Stelt u zich dit eens voor:



als het al mogelijk zou zijn:

Petrus een Rooms-katholiek
Paulus een Doopsgezinde
Johannes een Mormoon
Matteus een Baptist
Jakobus een Nederlands Hervormde
Judas een getuige van Jehovah
Andreas een Remonstrant
Thomas een Zionist
Filippus een Lutheraan
Simon een Zevendedags Adventist
Timoteus een Apostolische
Bartolomeüs een Gereformeerde
Judas Iskariot een vrijdenker in de zin dat iedere kerk bestaansrecht heeft.

MAAR - wat volgt overtreft elk voorstellingsvermogen ...

* Petrus bewerende: "ik ben de eerste PAUS!"
* Paulus predikende: "BESPRENKELING is ook een goede doop. "
* Johannes verkondigende: "Je moet nog een bijbel hebben en die zal heten: HET BOEK VAN MORMON. "
* Matteüs lerende dat men behouden is door GELOOF ALLEEN, en dat een gelovige NIET AFVALLIG kan worden.
* Andreas er sterk voor uitkomende dat er GEEN HEL bestaat!
* Jakobus, de broer van Jezus onderwijst dat pasgeboren babies SCHULDIGE ZONDAARS zijn!

Dit klinkt u allemaal erg dwaas in de oren, nietwaar? Dat komt, omdat dit allemaal NIET wáár is! In de dagen van de apostelen waren er geen kerkgenootschappen. En die er nu zijn hebben geen goddelijk gezag voor hun leer noch enig bestaansrecht vanuit bijbels oogpunt beschouwd. (1 Korintiërs 1:12; 13; 3:1-23; Matteüs 15:6-14; Efeziërs 4:1-6).

EN WIST JE OOK

Dat geen van de apostelen ook maar een van deze opvattingen geloofde of leerde? Zij leerden TOEN, wat de Bijbel ons NU NOG leert! En wat de Bijbel betreft, daarin staat:
* niets over een figuur als de paus die een plaats zou krijgen in het patroon van de gemeen t e (Matteüs 23:9; 28:18; Handelingen 10:25-26).
* dat de doop een begrafenis in water is (Johannes 3:23; Handelingen 8:36-39; Romeinen 6:3-4).
* niets over een toekomstig Boek van Mormon (Vergelijk Handelingen 20:20,27; Galaten 1:8-9).
* dat geloof zonder werken dood is en dat er zeer zeker wordt gewaarschuwd om niet buiten de genade Gods te komen staan (Jakobus 2:24,26; Galaten 5:4; Hebreën 4:12-14).
* dat alle babies rein van ziel zijn en noch van Adam, noch van hun ouders zonden erven (Lees Matteüs 19:13-15; Ezechiël 18:1-4,19,20).
* dat zowel Jezus als zijn apostelen herhaaldelijk vermaanden rekening te houden met het werkelijk bestaan van een HEL als een eeuwige straf (Matteüs 25:41,46; 2 Tessalonisenzen 1:9-10; Openbaring 20:14,15; 21:8).

VRIENDEN- DIE DE WAARHEID ZOEKEN-

De apostelen verkondigden, als leden van de gemeente van Christus, de gezonde leer aangaande de ware gemeente (Matteüs 16:18-19; 1 Korintiers 12:28; Efeziërs 1:22-23; 4:4; Kolossenzen 1:18,24).
De Here nodigt u uit en u wordt welkom geheten door de plaatselijke gemeente van Christus in uw omgeving (Romeinen16:16b; Galaten 1:22; Openbaring 22:17).
Alle kerkelijke leerstellingen ten spijt, treedt Gods verlossingsplan in de Bijbel steeds zo naar voren:

Het evangelie van Christus horen (Romeinen 10:16-17).
Zijn vertrouwen stellen op Christus (Johannes 8:24; Handelingen 16:31; Hebreën 11:6).
Zich van zijn zonden bekeren (Lucas 13:3; Handelingen 2:38; 17:30,31).
Zijn geloof in Jezus Christus als Gods enige Zoon belijden (Matteus 10:32; Handelingen 8:37; Romeinen 10:9-10).
Zich laten dopen (di onderdompelen) tot vergeving van zijn zonden (Matteus 28:19; Marcus 16:16; Handelingen 2:38; 22:16; 1 Petrus 3:21; Galaten 3:26-27).


Vorige