LES 1: AARTSVADERLIJK TIJDPERK

 

Psalm 119:105 "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad."


Op het einde van deze les vindt u enkele vragen.  Gelieve deze te beantwoorden en de oplossingen naar dit (peter@gemeentevanchristus.be) emailadres terug te sturen, waar uw antwoorden zullen worden nagezien.  Dit zal snel gebeuren.  Indien het antwoord niet juist is zal dit worden aangetoond en het juiste antwoord zal tot uw attentie gegeven worden.  Wij hopen van harte dat deze bijbelstudie u zal bevallen. 

I.  INLEIDING

A. DOEL VAN DEZE STUDIE
Het doel van deze studie is om u een beknopt overzicht te geven van de Bijbel.  Het is onze vurige wens dat u hiermee vertrouwen krijgt in Gods woord en dat dit u dichter bij Christus mag brengen.
Psalm 19:8-10

B. ENKELE GEGEVENS BETREFFENDE DE BIJBEL

Het is altijd goed te beginnen met de basisgegevens opdat wij de informatie die we zoeken, gemakkelijk zouden kunnen vinden.
        1. INHOUD VAN DE BIJBEL
Als u even de inhoudstabel van uw Bijbel openslaat, dan ziet u dat er twee hoofdindelingen zijn : het Oude Testament en het Nieuwe Testament.  Elk daarvan is verdeeld in verschillende onderafdelingen: "boeken" genoemd.
                a. HET OUDE TESTAMENT
Het Oude Testament is de geschiedenis van het volk Israël.  Deze groep van mensen worden soms ook de Hebreeën en later het joodse volk genoemd.  Het Oude Testament is in vier groepen verdeeld.
1) De Pentateuch of Wet (de 5 boeken van Mozes) van Genesis tot en met Deuteronomium.
2) De Geschiedenis (12 boeken) van Jozua tot en met Ester.
3) De Poezië (5 boeken) van Job tot en met 't Hooglied.
4) De profeten (17 boeken) van Jesaja tot en met Maleachi.
                b. HET NIEUWE TESTAMENT
Het Nieuwe Testament is de geschiedenis van Jezus Christus, de Zoon van God, en het bevat Gods wil voor ons vandaag.  Het is ook in vier groepen verdeeld.
1) De Evangeliën (4 boeken) de biografie van Jezus Christus; van Matteus tot en met Johannes.
2) De Geschiedenis (1 boek) het wedervaren van de eerste gemeente, de Handelingen van de apostelen.
3) De Brieven (21 boeken) aan Christenen geschreven, van Romeinen tot en met Judas.
4) De Profetie (1 boek) het spreekt zeer symbolische taal in verband met de toekomst van de gemeente : de Openbaring.

C. ENKELE BASISOVERWEGINGEN
        1. DE MENS HEEFT GODS LEIDING NODIG
Jeremia 10:23
Het komt er niet op aan hoe goed wij van ons zelf denken te zijn, wij hebben God nodig om de weg te vinden.  Geen enkele studie loont de moeite tenzij wij aanvaarden dat het Gods hemel en Gods aarde en Gods oordeel is, daarom moeten wij er zorg voor dragen om op GODS WEG TE GAAN!
        2. SOMMIGE DINGEN ZIJN MOEILIJK TE VERSTAAN
Deuteronomium 29:29
De dingen die ons verstand te boven gaan zijn in Gods handen, maar de Bijbel is ons gegeven en de centrale boodschap, die erin staat, kunnen wij verstaan.
        3. WIJ MOETEN ONS INSPANNEN OM IJVERIG TE STUDEREN
2 Timoteus 2:15 (N.T.)
Onze instemming moeten wij betuigen in gehoorzaamheid aan God en het rechtmatig gebruik van Zijn woord : de Bijbel.  Om alles goed te begrijpen moeten wij de dingen op de juiste plaats laten.  Laten wij niets uit het verband halen!

