoon religieus zijn niet genoeg is

De kamerling was een gelovig man, maar toch nog niet behouden. Hij was onderweg naar Ethiopië nadat hij in Jeruzalem God was gaan aanbidden naar de wet van Mozes. Terwijl hij onderweg was, las hij in de oudtestamentische geschriften van Jesaja. Hij was beland bij een profetie over Jezus (Jesaja 53). Maar toch kende hij Jezus niet, noch wat Jezus van hem verwachtte. Hij vroeg aan Filippus om uitleg. Het was dus niet genoeg voor de man om godsdienstig te zijn. Hij moest naast gelovig zijn, ook gehoorzaam zijn aan Christus (Matteus 7:21).

Het belijden van Jezus noodzakelijk is

De kamerling vroeg Filippus over Jezus, en Filippus vertelde niet alleen over de persoon van Jezus, maar ook wat Jezus van hem verlangde om behouden te worden. Wanneer de eunich water zag vroeg hij dan ook "Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word?" (vs 36) Het enige dat er nog overbleef tussen hem en de doop tot vergeving van zonden was zijn belijdenis van geloof. Wanneer Filippus hem dit vertelde, antwoordde de kamerling zeggende "Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is." (vs 37)

Na deze belijdenis te hebben gegeven was de eunich klaar om gedoopt te worden. Zowel Filippus als de kamerling daalden af in het water en Filippus dompelde hem onder tot vergeving van zijn zonden.

Kan de bijbel nog simpeler zijn in het beschrijven wat iemand moet doen om een christen te worden? Wat deed de kamerling om behouden te worden? Hij hoorde het evangelie (Handelingen 8:35-39). Hij geloofde in Jezus (vs 37). Hij beleed zijn geloof (vs 37). Hij werd gedoopt (vs 38).

In het geval van de 3000 zien we dat zij werden opgeroepen zich te bekeren. Hoewel bekering niet specifiek is vermeld in de bekering van de kamerling, mogen we hier niet uit afleiden dat hij bekering weigerde. Bekering was even noodzakelijk voor hem als voor de 3000. Als we de brief van handelingen bestuderen dan zien we dat Lukas niet altijd alle vereisten om gered te worden vermeld in elke bekering waar hij over schrijft. Maar we mogen dat wel degelijk afleiden.

Het valt op dat in elk geval van bekering de doop specifiek wordt vermeld als een voorwaarde om gered te worden. En we kunnen er gerust in zijn dat wat van de ene werd verwacht om gered te worden, ook voor de anderen gold, gezien er bij God "geen aanneming des persoon is" Handelingen 10:34.

F De bekering van Cornelius 

(Handelingen 10:34-48, 11:14)

"en Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden. Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam. Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden" Handelingen 10:42-44.

"Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen? En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Toen verzochten zij hem nog enige dagen te blijven" Handelingen 10:47-48.

De bekering van Cornelius en de zijnen is het verhaal van de eerste heidenen die tot Gods gemeente worden gevoegd. Deze gebeurtenis was zo belangrijk dat God Zijn Heilige Geest zond op Cornelius en zijn gezin zoals Hij dat eerder had gedaan op de apostelen. "En als ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, gelijk ook op ons in het begin" SVV Handelingen 11:15.

Niet gered door het vallen van de Heilige Geest op hen

Het vallen van de Heilige Geest op hen tot wie Petrus het Woord begon te spreken, redde hun niet. Dit gebeuren was een teken voor de Joden dat de heidenen niet langer mochten worden behandeld als mensen die het niet waard waren om het Woord te horen en te geloven. Het was een teken voor de Joden en de heidenen dat de heidenen werden toegelaten tot de gemeente (Handelingen 11:18; 15:8).

Niet gered door een goede moraal

Als het hebben van een goede moraal eender welk persoon zou kunnen redden, dan zou Cornelius zeker behouden zijn, gezien hij een uitstekende reputatie had want hij was "een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad" Handelingen 10:2. Cornelius was een gelovig man en had een goede moraal, maar was daardoor niet behouden.

