Handelingen
16:5 - "De Gemeenten dan werden bevestigd in het geloof en namen
dagelijks in zielental toe."
Op het einde van deze les vindt u enkele vragen. Gelieve deze te
beantwoorden en de oplossingen naar dit
(peter@gemeentevanchristus.be)
emailadres terug te sturen, waar uw antwoorden zullen worden nagezien.
Dit zal snel gebeuren. Indien het antwoord niet juist is zal dit
worden aangetoond en het juiste antwoord zal tot uw attentie gegeven
worden. Wij hopen van harte dat deze bijbelstudie u zal
bevallen.
I. INLEIDING
In de voorgaande lessen kwamen we tot enkele onvermijdelijke besluiten.
Als we God aangenaam willen zijn, moeten we voornamelijk Gods weg bewandelen
en voldoen aan Zijn voorwaarden. De mensen van eertijds verstonden dat
zeer goed. God wil geen plaatsvervangingen, noch vernieuwingen, ook
geen veranderingen, noch toevoegingen of schrappingen, van Zijn woord.
Het is een harde les om te leren God aangenaam te zijn en niet te doen wat
wij graag hebben. Indien wij volharden met het doen wat ons bevalt,
vernederen wij God tot op onze hoogte, maar dan is de hemel voor altijd
verloren voor ons.
Lucas 16:15
Het woord "gruwel" betekent een uiterst walgelijke en hatelijke
houding. De dingen die de mens bevallen, als ze niet van God zijn,
maar voortkomen uit de eigen begeerten van de mens, veroorzaken Gods
uiterste vijandschap.
Daarom hebben wij een taak te volbrengen. Wij moeten de Gemeente, die
Jezus stichtte, en die voldoet aan de Bijbelse gegevens, vinden.
Hebreeën 8:5
Mozes ondervond dat hij, om God aangenaam te zijn, juist moest doen wat God
had gezegd. Ook wij moeten de Gemeente opbouwen zoals Hij het heeft
bevolen. Wij moeten "naar het voorbeeld" van Gods gegevens
bouwen. Ons doel in de wereld waarin wij nu leven, moet zijn : DE
NIEUWTESTAMENTISCHE GEMEENTE TE HERSTELLEN JUIST ZOALS ZE WAS IN DE EERSTE
EEUW.
II. GODS EIGENDOM
A. CHRISTUS' GEMEENTE
Matteus 16:18
De Gemeente is Christus' geestelijk bezit en behoort Hem alleen. Ik
heb het recht niet, naar mijn eigendom te noemen, noch om het even welke
persoon of groep. Christus' Gemeente moet altijd tonen wie ze
toebehoort.
B. EEN GEESTELIJK HUIS
1 Petrus 2:5
De Gemeente is een geestelijk geheel, waarvan de enige fysieke eigenschap te
vinden is in de zielen van de mensen. Wij kunnen de geestelijke
woonplaats niet weg doen, noch onze lichamen. Wij zijn allemaal
complete wezens, lichamen en alles inbegrepen. De Gemeente is niet
opgebouwd met stenen en mortel; maar volledig met de Christenen zelf.
Zij is de enige band tussen de "Geestelijke" God en de materiële,
fysieke mens.
C. EEN EENGEMAAKTE GEMEENTE
1. CHRISTUS IS HET ENE HOOFD
Efeziërs 1:22-23
God heeft Jezus het hoofd van de Gemeente gemaakte. Gelieve hier op te
merken dat de idee van lichaam en gemeente samen gaan, als zijnde hetzelfde.
Iedere man of groep van mensen, die aanspraak maken het hoofd van de Kerk,
de Gemeente, te zijn, stelt zich in de plaats van Christus en kan niet juist
zijn in Gods ogen. Het hoofd en het lichaam kunnen niet gescheiden
worden, noch kunnen zij vervangen worden. Een gezond lichaam
functioneert goed, omdat het één geheel vormt. Het hoofd geeft de
bevelen en het lichaam voert ze uit. De Heer heeft ons, in het Nieuwe
Testament, onze instructies gegeven .. WIJ MOETEN DEZE INSTRUCTIES IN ONS
LEVEN UITVOEREN. Kan u zich voorstellen in welke onmogelijke situatie
men zich zou bevinden, moest men één lichaam hebben met meerdere hoofden,
of één hoofd met verschillende lichamen?
