Was Petrus de eerste paus?


De paus is volgens de katholieke kerk de rechtmatige opvolger van Petrus, en daarmee als leider van de gehele Christelijke Kerk wereldwijd
De benaming paus (komt van het Latijn: papa, dat komt van het Oudgrieks: πάππας pappas) betekent letterlijk "vader" en is de titel van het hoofd van de hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk. Paus Leo XIII zegt in zijn encycliek van 1885 dat de paus de plaats van de Almachtige God inneemt op aarde. Dit artikel wil onderzoeken of deze beweringen juist zijn.

I Inleiding

Wanneer we de nieuwe catechismus van de Katholieke kerk (door David W. Cloud) openslaan dan lezen we onder de rubriek 'SUPREMATIE VAN DE PAUS' het volgende:
882 De paus, bisschop van Rome en opvolger van Petrus, ‘is het blijvend en zichtbaar beginsel en fundament van de eenheid, zowel van de bisschoppen als van de menigte van de gelovigen’. ‘De paus van Rome immers heeft, juist krachtens zijn ambt als plaatsvervanger van Christus en herder over de gehele kerk, de volledige, hoogste en universele macht, die hij altijd vrij kan uitoefenen’.
891 ‘Deze onfeilbaarheid nu bezit de paus van Rome, hoofd van het college van bisschoppen, krachtens zijn ambt, wanneer hij als opperste herder en leraar van alle gelovigen, die zijn broeders in het geloof versterkt, de leer omtrent geloof en zeden in een definitieve uitspraak afkondigt (...). De aan de kerk beloofde onfeilbaarheid bezit ook het corps van bisschoppen, wanneer het samen met de opvolger van Petrus het opperste leergezag uitoefent’, vooral in een oecumenisch concilie. Wanneer de kerk door middel van haar opperste leergezag iets voorhoudt ‘als door God geopenbaard te geloven’ en als leer van Christus, dan ‘moet men met de gehoorzaamheid van het geloof dergelijke definities aanvaarden’. Deze onfeilbaarheid strekt zich uit over de hele geloofsschat zelf van de goddelijke openbaring. 


De paus wordt ook Heilige Vader of Zijne Heiligheid genoemd, men zegt dat hij vanop zijn Heilige stoel de vertegenwoordiger van Jezus Christus is. Hij wordt ook de vicaris of anders gezegd de plaatsvervanger van Christus genoemd. De enige bijbeltekst die ook maar zou kunnen verwijzen naar iemand als plaatsvervanger van God op aarde is de volgende "Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is" 2 Tess 2:3-4. De Rooms-Katholieke kerk beweert dat de paus de zichtbare plaatsvervanger van Christus is op aarde en deze leer staat of valt met de tekst van Matteus 16:13-20. 

II Was Petrus de eerste paus volgens Matteus 16:13-20?

Jezus vertelt in Matteus 16:13-20 tegen Petrus en de andere discipelen dat Hij Zijn gemeente op een rots zou bouwen. De vraag is dan ook wie of wat deze rots is? Als de rots verwijst naar Petrus dan zouden de beweringen van de Rooms-Katholieken waar kunnen zijn, maar indien niet, dan blijkt dat heel het Rooms-Katholieke systeem een dwaling is.
Petrus beleed aan Jezus "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!" (Matt 16:16), waarop Jezus hem antwoord "Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen" Matt 16:17-19.
Is de gemeente volgens deze tekst op Petrus gebouwd? De woorden die Jezus gebruikt voor Petrus en rots zijn 2 verschillende woorden. Het grieks woordenboek (Vine) leert ons dat er een onderscheid is tussen Petrus (petros) en rots (petra). Petra verwijst naar een grote massa gesteente, terwijl Petrus verwijst naar een losse steen of kei, een steen die kan worden geworpen of gemakkelijk kan worden verplaatst. Zo maakt Christus volgens Vine hier het onderscheid tussen Hemzelf als de Petra en de apostel Petrus als de petros.