De opdracht om gedoopt te worden

Onder leiding van de Here ging Petrus van Joppe naar Caesarea naar het huis van Cornelius, die een centurion was, en hij predikte het evangelie aan Cornelius en de zijnen. Wanneer Petrus klaar was met de verkondiging "beval hij hen te dopen in de naam van Jezus Christus" Handelingen 10:48. Wanneer Cornelius en de zijnen gehoorzaamden aan dit bevel werden zij behouden. "deze zal woorden tot u spreken, waardoor gij en uw gehele huis behouden zult worden" Handelingen 11:14. Hierover schreef Petrus jaren later nog steeds hetzelfde "als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop" 1 Petrus 3:21.

G De bekering van Lydia 

(Handelingen 16:13-15)

"En op de sabbatdag gingen wij de poort uit, de rivier langs, waar wij verwachtten, dat een gebedsplaats zou zijn; en nedergezeten, spraken wij tot de vrouwen, die samengekomen waren. En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Here getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoe." Handelingen 16:13-15.

Lydia was een godsdienstig persoon, maar ze had verkeerde gedachten. Maar het was bewonderenswaardig van haar dat zij, toen zij hoorde wat waarheid was, niet twijfelde om hetgeen fout was in orde te brengen. Wanneer zij het evangelie hoorde, geloofde zij het, en antwoordde door zich te laten dopen, en zo werd zij behouden door Jezus.

H De bekering van de gevangenisbewaarder 

(Handelingen 16:25-34)

"En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was" Handelingen 16:30-34.

Wat moet ik doen?

Voordat de gevangenisbewaarder de gelegenheid had om het evangelie te horen, stelde hij de vraag "Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?" Handelingen 16:30. Paulus en Silas vertelden hem "Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis" SVV Handelingen 16:31. Paulus en Silas stonden op het punt om de gevangenisbewaarder te vertellen over de Enige die hem redding kon geven.

Eerst moest er geloof zijn in Jezus

Op dit moment geloofde de gevangenisbewaarder nog niet in Jezus. Behoudenis begint altijd met geloof, maar de gevangenisbewaarder kon niet in Jezus geloven zonder dat hem was geleerd wie Jezus was (Romeinen 10:14). Hem te vertellen dat ze in Jezus moesten geloven was niet het einde van wat de gevangenisbewaarder moest doen om behouden te worden want "zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren" (vs 32).

Nadat Paulus en Silas hem Jezus hadden gepredikt, volgde de doop van de gevangenisbewaarder "en in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen" (vs 33).

Meer dan geloof was nodig

Wanneer "het woord Gods" tot hem was gesproken, geloofde de gevangenisbewaarder. Maar er was iets meer nodig dan geloof alleen. Hij werd gedoopt. Wanneer dus het Woord Gods werd verkondigd dan bevatte dat ook de doop. Het feit dat ze hen "in datzelfde uur van de nacht" meenamen "om hun striemen af te wassen" laat ook zien dat hij zich bekeerd had van zijn zonden die hij dan liet afwassen door de doop.  Hoewel het hier niet specifiek staat, kunnen we dat wel uit de tekst afleiden.

Gezien zijn zonden werden weggewassen in de doop "verheugde hij zich", want daar had hij alle reden toe. Om vergeving van zonden te ontvangen, en om een christen te worden, en om tot de gemeente te worden toegevoegd, zien we dat de gevangenisbewaarder het evangelie hoorde, het geloofde, zich bekeerde van zijn zonden, en werd gedoopt in Christus (Romeinen 6:3-4). Het reddingsplan is zo simpel!

I De bekering van de Korintiërs 

(Handelingen 18:8)

"En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot geloof in de Here met zijn gehele huis, en vele van de Korintiers, die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen" Handelingen 18:8.

Hier zien we een korte beschrijving van de bekering van de Korintiërs tot Christus. Paulus verkondigde het evangelie, zij geloofden het en werden gedoopt. Kan het nog simpeler?