D. BIJBELSE TIJDPERKEN
Hier is een algemeen chronologisch overzicht van de Bijbel.  Er zijn drie duidelijke tijdperken in de Bijbel beschreven.
        1. AARTSVADERLIJK TIJDPERK.  Letterlijk de tijd van de Aartsvaders of Patriarchen, die als hoofd van de stam leiding gaven.
        2. MOZAISCHE TIJDPERK.  Het tijdperk onder de geschreven wet, toen Israël een natie werd, het werd genoemd naar zijn wetgever, Mozes.
        3. HET CHRISTELIJK TIJDPERK.  Het tijdperk waarin wij nu dienen, begonnen met de dood van Christus en naar Hem genoemd.

II. HET BEGIN

A. DE SCHEPPING
        1. GOD SCHEPT HEMEL EN AARDE
Genesis 1:1-2
De Bijbel tracht niet te bewijzen dat er een God is.  Iemand zei eens dat een mens in staat is dat te weten zonder de Bijbel.  God is een Wezen van actie en Zijn Geest wordt hier gezien in het scheppingsproces.
        2. SCHEPPING VAN HET DIERENRIJK
"Scheppen" voor God, is iets maken uit niets.  God, de Schepper is niet beperkt zoals wij zijn.  Bij Hem zijn alle dingen mogelijk.
Genesis 1:24-25
De sleutel tot een zuiver begrip is de zin : een ieder "naar zijn aard," dat de idee van evolutie meteen weerlegt.  Vandaag de dag is er geen overgang te vinden van de ene soort naar een andere, zoals er ook geen was in 't verleden.  Evolutie is nog steeds een theorie die bewezen moet worden.  Waar te kiezen valt tussen de twee ideeën, is het nog altijd het scheppingsverhaal, zoals het in het Oude Testament wordt gebracht, dat de minste vragen onbeantwoord laat en dat er boven elke andere uitleg staat.
        3. DE SCHEPPING VAN DE MAN
Genesis 1:26-28 en 2:7-9
Het beeld van God in de mens is zijn geestelijk beeld of de ziel.  God is Geest (Johannes 4:24) en dat is het beeld dat eeuwig voortleeft in de mens.
        4. DE SCHEPPING VAN DE VROUW
Genesis 2:21-24
De vrouw is geschapen tot een hulp van de man.  De tweede wet aan de mens gegeven is deze van het huwelijk.  Deze was gegeven toen ze nog in de hof van Eden waren en het is dit gedeelte van de natuurlijke wet dat nog steeds geldig is.
        5. DE HOF VAN EDEN
Genesis 2:15-17
"Bewerken en bewaren" is vrij zachte taal, het werd van de mens in de hof als verzorger maar niet als slaaf of arbeider.  Hier geeft God een wet aan de mens.  In feite is het een keuze die de mens te maken heeft.  Het heeft geen zin te discussiëren over welk soort boom het ging, dat brengt ons niet verder.  Waarover het gaat is of de mens aan God wil gehoorzamen en leven, of God verwerpen en de geestelijke dood sterven.  Iedereen staat, ook nu nog, voor dezelfde keus.  Het gebod is eenvoudig : "Niet eten!", evenals de straf "gij zult sterven."