2. ER IS MAAR ÉÉN GEMEENTE
Efeziérs 4:4-5
In dit geval hier, betekent het woord "ÉÉN", dat er absoluut
geen scheiding is tussen al de aangehaalde punten. Ze zijn allen samen
verenigd en toch heeft elk zijn eigen bedoeling. Slechts één van elk
wordt opgesomd. Een veelvuldigheid verdeelt en vernietigt de eenheid
van de Schrift en de eenheid van de Godheid. Haast iedereen gaat
akkoord dat er één God is. Vergelijk de twee bovenstaande teksten,
het ENÉ LICHAAM en het LICHAAM IS DE GEMEENTE. Juist daarom aan de
hand van deze samenhang kunnen wij zeggen : er is maar ÉÉN GEMEENTE.
Deze teksten verwijzen ook op geen enkele wijze naar zoiets als een
universele kerk, zoals sommigen leren. Deze leer wordt nergens in de
Bijbel verkondigd. In feite is het verkeerd om deze teksten op om het
even welke kerk toe te passen, wat ze tegenwoordig ook mogen leren.
Zoals we in de laatste lessen zagen, IS HET WEL VAN BELANG WAT WIJ ALLEN
GELOVEN!
3. VEEL AFZONDERLIJKE LEDEN
Romeinen 12:4-5
Hier is een andere uiting van het ene Lichaam van Christus. Er is maar
ÉÉN en niet VELE. Deze passage gebruiken om te zeggen dat hier
verwezen wordt naar de verschillende denominaties of kerken, is eenvoudig de
schoonheid van de voorstelling teniet doen. Er is ÉÉN en slechts
ÉÉN GEMEENTE! Paulus spreekt hier over afzonderlijke personen en
zeker niet tot verschillende groepen mensen. (NOTA : Zie ook 1
Korintiërs 12:12-27).
4. VERDELING VEROORDEELD
1 Korintiërs 1:10-12
Verdeling heeft God nooit goedgekeurd. Gods natuur is één en dat
verwacht Hij van Zijn volgelingen ook. Paulus BEVEELT hier EENHEID.
Dan veroordeelt hij splitsing in verschillende delen, of zoals het nu
genoemd word : denominaties.
NOTEER : Ik ben van Paulus
Ik ben van Apollos
Ik ben van Cephas (Petrus)
Ik ben van Christus.
"Is Christus verdeeld?" Neen!!! Hij is het hoofd niet
van vele lichamen, maar slechts van ÉÉN. Alhoewel wij hier mannen
hebben die het waard zijn nagevolgd te worden, zien wij dat het gebruik van
namen slechts leidt tot verdeling. Er waren dan geen soorten
Christenen en zo moeten er nu ook geen zijn. WAT IS ER VERKEERD AAN
ALLEEN MAAR CHRISTEN TE ZIJN?
Als de Gemeente één is, en in geen enkel opzicht verdeeld, dan is er iets
mis als we rondom ons heen zoveel verschillende kerken zien? De enige
manier om de WIL VAN GOD hierin te kennen, is terug te gaan naar het Nieuwe
Testament en daar de antwoorden te vinden. Juist zoals wij een patroon
gebruiken om iets te naaien. Zo moeten wij ons gedragen naar het
patroon van het Nieuwe Testament.
5. DE GEMEENTE IS BELANGRIJK
Men zegt de dag van vandaag dat het niets uitmaakt tot welke kerk men
behoort. Velen zeggen zelfs dat de Gemeente helemaal niet van belang
is wat de redding betreft. Christus echter leerde het anders.
Handelingen 20:28
Hier vermaant Paulus sommige leiders van de Gemeente, de Gemeente juist te
onderrichten. Hier is het belangrijkste dat wij zien dat de Gemeente
werd GEKOCHT, VERKREGEN, GESCHAPEN DOOR CHRISTUS' VERGOTEN BLOED. Het
moest wel zeer belangrijk geweest zijn voor Hem, dat Hij er voor stierf.
Zo is het ook voor ons erg belangrijk dat wij haar juist zo herstellen,
zoals zij in het Nieuwe Testament te vinden is.