Verder bewijs dat de rots verwijst naar de beleden waarheid van Petrus dat Jezus God is (vgl Joh 5:18) en dus over Christus spreekt, vinden we in het woord 'deze'. Jezus zegt helemaal niet "En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op 'u' zal Ik mijn gemeente bouwen". Dat is helemaal niet wat Jezus zegt, noch is deze gedachte ergens terug te vinden in de Schrift. 

De Schrift leert ons overduidelijk dat Christus de geestelijke Rots is (1 Kor 10:4). Petrus zelf zei dat Christus de hoeksteen is voor de gelovigen en dat Christus "een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis" is voor ongelovigen (1 Petr 2:6-7). Paulus leert ons dat ALLE apostelen deel uitmaakten van het fundament en dat Jezus daarvan de hoeksteen was (Ef 2:20-22). Om dan te concluderen en te beweren dat volgens Matt 16:16-20 enkel Petrus het fundament van de gemeente is, is een pure verdraaiïng van de Schrift. 
Maar om alle twijfel hierover weg te nemen zegt Paulus het volgende: "Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen" 1 Kor 3:11. Het mag duidelijk zijn dat de gemeente van Christus helemaal niet gebouwd is op enkel Petrus, noch was hij de eerste paus.

Was Petrus dan misschien het hoofd van de gemeente?

Katholieken beweren dat Petrus het hoofd was van de gemeente, dat hij het hoofd van de apostelen was. Was dit zo? Katholieken beweren van wel, de bijbel bewijst dat het niet zo was. 
Als Petrus het hoofd was van de apostelen dan hadden de andere apostelen daar toch geen weet van. Jezus had de apostelen beloofd dat zij allen op twaalf tronen zouden zitten om de twaalf stammen van Israel te richten (Matt 19:28). Jezus leerde zijn apostelen dat zij niemand op aarde hun leider of vader mochten noemen en dat niemand zichzelf mocht verhogen: "Gij zult u niet rabbi laten noemen; want een is uw Meester en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want een is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want een is uw Leidsman, de Christus. Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden" Matt 23:8-12. 
Het mag duidelijk zijn dat Petrus uit Jezus' Woorden in Matteus 16:13-30 nooit zou hebben begrepen dat hij de leider of de paus van de gemeente zou worden. Hoe kan het dan dat de paus zichzelf 'Heilige Vader' noemt die de volledige en hoogste macht heeft? Er is toch maar één Vader en Leidsman? Het was zelfs zo dat toen er een conflict kwam onder de apostelen over wie de grootste onder hen zou zijn dat Jezus hen bestrafte en zei "De koningen der volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden weldoeners genoemd. Doch gij niet alzo, maar de eerste onder u worde als de jongste en de leider als de dienaar" Luk 22:24-26.
Paulus beweerde dat hij in alle dingen gelijk was aan de andere apostelen (2 Kor 11:5), hij bestrafte Petrus zelfs voor zijn onbehoorlijk gedrag (Gal 2:11). Petrus zelf gaf enkel God alle eer (1 Petr 5:10) en weigerde elke vorm van aanbidding of verering naar zijn persoon omdat hij ook maar een mens was (Hand 10:25-26).

Conclusie

De gemeente van Christus onderwerpt zich enkel aan Christus en niet aan een paus (Ef 5:24). De paus is helemaal geen opvolger van een apostel, hij kan dat trouwens ook niet. Wanneer we de voorwaarden om een apostel te kunnen worden, bekijken in Handelingen 1:21-22, dan zien we dat niemand meer aan die voorwaarden kan voldoen! In Efeziërs 4:11-12 worden de bedieningen van de gemeente opgesomd en er wordt helemaal geen paus vermeld! De paus, en zijn navolgers, kunnen geen navolgers van Christus zijn en zijn leer is niet de leer van Christus. 2 Tess 2:3-4 leert ons dat het juist satan is die zich in Gods tempel zet om aan zich te laten zien dat hij een god is. Petrus laat in zijn eerste brief zien dat alle christenen, die net als hij belijden dat Jezus Christus de Zoon van God is, levende stenen zijn in Christus' gemeente (1 Petr 2:5) en dat Christus alleen de hoeksteen van de gemeente is en niet hij (1 Petr 2:6-7). De gemeente is van Christus en niet van Petrus.

Vorige