B. DE ZONDEVAL
        1. DE VERZOEKING
Dit is om te testen of de mens God wil gehoorzamen!
Genesis 3:4-7
Satan veranderde Gods gebod gedeeltelijk door slechts één woord tussenin te voegen : "U zult geenzins sterven."  Dan voegde hij er een aantrekkelijke commentaar aan toe.  Dat is wat vandaag de dag nog gebeurt in de religieuze wereld.  Juist enkele kleine veranderingen hier en daar, zodat WAT GOD WERKELIJK WIL, uit 't oog verloren wordt.
        2. GEVOLGEN VAN HUN ZONDE
                a. SATAN WORDT VERVLOEKT
Genesis 3:14-15
Satan wordt vervloekt en het dier dat hij gebruikte om Eva te verleiden wordt vernederd.  De zonde betekent de DOOD voor de mens.  De mensheid erfde de schuld van Adams zonde niet (Ezechiël 18:19-22).
                b. EVA WORDT GESTRAFT
Genesis 3:16
Eva's positie is veranderd.  Nu is zij in volledige onderwerping aan haar man verbonden en zij zal het moeilijk hebben kinderen te baren.
                c. ADAMS STRAF
Genesis 3:17-19
Nu zal hij hard moeten werken om te kunnen leven.  Het "zweet uws aanschijns" lijkt helemaal niet meer op "bewerken en bewaren."  De fysische dood is nu een harde werkelijkheid geworden voor Adam en Eva.  De geestelijke dood had reeds plaats gevonden.  Dit betekent : zich van God afzonderen door hun eigen zonden.
Jesaja 59:1-2 

C. VOORTDURENDE GODDELOOSHEID
        1. DE PLICHT VAN DE MENS
De mens heeft zeker een reden van bestaan op aarde.  De wijze koning Salomo kwam ook tot dit besluit na een zondig leven geleid te hebben en tot God te zijn teruggekeerd.
Prediker 12:13-14
Wij hebben geen ander doel hier op aarde.  Van alles wat wij ondernemen dragen wij persoonlijk de verantwoordelijkheid.
        2. DE MENS ALS UITVINDER
De mensen zijn nooit tevreden en zijn soms bezig dingen te verbeteren die helemaal niet nodig zijn.  Salomo heeft dit feit zeer duidelijk vastgesteld.
Prediker 7:29
        3. KAÏN EN ABEL
Ofschoon de mens, wat God betreft, volmaakt werd geschapen, is deze snel in twee kampen verdeeld zoals wij zien bij Kaïn en Abel.
Genesis 4:3-7
Er valt opnieuw te kiezen.  Zullen zij proberen God te behagen of zullen zij zelfzuchtig zijn?  Kaïn is het slachtoffer van het menselijke wijsheid : "Het doet er niet veel toe hoe we aanbidden, wij gaan toch allen naar dezelfde plaats."  Er is wel een groot verschil want wij gaan niet allen naar dezelfde plaats.
Het offeren van het beste uit de kudde was een beproeving van de mensen hun bekwaamheid tegenover Gods wil.  Het lam zelf deed niets, maar door gehoorzaam te zijn toonde Abel werkelijk in God te geloven.  Kaïn bracht het juist offer niet, alhoewel hij geloofde in God.  Toen hij de kans kreeg om berouw te tonen, verwierp hij deze en uit jaloersheid doodde hij Abel.
        4. SLECHTS KWAAD WORDT OP AARDE GEVONDEN
Stel u voor dat er in de plaats waar u woont, geen enkele goede invloed meer binnenin haar grenzen te vinden is.  Het zou verschrikkelijk zijn!  Zo zag er de wereld uit ten tijde van Noach.
Genesis 6:5-7
Er was niets goeds meer op aarde te vinden en God veranderde Zijn mening en besloot Zijn schepping te vernietigen.  Er was slechts één uitzondering.
Genesis 6:9
Het woord "genade" betekent dat Noach door zijn wandel in de gunst van God stond.  Zo gaf God hem enkele te volgen onderrichtingen.
Genesis 6:14-17
Denkt u dat God het goed gevonden zou hebben indien Noach had beslist, het voorgeschreven goferhout door dennenhout te veranderen?

III. DE AARTSVADERS

A. DE ROEPING VAN ABRAHAM
        1. ZIJN ROEPING UIT HARAN
Genesis 12:1-2
Abram (Abraham) was één van de achter ... achterkleinzoons van Noach.  Hem werd gevraagd zijn land te verlaten en te gaan waar hij een groot volk zal worden.  Hij was 75 jaar oud en zijn vrouw, Sara, 65, toen zij Haran verlieten.  In de gegeven voorspelling is de belofte van Christus komst begrepen.  "En met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden."  Toen had Abram (Abraham) nog geen kinderen.
        2. HET BELOOFDE ZAAD
Galaten 3:16 (N.T.)
Dit is de hoop die van vader op zoon, over de nakomelingen van Abraham heen, doorliep tot zij in Christus vervuld werd.
        3. ISAAK WORDT OPNIEUW BELOOFD
Genesis 18:10-12
Hun geloof word opnieuw beproefd en de belofte wordt vervuld met de geboorte van Isaak.