III. VASTSTELLING VAN EIGENAAR
Is het belangrijk vast te stellen van wie de Gemeente is? Zijn namen
belangrijk? Zou u uw vrouw bij mijn naam willen noemen? Zou u
het goed vinden moest ik uw checks en waardepapieren ondertekenen? De
namen tonen aan wie men is of toebehoort ... en Christus is de enige
eigenaar van de Gemeente... daarom zijn namen wel belangrijk. Als in
alles zijn de namen door de Schrift bekrachtigd, de enige die wij kunnen
gebruiken zo we God willen welgevallig zijn.
A. HET LICHAAM VAN CHRISTUS
1 Korintiërs 12:27
Door deze naam wordt de verhouding van Christus met Zijn lichaam samen
gebonden. Lees even opnieuw de passage in Efeziërs
1:22-23 en let op de verhouding Gemeente/Lichaam. Dit is zeer
duidelijk geschreven en toe te passen op Christenen die samenkomen in één
groep en op één plaats.
B. GEMEENTE VAN CHRISTUS
Romeinen 16:16b en Galaten 1:22
Hier wordt deze naam in 't meervoud gebruikt "gemeenten."
Dit betekent niet opnieuw verschillende GEMEENTEN naar verscheidene
vergaderingen of groepen die Christus toebehoren. Paulus spreekt tot
verschillende afzonderlijke vergaderingen die hun groeten aan de Gemeente
van Christus in Rome overbrachten. Moest hij slechts één vergadering
bedoeld hebben dan zou hij de term in 't enkelvoud "GEMEENTE VAN
CHRISTUS" gebruikt hebben.
C. GODS GEMEENTE IN CHRISTUS
1 Korintiërs 1:2
In deze passage wordt God aangetoond als de totale eigenaar en bezitter van
de Gemeente. Natuurlijk is alles wat Christus heeft van God, want Hij
is ook God. Zo is dit dan ook een juiste naam.
D. GEMEENTE VAN DE EERSTGEBORENEN
Hebreeën 12:23
Jezus wordt de Eerstgeborene van God genoemd. Zij die deel uitmaken
van deze vergadering, hebben een hemelse relatie. Dit toont aan dat de
Gemeente de aardse verblijfplaats van een Christen is, in afwachting van de
hemelse woning.
E. VERLOSSING WORDT IN DE GEMEENTE GEVONDEN
1. GEEN ANDERE
NAAM REDT
Handelingen 4:12
Wij kunnen overal rond gaan zoeken, maar wij kunnen het slechts vinden in de
NAAM VAN CHRISTUS. De naam is belangrijk omdat Hij de geredden en de
redding tot stand bracht. Als u er iets aan toevoegt, wijkt u zo van
Christus af.
2. KLEINE DINGEN TELLEN
Jakobus 2:10
De meesten zeggen dat dit punt onbelangrijk is. Maar mogen de mensen
beweren dat er in Christus' wet iets onbelangrijk is? Mogen wij zeggen
dat God, door de Heilige Geest, die het neerschrijven van deze woorden
inspireerde; hier zo maar worden verkwist?
[NOTA : Eén van deze namen, of allen mogen gebruikt worden voor de
Gemeente. Vooraleer u een andere naam toevoegt of deze kerk noemt naar
haar volgelingen als "Christenen Kerk" of
"Broedergemeente" of "Gods Bazuin", enz., lees dan zeker
eerst eens Openbaring 22:18-19. Elke door
mensen gemaakte naam of titel bevestigt dat deze de mensen toebehoort en
niet Christus. De mensen hebben het recht niet hun zelf gekozen namen
te geven aan Gods verhevenste instelling.]
IV. PERSOONLIJKE IDENTIFICATIE
Wij moeten vaststellen dat al deze namen slechts dienen tot nadere
omschrijving, nooit was het de bedoeling dat ze aanspreektitels zouden
worden.
A. DISCIPELS OF CHRISTENEN
Handelingen 11:26
Het woord "discipel" betekent : iemand die volgt. Het woord
"Christen" betekent dat men de gedaante van Christus heeft
aangedaan, anders nog : dat men met Christus werd bekleed. In het
Nieuwe Testament wordt er verwezen naar deze of gene soort ... ER WAS MAAR
ÉÉN SOORT.
