Deel 7: Het gezag en de inspiratie van de Bijbel

 

A. HOE WE LEREN
Je manier van leven wordt beïnvloed door wat je weet. Als je bijvoorbeeld weet dat een busrit van jouw buurt naar de stad 2 euro kost, dan zal je ervoor zorgen dat je het geld hebt voor je op de bus stapt. Als je weet dat je het geld niet hebt, dan ga je te voet of een andere keer. 
We proberen allen onze toekomstplannen te maken op basis van wat we weten. En op verschillende manieren komen we dingen te weten. We kunnen zelf ergens achter komen door ondervinding. Een jonge knaap kan bijvoorbeeld niet weten dat hij de tuinslang beschadigt als hij er een knoop in legt, totdat hij het eens probeert (en misschien zelfs gestraft wordt). Uit ervaring leert hij hoe de tuinslang wordt beschadigd. Elke dag leren we door ondervinding, wanneer we vertrouwd raken met een nieuwe omgeving en nieuwe vrienden. 
Een andere manier, waarop we leren of iets te weten komen, is door iemand anders. Wanneer we niet zelf niets kunnen onderzoeken, maar slechts de ondervindingen van iemand anders vernemen. 
Men leert dat je een gevaarlijke ontploffing kan veroorzaken door heet, gesmolten lood in een vochtig vat te gieten. Als je het van hun leert, kan je een ongeval vermijden. Misschien heeft men het eerst zelf eens geprobeerd. Als we niet van de ervaringen van andere mensen zouden kunnen leren, dan zouden we  allemaal telkens van bij het begin moeten herbeginnen. De verkenning van het heelal is een goed voorbeeld van de manier, waarop we van andermans ervaringen kunnen leren. Uit elke vlucht door het heelal kan men iets leren voor een volgende vlucht. We kunnen sneller en grotere hoveelheden kennis opdoen als ze van anderen komt. Kennis, die niet 'eerstehands' is of ontstaan uit persoonlijke ervaring, is dus niet minder waar dan kennis, die we halen uit eigen bevindingen. 
Er is nog een andere manier, waarop we dingen bijleren. We komen dingen te weten door ons verstand te gebruiken, door wat we noemen 'redeneren.' Als je weet dat Anne 5 jaar ouder is dan Peter en ook dat ze 11 jaar is, dan kan je doornadenken weten hoe oud Peter is. Dat doen we elke dag. Als je 's morgens buiten komt en je ziet dat de stoep nat is, dan kan je deQken: ofwel heeft het geregend ofwel heeft iemand vanmorgen de stoep afgespoten. Als je ziet dat het overal nat is en er donkere wolken door de lucht drijven,dan besluit je dadelijk dat het geregend heeft. Die kennis verkrijg je door nadenken en steunt niet op ervaring. Je hebt de regen niet werkelijk gezien of gevoeld. 
Wat we weten heeft zeker invloed op onze manier van leven. En we leren door eigen ondervinding, door redenering of door op iemands anders te vertrouwen, die ons zijn ervaringen vertelt.

B. KENNIS DOOR GODS WOORD
We kunnen ook God leren kennen. Maar onze meest verheven kennis van Hem verkrijgen we niet door redenering of door eigen ervaring. De Bijbel vertelt ons hoe God gekend wordt door openbaring. Dit betekent dat God Zichzelf openbaart op een manier die de menselijke wijsheid alleen niet aankan. Het is kennis, die alleen van God kan komen.
God heeft dat gedaan in de geschiedenis van Israël. Je herinnert je hoe God in het Oude Testament Abraham geroepen heeft, Zijn volk uit de Egyptische ballingschap geleid heeft en telkens opnieuw in hun geschiedenis ingreep. De Bijbel vertelt ons dat God tot bijzondere mannen sprak, die Hij uitgekozen had en hun 'openbaringen'deed, boodschappen voor Zijn volk.
Jezus van Nazareth was echter de meest volkomen openbaring van God. De schrijver van de brief aan de Hebreeën in het Nieuwe Testament schrijft: 
"Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling Zijner heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge." (Hebreeën 1:1-3)
Dit is het geloof van het Nieuwe Testament en dat is het waar het in het Christendom werkelijk om gaat. Omdat Jezus Christus ons God op een bijzondere manier openbaart, wordt Hij zelfs het 'Woord Gods' genoemd (lees Johannes 1:1-18). In Jezus maakt God Zichzelf bekend, niet alleen iets over Zichzelf (Johannes 12:45).
Maar hoe zien en verstaan we Jezus? Het is duidelijk dat we vandaag niet met Hem op het strand van het meer van Gennesareth kunnen wandelen...of toch wel? We kunnen dat inderdaad, in een bepaalde zin. We kunnen Jezus, het Woord, zien en Hem leren kennen in de bladzijden van het Nieuwe Testament. De Bijbel zelf wordt dus 'het woord Gods.' Het Nieuwe Testament vertelt ons over het leven, de dood en de opstanding van Jezus en het werd geschreven door werkelijke getuigen van Gods daden in Jezus. Zoals één van de schrijvers van het Nieuwe Testament het zei, in 1 Johannes 1:1-3:
"Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens -- het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is -- hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En onze gemeenschap is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus."