B. ISAAK
        1. ZIJN GEBOORTE
Genesis 21:1-3
Uiteindelijk werd de beloofde zoon, Isaak, geboren als Abraham 100 en Sara 90 jaar oud waren.
        2. EEN ONGEWOON OFFER
Genesis 22:1-3
Isaak was 12 jaar oud en God beproefde Abraham opnieuw om te zien of hij Hem waarlijk geloofde.  In het Nieuwe Testament leren wij een waardevolle les van Abraham.
Jakobus 2:20-24 (N.T.)
Geloven alleen is niet genoeg, wil iemand een volmaakt geloof bezitten, dan moet hij God gehoorzamen.  Let op Abrahams houding, het is of hij letterlijk, met beide handen, de gelegenheid vastgrijpt om God te gehoorzamen!
        3. ISAAKS VROUW
Genesis 24:67
Sara stierf en werd in de spelonk te Machpela begraven, de traditionele begraafplaats van de Aartsvaders.
        4. DE TWEE ZONEN
Genesis 25:23-26
Jakob is de bedrieger en hij speelt het klaar Ezau te bedotten en hem zijn eerstegeboorterecht te doen afzweren, daardoor moest hij vluchten naar Haran.

C. ISRAËL EN DE ISRAËLIETEN
        1. JAKOBS VROUWEN
Genesis 29:15-18
Jakob werd voor zijn gedrag hard gestraft.  Hij moest 14 jaar werken om Rachel mee te krijgen.  Zo had hij tenslotte twee vrouwen, waar hij 12 zonen bij had.  Dan keerde hij met hen naar Kanaän terug.
        2. JAKOB WORDT ISRAËL GENOEMD
Genesis 32:28
Dit mogen wij het keerpunt in Jakobs leven noemen.
        3. DE TWAALF STAMMEN ISRAËLS
Genesis 35:23-27
Ieder van deze gezinnen groeide uit tot een stam van duizenden mensen en wordt haast doorheen het hele Oude Testament de ISRAËLIETEN genoemd.

D. VERBLIJF IN EGYPTE
        1. JOZEF, DE GELIEFKOOSDE ZOON
Genesis 37:3-5
Jozef, het door zijn vader bevoorrechte troetelkind, was de oorzaak van grote jaloersheid.  Daarbij kwam nog zijn voorspelling dat hij op zekere dag over zijn broeders en hun vader zou heersen.
        2. JOZEF ALS SLAAF VERKOCHT
Genesis 37:21 en 26-27
Israël zond Jozef naar Dothan om te kijken hoe het zijn broeders met de kudde ging.  Zijn broeders smeedden een komplot tegen hem om hem te doden, maar Ruben redde hem.  Dan stelde Juda voor om hem aan de Ismaëlieten te verkopen.  Deze kooplui brachten hem naar Egypte en verkochten hem aan Potifars huis, waar hij tenslotte in de gevangenis terecht kwam, als resultaat van een valse beschuldiging.  Daar ontmoette hij de bakker en de schenker van Farao en legde hen hun dromen uit.
        3. FARAO'S DROMEN
Toen herinnerde zich de schenker, Jozef in de gevangenis.
Genesis 41:9-13
        4. JOZEF HEERST OVER EGYPTE
Genesis 41:37-40
Zijn voorspellingen over de komende hongersnood werden waarheid.  De voedselschaarste was zo erg en duurde zo lang dat ook de Israëlieten Kanaän moesten verlaten om graan te gaan kopen in Egypte.  Al deze jaren lang had de oude Israël een leugen geloofd.  Denk jij dat je net hetzelfde zou doen?
        5. ISRAËL TREKT NAAR EGYPTE
Genesis 47:5-6
Zij kregen het beste deel van Egypte omdat Jozef in Farao's gunst stond.
        6. ISRAËLS DOOD
Alles ging goed in Egypte en Israël werd oud, hij was zeer gelukkig bij zijn zoon Jozef.
Genesis 49:33
Jozef bezorgde zijn vader een grote begrafenis en legde hem bij in de spelonk van Machpela in Kanaän, de traditionele familiebegraafplaats.
        7. JOZEFS DOOD
Genesis 50:24-25
Op Jozefs verzoek droegen de Israëlieten zijn kist mede.
        8. VERDRUKKING
Enkele eeuwen gaan voorbij en met de jaren vervlogen ook de voorrechten.
Exodus 1:7-11
Er waren twee verschillende bevelen van de Farao om te trachten de bevolkingsgroei van de Israëlieten tegen te houden.  Ten eerste moesten de vroedvrouwen de pasgeboren mannelijke kinderen onmiddellijk doden.  Dit lukte echter niet.  Ten tweede moesten zij hun zonen in de rivier Nijl werpen.

