|
Veel mensen doen allerlei godsdienstige
handelingen om God te dienen en te eren. Vaak gebeuren deze dingen uit
goede bedoelingen. Maar er schuilt een groot gevaar in menselijke
handelingen/tradities die hun oorsprong niet uit Gods Woord hebben. Het
is nl zonde.
Gods Woord leert ons dat er iets bestaat zoals de absolute waarheid.
Hoewel velen vandaag de dag zeggen dat ieder zijn heil kan vinden in
zijn eigen geloof, zien we dat velen andere en tegensprekende woorden
spreken. Spreken dan soms allen waarheid?
I Absolute waarheid.
" Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij
en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken."
Johannes 8:31-32.
Jezus leert ons dat we de waarheid kunnen verstaan als we in Zijn Woord
blijven. Jezus Woord is de absolute waarheid!
II Het vinden van de waarheid
vraagt een inspanning van de mens.
- we moeten ernstig zijn (2 Timoteus 2:15).
- we moeten ons in dienst van God stellen.
- we moeten bereid zijn om het Woord van de waarheid te brengen, zonder
naar links of rechts af te wijken.
- we moeten de Schrift aanvaarden en onderzoeken of hetgeen men zegt of
doet wel in overeenstemming is met Gods Woord (Handelingen
17:11).
- we moeten bereid zijn om verantwoording te geven aan hen die om
rekenschap vragen (1 Petrus 3:15).
III We moeten ons laten leiden door de
juiste beweegreden.
- We mogen niet zomaar afwimpelen wat er wordt gezegd (Handelingen
26:24).
- We moeten de woorden toetsen en indien ze waarheid zijn, moeten
we ze behouden en gehoorzamen. (1
Tessalonissenzen 5:21).
IV Er is een reeël gevaar voor
verkeerde interpretatie
- we mogen niet met sluwheid het Woord van God verdraaien (2
Korintiërs 4:2).
- we mogen Gods Woord niet vervalsen.
- we mogen het niet nalaten de hele raad van God te verkondingen (Handelingen
20:27).
V We mogen niet bijvoegen, noch
afdoen aan de woorden van God
- wat God heeft geboden moet men doen en daar niets aan toevoegen,
noch afdoen (Deuteronomium 4:2).
- wie aan het boek van openbaring toevoegt, hem zal worden
toegevoegd de plagen beschreven in het boek, en wie ervan afneemt, van
hem zal God het eeuwig leven nemen (Openbaring
22:18).
- iemand die niet blijft in de
leer van Christus heeft God niet, wie er in blijft heeft zowel de Vader
als de Zoon (2 John 9-11).
Opmerking: om in de leer te blijven, moet je eerst in de leer zijn
gekomen.
- "Doe niets aan zijn woorden toe, opdat Hij u niet terechtwijze en gij een leugenaar bevonden
wordt"
Spreuken 30:6.
VI We moeten de juiste houding hebben
tov Gods Woord
- je moet een goed en vroom (= in overeenstemming met de wil van
God) hart hebben (Lukas 8:15).
- je moet het gehoorde Woord vasthouden, vrucht dragen
en volharden
- je moet een honger hebben naar gerechtigheid (Matteus
5:6).
- je mag het Woord van God niet aannemen als een woord van mensen,
maar wat het is, nl het Woord van God (1
Tessalonissenzen 2:13).
VII Hoe kunnen we het gezag van de
bijbel goed verstaan?
a) Rechtstreeks gebod of verbod
"eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als
uzelf"
Mattheus 19:19
"Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet
echtbreken"
Mattheus 5:27
b) Goedgekeurde voorbeelden
- het avondmaal (Handelingen 20:7; 1
Korintiërs 11:26) Door het voorbeeld weten
we hoe en wanneer het avondmaal gebeurde.
c) Implicatie
- Filippus en de kamerling (Handelingen
8:35-39) De kamerling werd Jezus gepredikt,
uit de reactie van de kamerling kunnen we afleiden wat het betekende dat
Jezus werd gepredikt.
d) Hulpmiddelen
- Middelen die helpen om een gebod van God uit te voeren. (vb
zangboekjes om te lofzingen, doopvont om te dopen, ...)
VIII Enkele voorbeelden:
|
Het gezag van
Gods Woord |
|
Gebod |
Algemeen |
Specifiek |
|
De ark van Noah (Genesis
6:14) |
Hout |
Goferhout |
|
Het reinigingswater
(Numeri 19:2) |
Dier |
Een rode, gave koe
zonder gebrek |
| Lofzang (Efeziërs
5:18; Kolossenzen 3:16) |
Muziek |
Zang |
| Evangeliseren (1
Timoteus 3:15; 1 Tessalonissenzen 1:7-8) |
Gemeente (1
Tessalonissenzen 1:1) |
Structuur/organisatie
van de gemeente (Filippenzen
1:1; Handelingen 14:23) |
| Het zendingsbevel (Markus
16:15-16) |
Verkondig het
evangelie |
Geloof en doop geeft
behoudenis |
| Opbouwen/stichten (Efeziërs
4:16) |
Gemeente |
Structuur/organisatie
van de gemeente
(Efeziërs 4:11) |
|
Het
noodzakelijke en hulpmiddelen |
| Gebod |
Noodzakelijk |
Middel |
| Leren (Matteus
28:18-20) |
Het evangelie |
Bijbelstudie (in
groep of prive) |
| Dopen (Matteus
28:18-20) |
Onderdompeling in
water |
In een meer of in een
bad |
| Het avondmaal (1
Korintiërs 11:23-27) |
Brood en vrucht van
de wijnstok |
Bord waar brood op
ligt en bekers |
| Samenkomen (Hebreën
10:25) |
Op de eerste dag van
de week |
Uur en plaats is vrij
te kiezen |
|
Hulpmiddelen
en ongeoorloofde/ zondige toevoegingen |
|
Gebod |
(Hulp) middel |
Toevoeging |
| Lofzang |
Zangboekjes - licht -
... |
Instrumenten - andere
soorten muziek |
| Dopen |
Doopvont |
Besprenkelen - andere
handelingen |
| Samenkomst om het
brood te breken |
Gebouw - licht -
stoelen - verwarming - ... |
Zaterdag of andere
dag dan zondag |
| Het evangelie
verkondigen |
Radio - boeken -
website - ... |
Menselijke opgerichte
organisatie apart of in aanvulling op de organisatie van de
gemeente |
| Opbouwen/stichten |
Plaats - hulpmiddelen
voor leraars - ... |
Zondagschool |
Vorige
|