C. HET GEZAG VAN DE SCHRIFT
We kunnen ons afvragen of we de getuigen van het Nieuwe Testament volkomen kunnen vertrouwen. Getuigen, die voor het gerecht verschijnen zijn niet altijd betrouwbaar. Sommige getuigen liegen voor geld en anderen die oprecht zijn, vergissen zich. Misschien herinneren ze het zich niet meer zo precies of zijn ze om een of andere reden niet al te betrouwbaar.Sommige mensen hebben dezelfde bezwaren laten gelden voor de Bijbel en de schrijvers ervan. Om eerlijk te zijn moeten we de vragen van deze mensen onderzoeken. We moeten ons verstand gebruiken wanneer we Gods openbaring in de Bijbel in beschouwing nemen. Jaren geleden suggereerde zelfs iemand dat Jezus zelfs nooit zou geleefd hebben, dat die persoon nooit bestaan had. Dit is een vreemde theorie, maar. die niet veel zin heeft. Hoe zou men een persoon zoals Jezus kunnen verzonnen hebben? Een even belangrijke vraag is of het zin heeft te geloven dat de volgelingen van Jezus zo'n verhaal zouden gefantaseerd hebben en dan hun leven zouden gegeven hebben voor een leugen?
Het is veel redelijker te geloven dat Jezus geleefd heeft en een heel bijzondere indruk op de mensen achterliet, eerder dan te denken dat Hij zelfs nooit zou geleefd hebben! Als men de volgelingen van Jezus bestudeert, dan komt men tot de bevinding dat ze zeker niet simpel van geest of oneerlijk waren. Ze waren integendeel zeer eerlijk en verstandig. Oprecht en zonder schaamte vertellen ze hoe ze langzaam en met moeite Jezus aanvaard hebben als de Christus. Sommigen onder ons zouden misschien geneigd zijn delen van het verhaal weg te laten, maar deze mensen bleven trouw aan de waarheid, zelfs wanneer het erop aan komt te vertellen, hoe zijzelf hun vriend Jezus verraden hebben. Ze waren verstandig. Lucas bijvoorbeeld was een geneesheer en waarschijnlijk sprak hij zowel Hebreeuws als Grieks. Het heeft geen zin te denken dat deze mensen met.opzet zouden gelogen hebben. 
De getuigenis van de Apostelen van wat God door Jezus gedaan heeft is de basis zelf van de Gemeente. De schrijvers van het Oude en het Nieuwe Testament zijn de bronnen van onze kennis in verband met wat God gedaan heeft, nu doet en in de toekomst zal. De rol van de Apostelen als ooggetuigen van Jezus van Nazareth was een eenmalig iets, dat zich niet kan herhalen. Het is absoluut onmogelijk dat iamand anders een Apostel zou zijn. Net zoals we geen getuigen meer kunnen vinden van de moord op President Lincoln, kan er geen 'terugkeer' naar Jezus zijn. We moeten vertrouwen op de getuigen die we in het Nieuwe Testament hebben en die getuigen zijn betrouwbaar.