E. MOZES
        1. ZIJN GEBOORTE
Exodus 2:1-3
Farao's dochter vond hem en gaf hem zijn naam.  Hij werd naar Rameses genaamd en opgevoed als een prins aan het hof.  Zijn eigen moeder mocht hem opvoeden naar Israëlitische wijze.  Dit verplichtte hem op zekere dag te kiezen tussen Israëliet of Egyptenaar te zijn.  Op veertigjarige ouderdom doodde hij een Egyptenaar om een aangevallen Israëliet te redden.  Dan vluchtte hij naar Sinaï.
        2. ZIJN ROEPING
Eens toen Mozes de schapen van zijn schoonvader bij de berg aan 't hoeden was, zag hij een braambos dat brandde maar niet verteerde.  Dit is het land waar Mozes de Israëlieten zal brengen om zich te organiseren.
Exodus 3:1-7
Op de terugweg naar Farao, ontmoette hij zijn broeder, Aäron.
        3. VÓÓR FARAO
Exodus 5:1-2
De houding van Farao was gebaseerd op het feit dat hij de Heer niet kende.  Als men God verwerpt kan men ook niet meer op Zijn genade rekenen, maar valt men onder Zijn gerechtigheid.  Niettegenstaande dat kon God Farao gebruiken om Zijn wil uit te voeren.
De zonden van Egypte waren groot en evenzo zal de straf zijn.  God zond dan door Mozes tien plagen over de Egyptenaren.  Sommige waren om de Israëlieten te tonen DAT GOD MET MOZES WAS.
        4. DE INSTELLING VAN HET PASCHA
De Israëlieten ontvingen de juiste onderrichtingen hoe zij het Pascha moesten bereiden.
Exodus 12:21-24
Nu is deze wet niet meer geldig, wat gebeurde er echter als een Israëliet deze onderrichtingen weigerde te volgen?  Zou hij gered zijn geweest?
        5. DE UITREDDING
Exodus 12:29-33
Er is een verhaal in de geschiedenis van Egypte dat het grootste gedeelte van 't land werd verwoest door andere oorzaken dan hongersnood of oorlog.  Wij mogen geloven dat het deze gebeurtenis was.
        6. GODS LEIDING
God toont aan de Israëlieten de weg die zij moeten gaan.  We mogen niet uit het oog verliezen dat ze slaven waren en absoluut niet waren opgeleid in een of andere methode om in de woestijn in leven te blijven.
Exodus 13:20-22
Men heeft onlangs ontdekt dat er langs de Middellandse zeeroute een aantal Egyptische vestingen waren, die de Israëlieten zeker niet ongezien voorbij konden gaan.
        7. DOOR DE RODE ZEE
Exodus 14:13-14 en 29-30
Vóór de Rode Zee staande met het Egyptische leger op de hielen, begonnen ze te mopperen.
        8. EEN VORM VAN DOOP
1 Korintiërs 10:1-2 (N.T.)
De Israëlieten waren letterlijk door de wolk en de zee bedekt, dat helpt ons later beter verstaan wat dopen is : bedekt of ondergedompeld worden.
        9. OP DE BERG SINAÏ
Kort daarop bereikten ze de berg Sinaï en God gaf aan Mozes enkele instructies om het volk voor te bereiden.
Exodus 19:3-9
Indien u wil gehoorzamen dan zult u Gods eigen volk en een koninkrijk van priesters, een heilige natie zijn.  Deze tekst wordt in het Nieuwe Testament op Christenen toegepast.
1 Petrus 1:22-23 en 2:5 en 9 (N.T.)
Petrus richt zijn brief aan hen die reeds de Waarheid gehoorzaamd hadden en zodoende reeds aanspraak maakten op deze titels.  Hij spreekt niet tot een speciale elite, maar tot eenvoudige Christenen.
        10. AFGODERIJ IN HET KAMP
Exodus 32:1 en 19-20
Ze werden voor afgoderij gestraft, om iets onwaardigs voor het aanschijn van de God van hemel een aarde gebracht te hebben.  Mogen wij ook hetzelfde doen?

