Het lezen of horen van Gods Woord is misschien wel de grootste zegen in iemands leven. Men voelt zich het dichtst bij God, als men voor Hem in gebed neerknielt. Laten we hopen dat ons gebedsleven zich niet beperkt tot het uitspreken van enkele uit het hoofd geleerde volzinnen of uitdrukkingen die ons toevallig voor de geest zweven.
Zou mij ooit de eer te beurt vallen op een audiëntie het woord te moeten voeren tot de koningin, dan zou ik zeker de tijd nemen om mij op dit gesprek voor te bereiden. Zou ik dan met minder schroom en eerbied naderen tot Gods troon? Laten wij samen eens een paar gedachten bekijken over het bidden in het algemeen en het voorgaan in gebed in het bijzonder.
Uitgaande van Gods alwetendheid, moeten wij niet uit het oog verliezen dat wij Hem nooit een verslag moeten uitbrengen over wat er hier op aarde plaatsvindt. En om onze raad is God evenmin verlegen. Als wij zo 'bidden', dan pretenderen wij, dat onze gedachten dezelfde zijn als die van hen, die met ons 'meebidden' en dat zou neerkomen op een tweevoudige ontkenning van Gods alwetendheid. Nergens is er sprake van zo'n manier van bidden, in het 'Onze Vader' evenmin als elders in de Schrift. De bedoeling van het gebed is
"...allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle
mensen..." (1 Tim. 2:1). Schieten wij het doel van het gebed voorbij, dan missen wij tevens de zegeningen die aan het bidden inherent zijn.
Om allerlei redenen is het een verkeerde gewoonte mededelingen te doen door die in het gebed in te lassen. Alvorens men voorgaat in het gebed, zou men er beter aan doen eerst aan de gemeente te vertellen, waarvoor er gebeden zal fworden, Aan de andere kant is er geen twijfel aan dat men door openbaar gebed wordt gesticht. Maar degene die voorbidt mag dit niet doen in de vorm van een surrogaat-preek. Een gebed dat onjuist gericht is verliest veel van zijn waarde.
Soms horen wij iemand bidden als volgt: "vergeef ons onze vele zonden, want we weten dat wij dagelijks tegen U zondigen". lk ben er niet van overtuigd dat christenen veel en dagelijks moeten zondigen. Wanneer iemand zo voorbidt, beschuldigt hij, al is het indirect, anderen van zondigen. Hiermede moeten wij voorzichtig zijn.
Nagenoeg een ieder zal ermee instemmen dat een voorbede geen gelegenheid is om te pralen met je persoonlijke vroomheid. Toch gebeurt het soms dat er gebeden wordt in de eerste persoon enkelvoud. Het gezond verstand zegt ons dat een in het openbaar uitgesproken gebed het gebed van iedere broeder en zuster moet kunnen zijn en niet een reeks persoonlijke smeekbeden. Daarom dient men voor de gemeente niet aldus te bidden: "Vader, ik bid...". Als we zó beginnen zeggen wij feitelijk: "Mijn persoonlijke problemen op dit moment zijn veel belangrijker dan die van de overige aanwezigen. Ik ben, als het ware, de enige die waardig is hier te bidden of die de capaciteit bezit verlangens aan God voor te leggen. Ik zal later ook nog wel een keertje voor jullie noden bidden." Dit kan in een vergadering ongemeend overkomen als een belediging. Als het gebed van dien aard moet zijn dat anderen er zich mee kunnen vereenzelvigen, waarom betrekken wij die ander dan niet in dat gebed in plaats van hen er buiten te sluiten? De meeste aanwezigen zullen er waarschijnlijk naar hunkeren om mee te kunnen bidden, althans hun ,.amen'" te kunnen zeggen. Laten wij dit dan niet onmogelijk maken.
De Bijbel leert ons dat alle goede dingen uitgaan van God (Jak
1:17). Laten wij onze aandacht eens richten op het 'Onze Vader' (Matt.6:5-13). Toen de discipelen Jezus vroegen hun te leren bidden, had Hij op verschillende manieren kunnen antwoorden. Daarom is het van belang op te merken dat Hij dit modelgebed uitsprak in de eerste persoon meervoud! Ik beschouw deze woordkeuze niet als toevallig maar juist bedoeld om ons alle zelfzucht en neiging om met onszelf te pronken en te pralen af te leren. Dat nederigheid, in tegenstelling tot zelfverheerlijking, nodig is in onze gebeden vind je de hele Bijbel door. Een ieder die de neiging heeft in het openbaar te bidden in de eerste persoon enkelvoud, zou zich ernstig dienen af te vragen: "Waarom ga ik in de gemeente voor met een bede in de eerste persoon enkelvoud? "
Ik wil hiermee persoonlijke gebeden hoegenaamd niet minachten. Integendeel, iemand verkeert niet in de juiste staat om in gebed voor te gaan als hij niet reeds persoonlijk heeft gebeden. Ik heb het hier slechts over de juiste bewoording van het bidden in het openbaar en de houding die aanstotelijk kan zijn. Het persoonlijke gebed kan net zo persoonlijk zijn als de bidder wenst. (*)
Bij openbare gebeden is er echter een grote mate van verantwoordelijkheid om voor anderen te bidden.
Het is goed dat een ieder die in het openbaar bidt het verlangen heeft dat God hem bijstaat opdat hij de aandacht van de luisteraar mag winnen. Toch is het niet op z'n plaats dit in een openbaar gebed tot uiting te brengen. Hij behoort dit al gedaan te hebben in een stil gebed. Hij dient er zich van bewust te zijn dat ook de anderen die zich met hem tot God wenden in hun smeekbeden vragen dat God hem zal helpen.
Nog één praktische wenk. Het komt steeds meer voor dat godsdienstoefeningen het karakter krijgen van een 'toeschouwersevenement' . Men denkt: "ik heb ervoor 'betaald' om hier te zijn en nu wil ik anderen een kerkdienst zien uitvoeren en het liefst een bovenste beste ook! Openbare gebeden die individualistisch gericht zijn voeden nog meer de gedachte dat de gemeente 'slechts' toehoorder is. Elk kind van God behoort aandachtig mee te luisteren en dus ook mee te bidden.
Niets dat ik hier heb geschreven is bedoeld om wie dan ook te ontmoedigen wanneer hij met vallen en opstaan in het openbaar tracht te teren bidden. Dit is een taak die met eerbied voor God verricht dient te worden. Om bij het bidden de gedachten van een gemeente richting te geven, bezit men een grote verantwoordelijkheid en kan men het niet stellen zonder Gods zegen. Om welk werk ook goed te kunnen verrichten is groei nodig. Dat de Heer een ieder die tracht te leren op de juiste wijze voor te gaan in het openbare gebed moge zegenen is mijn vurige bede.
(*) Maar ook in onze eigen gebeden is het niet de bedoeling dat wij slechts voor onszelf bidden.
FA Rix
Vorige
|