D. DE INGEVING VAN DE SCHRIFT
God laat ons niet alleen van menselijke getuigen afhangen. Er wordt ons verteld dat God Zijn getuigen beschermde en hen leidde om Zijn openbaring in Christus neer te schrijven en te verstaan. Zo belanden we bij het begrip 'ingeving' of 'inspiratie.'
Wanneer we over ingeving spreken, dan bedoelen we wat Paulus zei over de Schrift in 2 Timoteus 3:16. De Schrift is 'door God ingegeven', zei hij. Het Griekse woord, dat Paulus gebruikt, betekent 'ingeblazen door God.' Wat de Bijbel over zichzelf zegt is dus heel duidelijk. God is de drijvende kracht bij het schrijven van de Schrift. 
God sprak door middel van de Apostelen en andere mensen van de vroege Gemeente die vervuld waren met de Geest. Die ingeving was de vervulling van de belofte van Jezus, dat de Heilige Geest zou gezonden worden om de Apostelen te leiden. Jezus beloofde Zijn leerlingen dat "de Heilige Geest.. .die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat ik u gezegd heb" (Johannes 14:26).
Hoe inspireerde God de Bijbelse schrijvers? Lees Hebreeën 1:1-2 nog eens. Eerst wordt ons gezegd dat God mensen in het verleden heeft geïnspireerd en verder dat dit "vele malen en op vele wijzen" gebeurd is. Ingeving betekent niet noodzakelijk, dat God Zijn boodschap woord voor woord gedicteerd heeft. Alhoewel dit in sommige gevallen zo kan gebeurd zijn, bracht de Geest Gods deze mensen er niet toe iets te schrijven waarbij ze volledig het gebruik van hun eigen intelligentie en rede verloren.
Lucas, de geneesheer, die zowat één derde van het Nieuwe Testament schreef, vertelt ons dat hij tot het besluit gekomen was "na alles van meet aan nauwkerig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde...te boek te stellen" (Lucas 1:3). Anders gezegd: Lucas deed aan onderzoek. Als we de 4 Evangeliën lezen weten we dat deze ge1nspireerde schrijvers dikwijls over dezelfde gebeurtenissen schreven, maar hun verschillende verhaaltrant verraadt ons iets van hun eigen persoonlijkheid. Het belangrijkste is niet hoe de Bijbel ingegeven werd maar dat hij ingegeven werd. De Bijbel zegt ons dat hij ingegeven werd. We weten dat we in de Bijbel vinden wat God voor ons wil. We mogen het gerust gevoel hebben dat God de schrijvers van de Bijbel inspireerde op elke wijze die Zijn doel konden bereiken.
De tweede gedachte die we in Hebreeën 1:1-2 vinden is net even belangrijk. Eertijds, in het Oude Testament, sprak God tot verscheidene mensen, maar vandaag spreekt Hij tot ons door Jezus Christus. Met Jezus krijgen alle boeken van de Bijbel pas hun volle betekenis.
Alle schrijvers van het Nieuwe Testament zeggen ons op een of andere wijze dat "God in Christus de wereld met Zichzelf verzoende" (2 Korintiërs 5:19). Wie de Bijbel leest en deze gedachte over het hoofd ziet, is zoals een student in de biologie, die meer aandacht besteed aan zijn microscoop, dan aan wat hij ermee moet onderzoeken.
Een andere vraag, die opkomt wanneer we over de Bijbel spreken, is deze: "Beschikken we over alle ingegeven geschriften van de vroege Gemeente?
Het antwoord daarop is in alle eerlijkheid: neen. En we weten ook niet alles wat Jezus gedaan en gezegd heeft.
"Er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft; indien deze een voor een beschreven werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschreven werden, niet kunnen bevatten." (Johannes 21:25)
We weten dat de Apostel Paulus teminste nog één andere brief voor de Korintische Gemeente heeft geschreven (zie 1 Korintiërs 5:9) en misschien nog andere (zie Kolossenzen 4:16). Het Nieuwe Testament is als een bloemlezing, door de Heilige Geest samengesteld uit het geheel van de geïnspireerde teksten, die de vroege Gemeente bezat. We mogen er nochtans zeker van zijn, dat die andere geschriften, voor wat de kern van de zaak betreft, niet verschillen van de teksten, die we nu hebben.
Soms horen we vandaagmensen spreken alsof hun geschriften geïnspireerd werden net zoals de Bijbel. Hoe dan ook, we hebben gezegd dat de Bijbel ons Christus openbaart. Van Gods openbaring, in Jezus werd er getuigenis afgelegd door de Apostelen en door andere mensen van de eerste Gemeente, die er nauw bij betrokken waren en die onder Gods leiding geschreven hebben. Een andere openbaring van God is overbodig (Galaten 1:8).