B. HEILIGEN
Romeinen 1:7
Het gaat hier niet over een grote heilige persoon of een elite klasse, of
iemand de heilige werd verklaard en "Sint" genoemd wordt na het
verrichten van één of andere grote daad; of na de dood van een goed mens.
De betekenis van het woord "heilige" is dat van een persoon die
Christus gehoorzaamt en van de wereld werd "afgezonderd."
Iedere Christen is een "heilige" vanaf hij Christen wordt.
Dit is niet een titel, maar de omschrijving van iemand die uit zijn zondige
toestand overging naar een nieuw leven, dat slechts in Christus te vinden
is.
C. BROEDERS EN ZUSTERS
Galaten 6:1
Allen die deel uitmaken van Gods geestelijke familie, zijn broeders en
zusters in Christus. Hier hebben wij de bezorgheid van een broeder in
Christus, die tot uiting komt in het woord : "broeder." Het
was geen speciaal ambt in de Gemeente. Iemand die Christus niet
gehoorzaamt is geen broeder of zuster. Dit om het verwantschap aan te
tonen van Christenen in Gods familie. Er is geen andere verwantschap
of aarde te vinden die is als deze.
Jakobus 2:14-17
[NOTA : Wij moeten opnieuw de regel van bijvoegen of afdoen, in acht nemen,
zoals in het laatste onderwerp besproken. Als we deze namen een andere
betekenis geven dan deze uit het Nieuwe Testament, dan verwijderen wij ons
van Gods welbehagen. Wij mogen niet vergeten dat door mensen gemaakte
aanspreektitels, alleen maar God beledigen. Onze motieven moeten enkel
en alleen zijn GOD TE BEHAGEN OP DE MANIER DIE HIJ ONS VOORSCHRIJFT.]
V. REDDING IN DE GEMEENTE
A. DE GEREDDEN ZIJN DE GEMEENTE
Handelingen 2:47
Van hun die de leer van Christus, door de apostel Petrus verkondigd,
gehoorzaamde; werden alleen de GEREDDEN aan de Gemeente toegevoegd.
Wat God betreft is dit de enige plaats op aarde voor de geredden. God
is de enige die de registers bijhoudt (niet de Gemeente) en de enige rechter
(niet de Gemeente) van wat in het menselijk hart omgaat. Nergens vindt
men in de Bijbel iets als : "Sluit aan bij de kerk van uw keuze."
In werkelijkheid was er geen keus in het Nieuw Testament, ER WAS MAAR ÉÉN
GEMEENTE. Als men Christus gehoorzaamt, Zijn weg gaat, wordt men
toegevoegd : bij de Gemeente door Christus uitverkoren, of Zijn Gemeente.
De idee van "aansluiten" is onschriftuurlijk.
B. MEN MOET IN HET KONINKRIJK ZIJN
Kolossenzen 1:11-14
Wij wezen er reeds op in de lessen 3 en 4 dat het Koninkrijk en de Gemeente
hetzelfde zijn. Als men uit de "duisternis" van zonden komt
wordt men overgeplaatst in het BESTAANDE KONINKRIJK VAN CHRISTUS. Dit
is de Gemeente van de Heer. Het Koninkrijk in deze passage genoemd,
wordt in de tegenwoordige tijd vermeld, dus als reeds bestaande, niet iets
dat over vele jaren eens zal komen.
C. HET HUIS VAN GOD
1 Timoteus 3:15
Gods huis is de Gemeente van de Heer en het is de plaats waar de waarheid
gehandhaafd wordt en verblijft. Men kan gedeeltelijke waarheid vinden
buiten haar, maar de volle waarheid is slechts te vinden in de Gemeente die
opgebouwd is naar het in Gods woord gegeven patroon. Dit is de
"IN" verhouding, die van hemelse betekenis is. Het toont aan
dat een Christen altijd in DE GEMEENTE IS.
D. HET OORDEEL BEGINT HIER
1 Petrus 4:16-18
Gods huishouden is de Gemeente en daar is het dat Gods oordeel zal beginnen.
