|
I Waarvoor dienden tekenen en
wonderen?
Marcus 16:14 Daarna verscheen Hij aan de
elven zelf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofden die Hem aanschouwd hadden, nadat Hij opgewekt was.15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.17
Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken,18 slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen
worden.19 De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods.20
Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden.
Jezus gaf aan de apostelen (de elven) de opdracht om het evangelie te verkondigen in de gehele wereld. De tekenen van vs 17-18 zouden
de gelovigen volgen. Doorheen de brief handelingen zien we dan ook dat deze dingen in vervulling zijn gegaan.
Handelingen 5:12 En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk;
De reden waarom deze tekenen en wonderen gebeurden wordt door in
het evangelie van Marcus ook aangegeven. Marcus 16:20 Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl
de Here medewerkte en
het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden.
Ook de schrijver van de Hebreën brief bevestigt deze waarheid. Hebreën 2:2 Want indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen,3 hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken
met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord
hebben,
op betrouwbare wijze ons is overgeleverd,4 terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar zijn
wil.
Het gesproken Woord van de Here en van Zijn apostelen en profeten vormen het evangelie, en God
heeft mede getuigenis gegeven om dat verkondigde woord te bevestigen.
Want:
Johannes 3:2 deze kwam des nachts tot Hem en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want
niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is.
II Is het woord bevestigd of moet het nog steeds bevestigd worden?
Kolossenzen 1:5 Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, (1-6)
het
evangelie,6 dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u,sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de genade Gods in waarheid hebt leren kennen;23 indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie,
dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de
hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.
Paulus bevestigt in 60 na Christus dat het evangelie is verkondigd aan de ganse schepping. De apostelen hadden dus gedaan wat Jezus hen had bevolen.
Marcus
16:15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.
Ook Judas bevestigt in 65 na Christus dat het geloof éénmaal is overgeleverd.
Judas 3 Geliefden, daar ik mij in alle opzichten beijver u te schrijven over ons gemeenschappelijk heil, zie ik mij genoodzaakt het te doen met de vermaning tot het uiterste te strijden voor
het geloof, dat éénmaal de heiligen overgeleverd is.
Als de tekenen en wonderen er waren om het woord te bevestigen, en het woord is overgeleverd, waarom moet het dan nog steeds worden bevestigd?
Zo moeten christenen vandaag de dag blijven wandelen in de leer van
Christus die is overgeleverd.
2 Johannes 1:9 Een ieder, die verder gaat en niet
blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon.
Een christen moet vandaag het gesproken woord van de apostelen niet bevestigen, God heeft het reeds bevestigd.
Je kan niet inde leer van Christus blijven als deze nog niet is gekend. Een christen moet vandaag in de leer van Jezus en Zijn apostelen
en profeten verdergaan.
Er zijn geen nieuwe openbaringen meer nodig. Gods Woord is compleet.
2 Petrus 1:3 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met
alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van
Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht.
Romeinen 1:16 Want ik schaam mij
het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die
gelooft,
eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek.
III Zijn de tekenen en wonderen gestopt?
1Korintiërs 13:8 De liefde vergaat nimmermeer; maar
profetieen, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan
hebben.9 Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren.10 Doch,
als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was.12 Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.13 Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.
Paulus schrijft in 55 na Christus dat profetieën, tongen en kennis zullen verdwijnen
als het volmaakte is gekomen. Deze 3 dingen worden ook het onvolkomene genoemd door Paulus en zullen afgedaan hebben.
De vraag is nu, wat is het volkomene?
Romeinen 12:2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat
de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.
Psalm 19:7 De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.
Jacobus 1:25 Maar wie zich verdiept in
de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen.
Jacobus bevestigt dat het evangelie (de wil van God) volmaakt is en gaat dan verder met woorden die Jezus ook sprak. Horen en doen.
Bevestigen moet niet meer, want het is reeds overgeleverd en bevestigd.
Volgens Paulus zouden de tekenen en wonderen afgedaan hebben als het evangelie eenmaal compleet was. 1 Korintiërs 13:10 Doch,
als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.
Deze bijzondere gaven van de Geest dienden om het gesproken woord te
bevestigen in het begin van de gemeente.
IV Wanneer zijn deze gaven gestopt?
We zien in Handelingen
8:4-25 dat de apostelen van Jeruzalem moesten komen om
door handoplegging de gaven van de Heilige Geest door te geven.
Hierdoor beschikten ook andere gelovigen over de werking van de Heilige
Geest door tekenen en wonderen. Handelingen
8:17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.
Dit was niet de inwoning van de Heilige Geest, want
deze ontvangt een ieder als men het evangelie gehoorzaamt door
zich te laten dopen.
Handelingen
2:38 En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden,
en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
Handelingen 5:32 En wij zijn getuigen van deze dingen en ook de Heilige
Geest, die God hun gegeven heeft, die Hem gehoorzaam
zijn.
Dus als alleen de apostelen door handoplegging deze gaven konden
doorgeven, kunnen we aannemen dat na het sterven van de apostelen deze
gaven niet meer konden worden doorgegeven en dat enkel zij die deze
gaven hadden ontvangen van de apostelen, er nog over beschikten.
Wanneer
deze mensen dan ook zijn gestorven, waren er dan ook geen bijzondere gaven
meer. Een belangrijke vraag in dit alles is: "Waarom moesten de apostelen van Jeruzalem naar Samaria
komen?"
V Kan satan ook wonderen en tekenen doen?
Als mensen vandaag de dag in Jezus Naam wonderen en tekenen doen, op wiens gezag gebeurt dit dan?
Matteus
24:24 Want er zullen
valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen
doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden.
Matteus 7:21 Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is.22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen:
Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten
gedaan?23 En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit
gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.24 Een ieder nu, die deze
mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots.25 En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest.
Ja, het is dus mogelijk dat zogezegde wonderen en tekenen die in Naam van Jezus gebeuren in feite
door satan worden bewerkt.
Het onderscheid hierin kan gemaakt worden tussen hen de woorden van Jezus horen en ze doen en degenen die horen en niet doen.
2 Tessallonissenzen 2:9 Daarentegen is diens komst naar
de werking des satans met allerlei krachten tekenen en bedrieglijke
wonderen,10 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan,
omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden
worden.11 En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven,12 opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.
Het valt ook op dat zij die beweren vandaag de dag wonderen en tekenen te kunnen doen in Jezus Naam, dat ze
geen doden kunnen opwekken
(Handelingen
9:39-41), dat ze geen ongeneeslijke zieken zonder enig excuus volkomen
en ogenblikkelijk kunnen
genezen
(Handelingen
5:15-16+9:33-34+19:11-12), dat ze niet iets giftig kunnen drinken
(Handelingen
28:3-6),... .
Waar is hun god dan? Is God dan niet dezelfde toen en nu? Als ze beweren bijzondere gaven te hebben, waarom dan deze nooit?
Want;
Johannes 3:2 deze kwam des nachts tot Hem en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want
niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is.
Als God met hen is waarom kunnen ze dit dan niet?
Vorige
|