E. WAT HET GEZAG EN DE INSPIRATIE VAN DE BIJBEL VOOR ONS BETEKENEN
Aangezien de Bijbel ingegeven werd door God, moet Hij onze hoogst geldende autoriteit zijn op religieus vlak. Sommige mensen menen dat religie iets zo persoonlijk is dat de ene opvatting net zo goed is als een andere. Het is wel waar dat godsdiensten -- vooral het Christelijk geloof-- zeer persoonlijk is, maar dat betekent niet dat er voor de Christenen geen autoriteit kan zijn. Soms wordt deze houding aangenomen door mensen die niet te kritisch willen zijn op de standpunten en het geloof van anderen. Ook mensen die' democratisch,' of 'fair' will zijn, nemen die houding aan. 
Afgezien van het waarom en hoe goed bedoeld het ook mag zijn, heeft de gedachte, dat religieus gezag een zaak van persoonlijk smaak is, niets te maken met de Christelijke leer. Dat zou er ongeveer op neerkomen, dat iemand zijn eigen godsdienst zou mogen samenstellen en zou uitpikken, wat hij Jezus graag hoort zeggen en links zou laten liggen, wat Jezus liever niet had moeten zeggen. Wie religieus gezag zo opvat, maakt van zijn eigen zelfzuchtige wensen en zijn persoonlijke standpunten zijn enige bron van gezag.
Anderen kennen alle religieus gezag toe aan bijzondere mensen (meestal een uitverkoren groep of een persoon). Volgens hen zijn gewone mensen niet voldoende intelligent om Gods wil te verstaan en moet die wil voor hen uitgelegd worden. Men krijgt de indruk, dat er vandaag mensen zijn die heiliger zijn dan anderen en dichter bij God staan, zodat ze ons Zijn wil kunnen bekend maken. Sommige mensen geloven dat wanneer iemand wil bidden, hij dat niet alleen kan doen, maar een van die bijzondere vertegenwoordigers van God moet gaan opzoeken. Het religieus gezag komt aldus in handen van een persoon of van een groep.
Mensen, die dit standpunt innemen, lopen het gevaar te denken dat ze geen verantwoordelijkheid dragen en God niet zelf kunnen dienen. Ze hangen altijd af van anderen om hun hun geloof uit te leggen. Alhoewel ze volwassen zijn, blijven ze kinderen.
De Bijbel leert ons dat God ons het geschreven woord als hoogst geldend religieus gezag heeft geschonken. In plaats van te moeten gehoorzamen aan tradities, aan een mens of aan een groep bijzondere mensen, hebben de Christenen de Bijbel, het woord Gods gekregen.
Wie de Bijbel leest komt rechtstreeks in contact met geinspireerde mensen, die Gods wil opgetekend hebben. Het is door de studie van de Bijbel dat we God leren kennen. Alleen door de Bijbel zien we Jezus werkelijk en leren we wie God eigenlijk is; dat Hij de Schepper is, Degene die verlossing brengt en Degene die ons liefheeft. In de Bijbel leren we wat God wil dat we doen en wie God wil dat we zijn.

VOOR WIE MEER WIL WETEN: INGEVING OF INSPIRATIE 
... Het woord 'inspiratie' klinkt gedeeltelijk zoals 'respiratie' (een ander woord voor ademhalen). Inspiratie van de Schrift betekent wel degelijk dat God Zijn boodschap inademde, inblies bij de schrijvers. Inspiratie komt van het Latijn 'inspirare,' 'inademen.' Paulus gebruikt het Griekse woord 'Theopneustos' in 2 Timoteus 3:16. Het woord 'theos' ken je al, het betekent 'God.' 'Pneuma' is het Grieks voor wind, adem of ziel. 'Theo-pneustos' = ingeblazen door God.

 

Vorige