Deze staan het dichtst bij God en van daaruit zal Hij met de zondaars
afrekenen. Als deze grote dag komt, zullen de Christenen Hem het eerst
ontmoeten. De zondaars zullen Hem niet willen ontmoeten.
[NOTA : In het Nieuwe Testament is er geen enkele aanwijzing dat de kerk een
gebouw is van stenen en mortel, of hout, maar altijd bestaat uit mensen die
GOD GEHOORZAMEN. Men moet er zorgvuldig opletten geen termen of titels
te gebruiken die tot verwarring leiden.]
VI. ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE
Als een Gemeente georganiseerd is zoals deze in de Bijbel, dan is ze zoals
Christus ze hebben wil. Hoe zou Christus kunnen tevreden zijn over een
Gemeente die georganiseerd is naar de ideeën en schema's van mensen?
Of hoe zou Hij tevreden zijn over een organisatie gesteund op traditie en
menselijke wijsheid?
Er zijn haast evenveel organisaties als er kerken zijn. Ze kunnen niet
allen juist zijn. Men zegt dat de gevolgde methode "hun
manier" van doen is. Hoe kunnen wij, wat de mensen er van maken,
juist verklaren als God, door inspiratie, de weg heeft aangetoond in het
Nieuwe Testament.
ORGANIZATIE VAN DE KATOLIEKE KERK
C H R I S T US
P A U S
KARDINAAL
AARTSHBISSCHOP
BISSCHOP
PRIESTER PRIESTER PRIESTER PRIESTER
Kerk Kerk Kerk Kerk
Diakon Diakon Diakon Diakon
Lid Lid Lid Lid
Lid Lid Lid Lid
Lid Lid Lid Lid
Lid Lid Lid Lid
DIAGRAM VAN DE DOORSNEE PROTESTANTSE KERK
C H R I S T U S
KERKRAAD, OF SYNODE
BISSCHOP
PASTOOR PASTOOR PASTOOR PASTOOR
Kerk Kerk Kerk Kerk
Lid Lid Lid Lid
Lid Lid Lid Lid
Lid Lid Lid Lid
Lid Lid Lid Lid
A. LEIDING IN DE GEMEENTE
Deze groep mannen worden altijd in 't meervoud vermeld. Hun algemene
naam is "oudsten." In het Nieuwe Testament is er nooit één
enkele oudste (of pastoor) alleen als leider te vinden. Deze mannen
waren zeer bekwame personen en allen gelijk in de Gemeente. Ze worden
op verschillende plaatsen genoemd of beschreven; "herders"
(verwijst naar het hoeden van de kudde), "oudsten" (verwijst naar
oudere en meer ervaren broeders), "voorgangers" (zijn hun die een
vergadering leiden en organiseren), en "bisschop" of
"opziener" (toont hen aan die opzicht heeft over de ontwikkeling
van de groep). Dit zijn allen beschrijvende termen, maar nooit was het
de bedoeling er titels van te maken. De nieuwtestamentische Gemeente
was "autonoom", met de leiding gevestigd op plaatselijk niveau.
Nooit was er één enkele man leider of pastoor over meer dan één
plaatselijke Gemeente en ook nooit één enkele man of pastoor leider over
één enkele Gemeente.
1. EIGENSCHAPPEN VAN DE OUDSTEN
1 Timoteus 3:1-7 en Titus 1:5-9
Eerst en vooral moeten wij hier de overeenstemming van deze passages
noteren. Ze zijn haast in alles gelijk. Het enige verschil is
dat de beschrijving van de personen die men "opzieners" en
"oudsten" noemt, in omgekeerde volgorde gebruikt worden. De
hoofdbedoeling is hier aan te tonen dat de Heer voorschreef welk soort
mannen een plaatselijke vergadering moeten leiden. U kan zien dat het
hier niet gaat om politieke invloed of materieël aanzien (bvb. hun
welstand), maar er wordt een levendige klemtoon gelegd op hun geestelijke
rijpheid en hun invloed op anderen. De plaatselijke vergadering kiest
die mannen uit haar eigen midden. Als deze leiders niet aan de
opgesomde vereisten voldoen, dan houdt de plaatselijke Gemeente op Christus'
Gemeente te zijn.