J De bekering van de Efeziërs 

(Handelingen 19:1-5)

Wanneer Paulus naar Efeze ging, ontmoette hij mensen die waren gedoopt met de doop van Johannes. De doop van Johannes was niet meer gerechtvaardigd nadat het evangelie was gepredikt op de pinksterdag in 33 na Ch. Voor die tijd werden alle mensen gedoopt in de doop van Johannes, terwijl zij moesten uitzien naar de komst van de Christus. Wanneer Christus was gekomen en het reddingsplan tot stand had gebracht, gold dit plan voor alle mensen van alle tijden (Matteus 28:18-20).

Hun doop was niet geldig

Voordat deze twaalf mannen Paulus ontmoetten, beseften ze niet dat hun doop niet langer geldig was. Deze discipelen waren godsdienstig en zeer oprecht, maar zij moesten worden gedoopt om in Christus te komen. Wanneer Paulus hun leerde dat ze in de doop van Johannes waren gedoopt zei hij "Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus" (vs 4). Het was tot grote eer van de Efeziërs dat ze niet met Paulus gingen ruziën dat ze in hun eigen ogen godsdienstig waren  en dat hij hen maar met rust moest laten omdat ze al waren gedoopt. Wat was hun reactie? "En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus" (vs 5).

K De bekering van Paulus 

(Handelingen 22:1-16; 9:1-18)

"En een zekere Ananias, een godvruchtig man naar de wet, van wie alle Joden, die daar woonden, een goed getuigenis gaven, kwam tot mij, ging bij mij staan en zeide tot mij: Saul, broeder, word weer ziende! En op hetzelfde ogenblik werd ik weer ziende en zag hem. En hij zeide: De God onzer vaderen heeft u voorbestemd om zijn wil te leren kennen en de Rechtvaardige te zien en een stem uit zijn mond te horen; want gij moet getuige voor Hem zijn bij alle mensen, van hetgeen gij gezien en gehoord hebt. En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam." Handelingen 22:12-16.

Paulus (Saul van Tarsus) was een wrede vervolger van de christenen geweest. Wanneer Christus hem verscheen op de weg van Damascus werd hij met blindheid geslagen. Wanneer Saul  vroeg "Here, wat moet ik doen?" (vs 10), werd hem door Jezus gezegd "Sta op en reis naar Damascus, en daar zal u gezegd worden al hetgeen u opgelegd is om te doen" (vs 11).

Zij die met hem waren namen hem mee naar de stad waar hij in gebed ging en waar hij drie dagen lang zonder eten en drinken verbleef. Dit laat zien dat Saul op dit moment begrijpt hoe ernstig verkeerd hij wel niet is geweest. Hij besefte nu dat Diegene die hij altijd heeft ontkent, wel degelijk Gods Zoon is.

Wat aarzelt gij nog?

We hebben gelezen dat Paulus door Jezus werd verteld om naar Damascus te gaan, daar zou hij worden verteld wat hij moest doen. In Damascus wordt Saul door Ananias verteld wat hij moest doen. Hij leerde Paulus over de Here en besloot met te zeggen "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam" Handelingen 22:16.

Hij geloofde in Jezus, hij toonde vruchten van bekering wanneer hij bad en vastte voor drie dagen. Daarna werd hij gedoopt (Handelingen 9:18). Het doel van zijn doop werd door Ananias specifiek weergegeven. Het was om zijn "zonden af te wassen" (vs 16).

Saul riep op de Naam van de Here

Romeinen 10:13 leert ons dat "al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden". In het voorbeeld van de bekering van Saul zien we precies wat er wordt bedoelt met deze uitdrukking. Wanneer Paulus het evangelie gehoorzaamde en zich liet dopen, aanriep hij de naam van de Here (vs 16).

Als iemand vandaag wil behouden worden en zijn zonden wil wegwassen, dan moet hij op dezelfde wijze het evangelie gehoorzamen als Paulus deed en zoals alle andere bekeerlingen dat deden in het NT. Iemand die dat niet doet, of het plan wijzigt is niet gered.

L Het plan om behouden te worden

In het boek van handelingen heeft God ons 9 voorbeelden van nieuwtestamentische bekering gegeven. Van die voorbeelden kunnen we duidelijk zien wat God van de mensen vraagt om behouden te worden. Als wij vandaag de dag een kind van God willen worden dan zijn  er geen betere voorbeelden dan die het NT ons geeft. Een eerlijk mens die op zoek is naar waarheid zal hetzelfde doen als de eerste christenen deden en het resultaat zal hetzelfde zijn. Hij zal dan geen lid zijn van een denominatie, omdat de Here hem tot Zijn gemeente toevoegt. "En de Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden" Handelingen 2:47.

