Deel 1: Kennismaken met een oude vriend

 

A. EERSTE INDRUKKEN

Is het je al overkomen te denken dat je iemand tamelijk goed kent en nadien moet vaststellen dat je die persoon eigenlijk niet kent? Sommigen onder jullie denken misschien nogal vertrouwd te zijn met de Bijbel en weten er in feite heel wat van af. Maar toch is er veel kans voor dat je sommige zeer interessante en belangrijke dingen over de Bijbel niet weet. En sommigen onder jullie zijn misschien zoals een heleboel mensen, die Bijbelstudie gewoon vervelend en niet interessant vinden. Waarom? Daarvoor zijn vele redenen, maar meestal hebben ze niets te maken met de Bijbel zelf.
Wanneer sommige mensen aan de Bijbel denken, stellen ze zich een saai, zwart boek voor, in kleine druk en zonder afbeeldingen. Anderen denken dat de Bijbel alleen maar kritiek uitoefent op de mensen. Maar geen van deze beide standpunten geeft precies
weerwat de Bijbel werkelijk is.
We moeten dus eerst onze eigen houding tegenover de Bijbel onderzoeken. Vinden we het prettig de Bijbel te bestuderen? Indien ons antwoord rechtuit 'Nee' is, dan moeten we ons afvragen waarom dat zo is.
Twee belangrijke dingen dienen nog gezegd te worden. 
Ten eerste dat de Bijbel niet vermeden of verworpen moet worden alleen maar omdat sommige mensen er misbruik van maken. Zo kan iemand een slecht autobestuurder zijn en een hele reeks mensen schade toebrengen. Maar dat is nog geen reden om helemaal niet met auto's te rijden. 
Ten tweede, je kan geen boek beoordelen aan de hand van de omslag en dat is zeker waar voor de Bijbel. Het is echt jammer dat mensen die, het echter goed bedoelden, geprobeerd hebben de Bijbel er plechtig en voornaam te laten uitzien (stevige zwarte band) of zelfs zoetsappig (witte band, bvb.), zodat het boek er nooit aantrekkelijk of levend uitziet. De waarheid is dat de Bijbel zo levend is als de mensen, die je elke dag ziet. Het is helemaal geen flauw boek. De beschrijvingen van het doen en laten van de mensen, die in de Bijbel voorkomen, sparen niemand. De mensen worden er niet beter of niet slechter in beschreven dan ze in
werkelijkheid zijn.

B. ENKELE BELANGRIJKE FEITEN

Het woord 'Bijbel' komt van het Griekse woord 'byblos', dat gebruikt werd om de binnenschors van de papyrusplant aan te duiden. Men gebruikte het om er het materiaal van te maken voor een 'boek'. Toen schreef men nog op lange repen die op stokken werden opgerold. Je kon zo'n boek niet doorbladeren, maar je moest de hele rol ontrollen en soms was die tot 30 m lang! In ieder geval, betekende het woord 'byblos' na een tijdje 'boek' en nadien verwees het alleen nog naar het boek dat we als de Bijbel kennen.
De Bijbel is verdeeld in het Oude Testament en het Nieuwe Testament. De komst van Jezus zet een punt achter het Oude Testament en luidt het Nieuwe Testament in. Zoals je weet wordt een jaartal soms gevolgd door de afkortingen n.C. (na Christus) of v.C. (voor Christus). We mogen dus zeggen dat het Oude Testament v.C. en het Nieuwe Testament n.C. is. 
Het Oude Testament vertelt het verhaal van Gods grote daden in de geschiedenis van een bijzonder volk, de Israeliëten. Het begint bij de schepping en eindigt enkele eeuwen voor de komst van Jezus. 
Het Nieuwe Testament vertelt ons over de grootste van alle verbazende daden van God. Het vertelt ons het leven en het onderwijs, de dood en de opstanding van Jezus. Het vertelt ons over het leven van de jonge Gemeente en over de verkondiging van het Evangelie aan alle mensen en dus niet alleen aan de Israeliëten. In 't kort: het Nieuwe Testament stelt ons in staat duidelijker in te zien dat de mensen niet alleen op de aarde zijn. Het vertelt ons dat God een voornemen heeft met de mensen en dat Hij wenst dat de mensen een gevuld, zinvol en gelukkig leven zouden hebben hier en nu, en ook in de eeuwigheid. .
Het woord 'testament' dat niet in het Oude Testament voorkomt en slechts enkele keren in het Nieuwe Testament, betekent 'verbond'. Een verbond is een overeenkomst tussen twee partijen. Een persoon die tot een verbond toetreedt gaat een 'verbondsrelatie' aan en de aard van het verbond zal de aard van de relatie bepalen. Het Oude Testament (of verbond) en het Nieuwe Testament (of verbond) beschrijven twee verschillende soorten van betrekking tussen de mensen en God. Vandaag kunnen de mensen, in Jezus Christus, een verschillende soort relatie met God hebben dan de Joden tijdens het Oude Verbond.