2. MEER DAN ÉÉN PLAATSELIJK
LEIDER
Handelingen 20:17, 28
De hier gebruikte termen (de volledige paragraaf) werden weer afwisselend
gebruikt voor een gelijke groep leiders van één plaatselijke Gemeente.
Ze worden hier weer in 't meervoud de "oudsten" genoemd. Het
is nooit de bedoeling dat één leider "pastoor",
"priester", "pater" of "dominee" wordt in de
plaatselijke vergadering. Het priesterschap zoals wij het nu in de
religieuze wereld zien, wordt nergens in het Nieuwe Testament gevonden.
Handelingen 14:23
Deze mannen werden aangesteld om hun bepaalde eigenschappen, door de mensen
die daar samen kwamen. Het zijn de "oudsten" (meervoud) in
iedere "Gemeente" (enkelvoud). Het ingewikkeld mechanisme
van door mensen gemaakte instellingen hebben heel wat gedaan om scheiding te
brengen in onze hedendaagse religieuze wereld. Hoe groter de
organisatie wordt, hoe meer aandacht ze voor haar opeist en hoe groter de
kosten worden, tot er geen einde komt aan de eisen. Het is eveneens
verkeerd dat er slechts één oudste de Gemeente overheerst. Als er
maar één man beschikbaar is, worden er geen aangesteld tot er tenminste
twee bevoegd zijn.
3. ZIJ LEIDEN DE GEMEENTE
Hebreeën 13:17
Van hun wordt een scherpzinnige verantwoordelijkheid verwacht. Het
leiden van een Gemeente hangt af van het feit of de Gemeente hun leiding
aanvaardt. Een leider heeft volgelingen nodig, anders is hij geen
leider als er niemand hem volgt.
B. DIENST IN DE GEMEENTE
Er zijn mannen die leiding geven en mannen die de beslissing van hun leiders
uitvoeren.
1 Timoteus 3:8-12
U kan zien dat die mannen van uitzonderlijke bekwaamheid zijn. Het
woord "diaken" betekent letterlijk "dienaar." Ze
zijn de afhankelijke werkers in de Gemeente. Zij beslissen niet, dat
is de taak van de oudsten, maar zij voeren deze genomen beslissingen uit.
C. PREDIKERS
De prediker is de boodschapper van het woord. De enige vorm van
leiderschap die hij heeft, is deze van het onderricht geven. Het
Nieuwe Testament beschrijft zijn taak als "prediker" of
"evangelist." Het is zeker niet de bedoeling dat dit titels
worden. Er is geen plaats in de Schrift die de prediker als een
plaatselijke leider van de Gemeente aanstelt. In werkelijkheid is hij
Gods dienaar voor de plaatselijke Gemeente. De oudsten hebben opzicht
over de prediker en zijn er ook voor verantwoordelijk dat hij de Bijbelse
waarheid verkondigt.
Ook mogen er geen vrouwen leiding nemen of prediken in de Gemeente.
1 Korintiërs 14:34 en 1 Timoteus 2:11-12
Er is geen verwijzing naar een GEESTELIJKHEID, ook zijn er geen LEKEN in het
Nieuwe Testament. Ze zijn allen dienaars van Christus en evenwaardig
in hun relatie tot God.
1. HET PROBLEEM VAN
AANSPREEKTITELS
Matteus 23:8-12
Hier veroordeelt Jezus speciaal het geven van titels aan mensen. De
term "vader" of "rabbi" (leraar) wordt speciaal genoemd.
Een vandaag de dag veel gebruikte term is "Eerwaarde" of
"Dominee." Deze termen worden in de Bijbel alleen aan God
gegeven, daarom is het zo verwaand als mensen zichzelf verheffen op de
hoogte van God. Wordt iemand schuldig gevonden aan zelfverheerlijking,
dan zal hij vernederd worden, zegt Jezus. Iedereen is een broeder voor
de ander, geen enkele is meer dan de ander, ook niet minder. Talent, aanzien
of macht verheffen niemand boven de andere in de Gemeente, ze vernietigen
slechts de Gemeente.
2. TAAK VAN DE EVANGELIE
VERKONDIGING
2 Timoteus 4:2
VERKONDIG ... met onvermoeibare ijver een steeds bereid zijnde : politiek,
sociale hervorming, geld, ... NEEN! VERKONDIG HET WOORD.
