De straf voor goddelozen in de hel zal zo
vreselijk zijn dat Jezus zei :"En indien uw hand u tot zonde verleidt, houw haar af. Het is beter, dat gij verminkt ten leven ingaat, dan dat gij met uw twee handen ter helle vaart, in het onuitblusbare vuur,
waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust."
Markus 9:43-44.
De onbeschoftheid van ongelovige mensen, de hardheid van hun harten en
hun goddeloosheid veroorzaken in dit leven al pijn en ellende genoeg en
zijn nu al erg genoeg. Stel je dan eens voor wat voor een plaats de hel
is.
I Al de ergste mensen zullen
er zijn.
De bijbel zegt: "Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars; hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood."
Openbaring 21:8.
Stel je voor dat je voor een dag gevangen zit in een kamer vol met de
meest immorele, onbeschofte, onrespectvolle en geweldadige mensen die
ooit hebben geleefd. De hel zal veel erger zijn dan dat. De hel zal voor
eeuwig gevuld zijn met mensen die hun leven hebben geleefd zonder God en
met mensen die niet hebben geloofd in de waarheid, maar in
dwaalleringen. (2 Tessalonissenzen
2:8) En meer nog, de duivel en
zijn engelen zullen er ook zijn. (Matteus
25:41). Is dat de plaats
waar je je eeuwigheid wil doorbrengen? Indien niet, dan wil je niet naar
de hel gaan.
II Het zal er totale ellende
zijn.
Sprekende over het laatste oordeel zegt de Heer: "De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven,
en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars."
Matteus 13:41-42.
De hel wordt in de bijbel voorgesteld als een plaats van oneindige
ellende en spijt. Sommigen durven wel eens lachen door te zeggen dat de
hel niet zo erg zal zijn omdat hun vrienden er ook zullen zijn. Maar de
hel is geen plaats waar men de vertroosting van een vriend kan vinden.
Integendeel, de hel wordt omschreven als een plaats van "buitenste
duisternis" waar "geween
en tandengeknars" is. (Matteus
25:30). Wil jij deze vreselijke,
ontroostbare pijniging en ellende meemaken? Indien niet, dan wil je niet
naar de hel gaan.
III Het is een eeuwige
straf.
Van hen die naar de hel gaan zegt de Heer: "En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf"
Matteus 25:46a.
Het wordt ook beschreven als "het onuitblusbare vuur"
Markus 9:43.
Het is één ding om ellende en pijniging mee te maken. Het is een ander
ding als je dit voor eeuwig moet meemaken. Stel je eens voor wat voor
een pijniging de tandarts voor velen is, en dit maar voor enkele
minuten. De ellende van de hel is erger dan wat dan ook ooit ervaren is
op aarde, en het zal voor altijd zijn. Verder zullen er geen
onderbrekingen zijn om te kunnen uitrusten van de pijniging (Openbaring
14:11). Wil jij je eeuwigheid
doorbrengen in een plaats die het "eeuwige
vuur" wordt genoemd? (Matteus
25:41) Indien niet, dan wil je
niet naar de hel gaan.
IV
Het is voor eeuwig van God gescheiden zijn.
Over hen die de hel zullen bewonen, schrijft de apostel Paulus: "Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner
sterkte" 2
Tessalonissenzen 2:9. De Schrift
herinnert ons dat "Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer."
Jakobus 1:17.
Maar hen die in de hel zijn zullen voor eeuwig gescheiden zijn van de
aanwezigheid en de zegen van God. Alles dat goed, blijmakend, genietbaar
en om te helpen is, zal er niet zijn. Wil jij je eeuwig bestaan
doorbrengen in een plaats waar de zegen van God niet is? Indien niet,
dan wil je niet naar de hel gaan.
V conclusie:
"Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor
ingaan" Matteus
7:13. Laten we niet vergeten dat
het ergste van alles is dat in de hel ook mensen zullen zijn, die als ze
God gehoorzaam waren geweest, in de hemel waren gekomen (Matteus
7:21-23). Is het niet vreselijk om
naar de hel te gaan, ik wil er niet naartoe, jij wel?
Vorige
|