|
Kenmerkend aan de samenkomsten van de eerste gemeente was dat zij samenkwamen op de eerste dag van de week om de tafel des Heren te nemen (Handelingen 20:7), om iets aan de kant te leggen naar eigen vermogen (1 Korintiers 16:1-2) en om andere activiteiten te hebben zoals aanbidding door lofzang en om te luisteren naar prediking. (zie ook handelingen les 8, les 9 en les 11) Het is dus niet zomaar een aanwezigheid, het is het erkennen dat Jezus Heer en Meester is van je leven. Er kunnen nog andere dagen door de oudsten/heiligen worden bepaald om samen te komen, maar de samenkomst op de eerste dag van de week is een door de Here vastgestelde samenkomst. Het niet komen naar deze samenkomst is dan ook niet anders dan een zonde.
Elke gemeente waar ook ter wereld heeft te maken met broeders en zusters die de samenkomsten niet bijwonen zoals het behoort. De gemeente behoort deze mensen te onderrichten over wat de Wil van God hierover is, persoonlijke bezoeken en aanmoedigingen om te komen behoren te worden gedaan. Als er dan nog broeders en zusters zijn die niet geregeld komen dan is het niet meer de verantwoordelijkheid van de gemeente, want de gemeente heeft hen proberen te helpen .
Er zijn geen verontschuldigingen voor hen die moedwillig de samenkomsten verzuimen, toch moeten we erkennen dat niet iedereen eenzelfde geloof heeft. Dit vinden we ook in de Schrift terug. 1 Tessalonisenzen 5:14 Wij vermanen u, broeders, wijst de ongeregelden terecht, beurt de kleinmoedigen op, komt op voor de zwakken, hebt geduld met allen. Hen die ongeregeld zijn moeten worden terechtgewezen, indien zij zich niet willen bekeren dan behoort men niet meer met hen om te gaan. 2
Tessalonisenzen 3:6 Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt. Samenkomen met broeders en zusters is een onderdeel van het overgeven van uw leven aan Gods Wil en van het erkennen dat Christus uw leven bepaald . Romeinen 12:1 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. 2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Colossenzen 3:4 Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Iemand die erkent dat Jezus Heer en Meester is van zijn/haar leven die heeft geen problemen met het bijwonen van alle samenkomsten. Hebreen 10:25 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen. |