D. LERAARS
Hebreeën 5:12
Na een zekere tijd moeten allen die groeien als Christenen leraars worden.
Ze kunnen opgeleid worden in de Gemeente of door een privé-studie met hun
die Christus nog niet kennen. Het Christendom is geen GEBEURTENIS, het
is een ONDERWEZEN GODSDIENST. Er zijn dan ook bepaalde waarschuwingen
die zij, die onderricht geven, in acht moeten nemen.
Jakobus 3:1
Daarom moet de leraar bijzonder voorzichtig zijn wat hij zegt.
E. EENHEID IN ORGANISATIE
Efeziërs 4:15-16
Hier wordt een groeien in de liefde gevonden als nergens elders in de
wereld. Het is een geheel lichaam dat behoorlijk werkt. Niet een
verdeeld lichaam dat in alles gehinderd wordt. Dit lichaam groeit,
onderhoudt en breidt zichzelf uit, in de plaatselijke vergadering, Gemeente
genoemd, juist zoals Christus het instelde.
DIAGRAM VAN EEN SCHRIFTUURLIJKE ORGANISATIE
CHRISTUS
DE ENIGE HOOFD VAN DE GEMEENTE
PLAATSELIJKE PLAATSELIJKE PLAATSELIJKE
GEMEENTE GEMEENTE GEMEENTE
Leden allemaal Leden allemaal Leden allemaal
Oudsten Oudsten Oudsten
Diakenen Diakenen Diakenen
Predikers Predikers Predikers
Leraars Leraars Leraars
Leden Leden Leden
Allemaal gelijk
Alle gemeenten zelfstandig en onafhankelijk
Absoluut geen centraal hoofdkwartier
DE GEMEENTE DIE JEZUS STICHTTE
OEFENINGEN
A. VRAGEN OVER DE INHOUD :
1. Hoeveel gemeenten worden er door God goedgekeurd?
2. Maak een lijst op van de verschillende namen, die in deze les, aan de
Gemeente gegeven worden.
3. Maak een lijst op van de verschillende namen, die in deze les, aan de
Christenen gegeven worden.
4. Wat is de hoofdbedoeling van de diakenen in de Gemeente?
5. Wat is de Bijbelse betekenis van de term "gemeente?"
B. WAAR OF VALS?
[Zet 'W' (waar) of 'V' (vals) bij het geschikte antwoord.]
_____ 1. Gods huis is een huis van stenen en mortel.
_____ 2. Christus is tevreden over al de verschillende kerken die er
vandaag te vinden zijn.
_____ 3. De geredde personen zijn toegevoegd tot Christus' gemeente.
_____ 4. De oudsten van de plaatselijke vergadering moeten getrouwd
zijn.
_____ 5. Het hoofd van de plaatselijke gemeente wordt priester'
genoemd.
C. ONDERSTREEP HET JUISTE ANTWOORD :
1. Met welke naam beschrijft men best de organisatie van de Gemeente van
Christus?
a. Hierarchie met één man aan 't hoofd.
b. Hierarchie met een leiding gevende raad.
c. Een plaatselijke groep met alleen Christus als hoofd.
d. Helemaal geen wereldse organisatie.
2. Noem de namen, in het Nieuwe Testament gebruikt, om de leiders van een
plaatselijke gemeente aan te duiden?
a. Oudsten.
b. Priesters.
c. Dominee.
d. Er zijn geen gekende leiders.
3. Hoe kunnen wij hen noemen die hun leven wijden aan de gemeente?
a. Priesters.
b. Eerwaarde Vader.
c. Bisschoppen.
d. Helemaal geen titels.
4. Wie is het hoofd van de Gemeente?
a. Christus.
b. De Paus.
c. Een raad.
d. Helemaal geen hoofd.
5. Aan welke standaard is de hedendaagse Gemeente gebonden?
a. Eén man die iedereen gehoorzaam moet volgen.
b. Het Nieuwe Testament.
c. Een raad van mannen die alle geschillen bijleggen.
d. Stap over alle geschillen heen en iedere persoon kan best doen wat hij
denkt juist te zijn, zonder anderen te oordelen.
D. PLAATS VOOR UW EIGEN VRAGEN :
Vorige