C. DE TALEN WAARIN DE BIJBEL GESCHREVEN WERD
De Bijbel werd in een taal geschreven die zeer verschillend is van de onze. In feite werd de Bijbel in drie talen geschreven: het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks. Praktisch heel het Oude Testament werd in het Hebreeuws geschreven. Voor de meesten onder ons is Hebreeuws een vreemde taal, die van rechts naar links wordt geschreven. Daarbij komt nog dat de klinkers (a,e,i,o en u in onze taal) voorgesteld werden door puntjes en streepjes onder, boven of tussen de letters die dus alle medeklinkers zijn. Zo bijvoorbeeld, zou het Nederlandse woord 'kat', indien de a door een streepje werd voorgesteld, aldus geschreven worden: k-t of kt. Als de letter 'e' dan nog werd voorgesteld door twee puntjes dan kan je het woord 'later' schrijven als lt r of l_r..r. In het Hebreeuws worden alle klinkers zo voorgestelld.
In de Nederlanse vertaling van het Nieuwe Testament vind je nog enkele zinnen in het Aramees. Bijvoorbeeld bij Marcus 15:34, waar Jezus aan het kruis zegt: "Eloi, Eloe, lama sabachtani" (misschien is dit een citaat van Psalm 22).Of kijk ook eens in de brief aan de Korintiërs (6:22). Daar lees je: 'Maranatha'. Dit betekent "kom, Heer" of "Onze Heer komt." 
Het grootste deel van het Nieuwe Testament werd in het Grieks geschreven. Grieks is een zeer ingewikkelde taal, die een grote verscheidenheid aan ideeën kan uitdrukken. Toen het Nieuwe Testament geschreven werd, was het Grieks de meest verspreide taal. Alle schrijvers van het Nieuwe TIestament schreven Koine-Grieks (koinei), wat het alledaagse Grieks was. Dat was het Grieks dat als omgangstaal werd gesproken.
Zoals het Nederlands, wordt het Grieks van links naar rechts geschreven. 

D. EEN WOORDJE OVER VERTALING
Deze verschillende talen maken het noodzakelijk over een goede vertaling van de Bijbel te beschikken. We moeten er ook eens over nadenken dat we van geen enkele Bijbelse tekst het oorspronkelijke handschrift hebben. De oudste manuscripten dateren uit de tweede eeuwen zijn maar kleine deeltjes van de tekst. Dat is niet genoeg om er een vertaling van te maken, maar toch zijn die kleine deeltjes belangrijk. De oudste volledige manuscripten zijn van de vierde of de vijfde eeuw, driehonderd of meer jaren nadat de oorsponkelijke tekst werd geschreven.
Vertalers studeren voortdurend om tot een beter begrip van het Koine-Grieks te komen. Soms ontdekken archeologen dingen, die hen helpen moeilijke passages te verstaan. Het begrip dat de vertalers van de Bijbelse talen hebben, wordt dus steeds precieser. 
Maar het verstaan van de oorspronkelijke taal slechts de helft van het werk van de vertaler. Hij moet dan nog de oude boodschap in een hedendaagse taal omzetten en het is belangrijk te weten hoe men de oorspronkelijke gedachte moet weergeven. We moeten er ook van bewust zijn dat onze taal voortdurend verandert. Er komt dus nooit een einde aan het vertalingswerk, omdat de woorden met de jaren van betekenis veranderen of hun betekenis verliezen. Zo bijvoorbeeld betekende het woord 'vreselijk' vroeger "wat moet gevreesd worden of waar men bang voor is." Als je nu zegt dat iets 'vreselijk' mooi is, dan ben je toch nergens bang voor. Omdat woorden dus van betekenis veranderen, moet de vertaler proberen de betekenis van de oorspronkelijke tekst weer te geven in heldere, verstaanbare woorden.