AARTSVADERLIJK TIJDPERK

A. VRAGEN OVER DE INHOUD :
1. Noem de twee hoofdindelingen van de Bijbel.


2. Welke zijn de drie indelingen van de Bijbelse geschiedenis?


3. Wat was het eerste gebod dat de mens in het hof van Eden ontving?


4. Wie was "het beloofde zaad," door God aan Abraham beloofd? (Niet Isaak)


5. Over welk zonderling offer werd in deze les gesproken?


B. WAAR OF VALS?
[Zet 'W' (waar) of 'V' (vals) bij het geschikte antwoord.]

_____  1. Het Nieuwe Testament is het enige deel dat wij nu moeten volgen.
_____  2. De persoonlijke zonden scheiden de mens van God.
_____  3. Metuselach leefde na de zondvloed.
_____  4. Johannes de doper was Abrahams beloofde zaad.
_____  5. Jakobs nieuwe naam was Israël.

C. ONDERSTREEP HET JUISTE ANTWOORD :

1. Welk soort geloof bevalt God?
a. Geloof alleen.
b. Vertrouwen op Gods macht.
c. Een geloof gebaseerd op onze gevoelens.
d. Een geloof dat God gehoorzaamt.

2. Wat is de betekenis van de boom van goed en kwaad?
a. Dat de mens geen appelen mag eten.
b. Dat God onredelijk is in Zijn bevelen.
c.  Om de mens de vrije keuze te geven : God gehoorzamen of  niet.
d. Om te beproeven of de mens zou ongehoorzaam zijn.

3. Welke soort koninkrijk moest de nieuwe Israëlitische natie worden?
a. Een wereldwijde macht.
b. Een koninkrijk van priesters.
c. Een koninkrijk geschoeid naar het model van de beste vroegere koninkrijken.
d. Een koninkrijk met een aardse koning.

4. Welke hoofdvoorwaarde moesten de Israëlieten voldoen om Gods zegeningen te ontvangen?
a. Ze moeten eigen koning kiezen.
b. Ze moeten zich van andere naties afhouden.
c. Ze moeten God gehoorzamen.
d. Ze moeten zich met omringende naties verenigen.

5. Wat was het verschil tussen de offers van Kaïn en Abel?
a. Kaïn was onverschillig.
b. Abel gehoorzaamde God, Kaïn niet.
c. God heeft het niet bepaald.
d. God heeft Abel lief, Kaïn niet.

D. PLAATS VOOR UW EIGEN VRAGEN :





Vorige