Ter aanvulling op deze voorbeelden, heeft de Here vele andere teksten gegeven die ons instructies geven in de belangrijkste vraag van een mensenleven, nl hoe word ik een kind van God?

Om gered te worden moet iemand geloven in Jezus

Jezus zei dat we in ons zonden zouden sterven als we niet in Hem geloofden. "want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden sterven" Johannes 8:24. Hij zei ook "maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" Markus 16:16.

In Johannes 3:16 verklaarde Jezus "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe". Dit betekent helemaal niet dat iemand gered is door geloof alleen, want een paar verzen later zegt Jezus "Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem" Johannes 3:36.

Het is nodig om in Jezus te geloven. Dit is het begin van het bekeringsproces. Geloof leidt iemand in de richting van behoudenis (Johannes 1:12). Maar alleen geloven of 'geloof alleen' zal niemand behouden.

Om gered te worden moet iemand zich bekeren van zonden

Bekering is een verandering van gedachte dat resulteert in een verandering van handelen (Handelingen 26:20). Gods goedheid leidt tot bekering (Romeinen 2:4).

God wil dat iedereen zich bekeert. "De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen" 2 Petrus 3:9.

We moeten ons bekeren zodat onze zonden worden uitgedelgd (Handelingen 3:19). Jezus maakt de noodzaak van bekering duidelijk als Hij zegt "maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen" Lukas 13:3.

Geloof gecombineerd met bekering leidt in de richting van behoudenis.

Om gered te worden moet iemand belijden dat Jezus Heer is

Als deze goede belijdenis wordt gedaan dan leidt dat tot redding. "Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis" Romeinen 10:10.

Jezus beloofde zegen aan hen die Hem zouden belijden en ontkenning aan hen die Hem zouden ontkennen. "Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is" Matteus 10:32-33. Wanneer de kamerling Jezus beleed zei hij "Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is" Handelingen 8:37.

Geloof, gecombineerd met bekering en belijden leidt in de richting van behoudenis.

Om gered te worden moet iemand worden gedoopt

Jezus verbond geloof samen met dopen om redding te bekomen. "En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" Markus 16:15-16. Het was niet nodig voor Jezus om te zeggen "hij die niet gelooft en zich niet laat dopen zal veroordeeld worden" gezien iemand die niet gelooft zich ook nooit zal laten dopen tot vergeving van zonden, evenmin als belijden en bekeren van zonden. Behoudenis begint met geloof.

Jezus beval de doop in Matteus 28:19 "Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb".

Petrus predikte dat iemand zich niet alleen moet bekeren, maar zich OOK moet laten dopen tot vergeving van zonden. "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen". Dezelfde Petrus verklaart "Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop" 1 Petrus 3:21. Zo was het dezelfde Petrus die Cornelius en zijn huisgezin beval om zich te laten dopen. "En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus" Handelingen 10:48.

In het lezen van de nieuwtestamentische bekeringen, kunnen en mogen we niet ontkennen dat er een dringendheid verbonden was aan de doop. In elk geval werd de persoon onmiddellijk gedoopt: "En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen" Handelingen 16:33. Er is geen enkele rechtvaardiging om dagen, weken of zelfs maanden te wachten wanneer iemand zijn geloof in Jezus heeft beleden. De dringendheid wordt door God ook verklaart door het feit dat de vergeving van zonden niet plaatsvindt totdat de persoon is gedoopt.

Zij die de doop onnodig maken moeten eens zorgvuldig de hierboven besproken passages bestuderen. De doop is geen optie, het is een noodzakelijk onderdeel om gered te worden.

Wanneer iemand voldoende vertrouwen op God stelt door Hem te gehoorzamen in geloof in Jezus, door zich te bekeren tot God en Jezus te belijden en zich te laten dopen, dan zal deze persoon behouden zijn. Hij wordt gered door de goedheid en de genade van God!

 


Vorige