E. DE BIJBEL IN HET NEDERLANDS

Er is misschien geen land, waar de bijbel zo vaak is vertaald als 'Nederland.' Dit is de inleidende zin van een artikel over het bovengenoemde onderwerp in de Christelijke Encyclopedie, deel I, blz. 649. Jaren voor de Reformatie bestonden er al vertalingen van de Bijbel in het Nederlands. Een Oostvlaamse vertaling van de Bijbel, daterende uit 1360, is bekend; 'helaas ontbreken hierin de Psalmen en het Nieuwe Testament. In het jaar 1477 werd te Delft dit gedeelte van de Bijbel in het Nederlands gedrukt. Volgens het standaardwerk van C.C. de Bruin waren er zo'n dertigtal gedrukte bijbeluitgaven verschenen vóór 1637, toen de Statenbijbel werd uitgegeven.

1. ENKELE BELANGRIJKE BIJBELDRUKKEN VAN VROEGER:
De vertaling door Johannes Pellt van het boek Mattheus werd in 1522 door Doen Pietersoen gedrukt te Amsterdam. Tussen de jaren 1522 en 1545 heeft Jacob van Liesveldt te Antwerpen verscheidenen malen de gehele Bijbel in onze taal laten verschijnen. Met uitzondering van de boeken Handelingen en Openbaring, welke uit de kring van Windesheimer kwamen, stamden de vertalingen hiervan uit de kring van Jan van Ruusbroec. Wij doen er in dit verband goed aan te vermelden dat deze uitgaven-- ze bestonden uit verscheidenen delen-- vertalingen waren van de Latijnse Vulgate en dus geen vertalingen waren uit de grondtalen van de Bijbel: het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks. In 1526 publiceerde Van Liesveldt de eerste complete Nederlandse Bijbel sinds het begin van de Reformatie en deze werd tot 1629 herhaaldelijk herdrukt.
Gedurende de werkzame jaren van Jacob van Liesveldt verschenen onder zijn leiding vijf volledige uitgaven van de Bijbel plus zes afzonderlijke exemplaren van het Nieuwe Testament. Nog voordat het jaar 1545 verstreken was, kwam er een einde aan de activiteiten van deze man. Het was allemaal erg triest, maar op 28 november van dat jaar werd hij onthoofd. Dit geschiedde omdat hij in zijn laatste uitgave de kanttekening had geplaatst: "dat de salicheyt de menschen alleen comt door Jesum Christum."
Niettemin presteerde de weduwe Van Liesveldt het in 1560 een bijbeluitgave voor rooms-katholieken te laten verschijnen.
Een belangrijke bijdrage tot de wordingsgeschiedenis van het Nieuwe Testament werd in deze periode door de Nederlander Erasmus geleverd. Hij maakte een 'kritische' studie van de varianten in de grondtekst, die ontstaan waren door het steeds weer overschrijven van de tekst. Dit werk stelde hij te boek en het werd de voorloper van de befaamde uitgave van Nestle/Aland, waarin telkens de varianten, die ontdekt worden in de Griekse handschriften, worden verwerkt. 

2. VELERLEI VERTALINGEN VERSCHENEN:
Aansluitend op deze periode kwam alom de Deux-Aes Bijbel in gebruik. Deze ietwat vreemde bijnaam ontstond uit de merkwaardige kanttekening bij Nehemia 3:5, waarin de uitdrukking 'deux aes' werd geplaatst. De tekst voor het Oude Testament in deze laatste uitgave was de Lutherse vertaling, maar het Nieuwe Testament was rechtstreeks uit het Grieks vertaald--in principe dus te prefereren boven een vertaling van een reeds bestaande vertaling. Onder protestanten bleef dit de meest gelezen Bijbel tot de Statenbijbel zijn intrede deed.
Reeds in 1574 gingen er stemmenvan protestanse zijde op om te komen tot één enkele - algemeen aanvaarde - vertaling in de plaats van de toen aanwezige chaos van vertalingen. Na uitstel op uitstel werd in het jaar 1618, op de Nationale Synode te Dordrecht,in opdracht van de Staten Generaal, besloten om, uitgaande van de grondteksten, de Bijbel opnieuw officieel te vertalen. Deze Statenvertaling heerste als Bijbel in het Nederlands tot na de Tweede Wereldoorlog.
Wij moeten niet menen dat er in al die jaren geen vertalingen van rooms-katholieke zijde verschenen. Om maar enkele te noemen: de Vorsteman-Bijbel uit Antwerpen, de Leuvense Bijbel en de Keulse Bijbel. De Vulgate vormde uiteraard de basistekst voor het vertalen van deze bijbeluitgaven: immers het Concilie van Trente (1545-1563) had verklaard,dat die de geïnspireerde vertaling voor het christendom was. De Leuvense Bijbel handhaafde zich als de officiële rooms-katholieke bijbelvertaling tot in de 20e eeuw. Om het nu-- wat de rooms-katholieke vertalingen betreft-- af te ronden noemen we nog: de Professoren-Bijbel (1894-1910), de Petrus Canisius-Bijbel (voltooid in 1948 en vertaald uit de grondtekst) de Willibrord-vertaling (gereedgekomen in 1961).

