Het televisietoestel is mijn God, mij zal niets
ontbreken.
Het voedt mij met pikante avonturen en voert mij naar het troebele water
van de zonde.
Het vergiftigt mijn ziel en leidt mij op een weg vol gevaren waar
anderen rijk van worden.
En wist ik al niets beter te doen - ik zou toch niet bang zijn door ververveling,
want die verdrijf je wel
uit mij.
Je liefdesverhalen en je geestigheden vertroosten mij.
Voor de ogen van mijn kinderen vertoon je boeiende taferelen.
Je benevelt mijn brein en vult mijn hoofd met sensaties.
Moordenaars en misdadigers vervolgen mij in nachtelijke dromen,
maar ik zal blijven in de ban van de televisie te allen tijde!
(Overgenomen uit het blad fundament, uitgave nr 40)
Vorige
|