3. SAMENWERKING ONDER HET N.B.G. EN DE K. B .S . :
Overigens werkt de Katholieke Bijbelstichting Sint Willibrord te Boxtel tegenwoordig samen met het Nederlands Bijbelgenootschap, hetgeen in 1972 resulteerde in de uitgave van het Nieuwe Testament onder de titel 'Groot Nieuws Voor U.' 
In 1926 begon het Nederlands Bijbelgenootschap zich bezig te houden met een nieuwe bijbelvertaling. In 1939 kwam het Nieuwe Testament klaar en in 1951 het Oude. De 'Nieuwe Vertaling' heeft snel een plaats gekregen onder de meest gelezen Nederlandse vertalingen van de Bijbel. Ruim tien jaar later is het Nederlands Bijbelgenootschap ook begonnen met het uitbrengen van het Nieuwe Testament in 'hedendaags Nederlands.' Dit wordt uitgegeven in afzonderlijke deeltjes, waarvan de volgende reeds zijn verschenen: Marcus, Lucas, Johannes, Jacobus, Petrus, Judas en Johannes; deze (als paperbacks) dragen respectievelijk de titels: Macht, Vrij, Licht, Vaart, Een Gevangene schrijft en houvast.

4. PAS OP VOOR 'VERTALINGSZWAKHEDEN' EN FOUTEN:
Een enkel woord over de vertalingen, die gemaakt worden door afzonderliijke personen of groeperingen, is hier wel op zijn plaats. Om er maar een paar te noemen: de Leidse Vertaling (1899-1912) door Hooijkaas, Koster, Kuenen en Oost; de Utrechtse of Verkorte Bijbel (1921-1927) door Obbink en Brouwer; het Nieuwe Testament In De Taal Van Onze Tijd (1965) door Annie de Vries met medewerking van Henk de Vriesen A.P. van Stampvoort en de 'Nieuwewereldvertaling' (1961) door het Wachttorengenootschap. Geen van deze is zonder positieve bedoeling of bijdrage, om tot een beter begrip van Gods Woord te komen. Echter in geval van vertalingen op eigen initiatief ontbreekt de zo broodnodige neutrale controle, waardoor er een
'eigengereide vertaling' tot stand kan komen om privé-geloofsopvattingen te ondersteunen. Het is derhalve raadzaam verscheidene vertalingen naast elkaar te hanteren om een betere kijk te verkrijgen op dergelijke 'vertalingszwakheden.' Er is nu
eenmaal geen vertaling zonder gebreken. Toch is ontegenzeggelijk het taalgebruik in de nieuwere vertalingen meer "up to date", al komt dit het doorgeven van de Bijbelse boodschap niet altijd ten goede.

5. GOD GEEFT ONS ZEKERHEDEN:
God verzekert ons dat Zijn Woord noch zal vergaan noch ledig zal wederkeren. Daarom weten wij dat God, hoe dan ook, steeds zorgt voor het bewaren van Zijn geinspireerd Woord. Vanzelfsprekend moeten wij van onze kant ervoor zorgen, dat vertalingen van Gods Levend Woord telkens overkomen in een voor elke generatie begrijpelijke taal. Daar geen enkele vertaling geïnspireerd is of heilig, rust op ons bij voorduring de verantwoordelijkheid de Bijbel in gangbare taal te houden. We mogen best de voorkeur geven aan de ene vertaling boven de andere. Het is begrijpelijk, dat oudere mensen een vertaling kiezen in een woordkeus die strookt met hun leeftijd, terwijl de jeugd graag leest uit een Bijbel in een vertaling, die aangepast is aan haar taalgebruik.
Tenslotte is het voornaamste bij dit alles, dat wij geloven in de boodschap van redding in Jezus Christus-- Gods eniggeboren Zoon. Gelukkig glanst dit Evangelie dwars door alle vertalingen heen.



Vorige