Waarin mensen een gokje wagen:
-
staatsloterij, gokkast (bingo), kaarten om geld, casino
Waarom? Men doet het om de gezelligheid, voor de spanning, voor snelle
rijkdom.
“Bij gokken staan twee begrippen centraal: geld en kans. Dat gebeurt
bij spelletjes waarbij de uitkomst bepaald wordt door toeval of kans.
Kennis, kunde of vaardigheid speelt bij gokken geen rol. Bij gokken zet
je je geld in op een van de mogelijke uitkomsten van het spel. Het
toeval bepaalt of je je geld juist ingezet hebt. Is dat het geval, dan
krijg je de inzet of een veelvoud daarvan terug. Verlies je, dan ben je
je inzet kwijt. Bij gokken speel je met geld. Je levert je geld over aan
het toeval. Duidelijk is dat de kans op verlies en winst gepaard gaat
met veel emoties. Mensen vinden gokken spannend. Je zit in de spanning
of je het geld kwijt zal raken of dat je een grote klapper zal maken.
Opvallend is dat het juist deze spanning is die het gokken voor velen zo
aantrekkelijk maakt. Helaas is het zo dat sommigen door het spelen van
wat eerst een leuk en aantrekkelijk spelletje lijkt, in de problemen
raken. Het gokken biedt hen een kick waar ze niet meer buiten kunnen. Ze
blijven gokken, ook al stapelen de schulden zich torenhoog op. Ze
verwaarlozen vrienden, werk of school. Uiteindelijk beheerst gokken hun
hele leven. Dan is er sprake van gokverslaving” (Bron).
Velen dromen voortdurend over hetgeen ze zouden kunnen doen als ze
de lotto zouden winnen:
Een nieuw huis, wereldreis, stoppen met werken, goede doelen, kinderen
helpen, … . Sommigen zeggen ‘als ik veel geld win, dan koop ik mijn
baas zijn bedrijf op en ontsla ik hem’.
Wat we terugzien in hen die begeren te gokken:
- wij willen alles en we willen het nu, men streeft naar een
onmiddellijke beloning
- men kickt op de onzekerheid, men verlangt naar dat gevoel
- men geeft als reden dat met dat geld veel goede dingen kunnen worden
gedaan, maar ook met geld op een verkeerde wijze verkregen kunnen we
goede dingen doen. Is dat dan een reden om ons te laten leiden door
vleselijke begeerten?
“Gokverslaafden verliezen het besef van de waarde van geld. Ze zien
alleen wat er gewonnen kan worden en denken niet meer aan het bedrag dat
ze telkens inzetten. Spelers op een gokkast weten ook zelden hoeveel
geld ze op dat moment bezitten. De spanning van het gokken brengt een
gokverslaafde net zozeer in een roes als iemand die dronken is. Zolang
hij gokt, vergeet hij alles om zich heen, inclusief de problemen die het
gevolg zijn van zijn verslaving” (Bron).
Sowieso is alles waardoor een christen zich laten knechten, zondig (1
Korintiërs 6:12). Het probleem ligt dus niet alleen in de verslaving
aan gokken, maar ook in het gokken zelf.
De
bijbel en het verwerven van geld
De bijbel leert dat we moeten werken om te zorgen voor onze families en
de behoeftigen.
“Wie een dief was, stele niet
meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te
verrichten, opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige” Efeziërs 4:28.
“Want ook toen wij bij u waren,
bevalen wij u dit: Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten.
Wij horen namelijk, dat sommigen onder u zich ongeregeld gedragen, door
geen werk te verrichten, maar bezig te zijn met wat geen werk is; zulke
mensen bevelen wij en wij vermanen hen in de Here Jezus Christus, dat
zij rustig bij hun werk blijven en hun eigen brood eten” 2 Tessalonissenzen 3:10-12.
Men gokt om niet meer te willen werken, dus uit luiigheid. Gokken is
geen eerlijke arbeid.
Paulus beval de christenen dat het dagelijks leven in overeenstemming
met Gods Wil moest zijn, di dat men bezig is te werken. Zij die begeren
om door kansspelen niet meer te moeten werken, begeren iets wat tegen de
wil van God ingaat. Paulus zelf gaf een ander voorbeeld dat wij moeten
navolgen (Handelingen 20:33-35). Een christen mag handel drijven
(Handelingen 4:34; 5:3-4).
Vanwaar komt dat geld dat je kan winnen bij het gokken? Heb jij er voor
gewerkt?
De verhouding tussen werk en beloning
Zo zien we ook dat bij gokken de verhouding tussen de geleverde
inspanningen en de behaalde winst buiten proporties zijn. God
veroordeelt Israel om een hart te hebben dat woekerwinsten begeert
(Ezechiël 33:31)
“Laat uw wijze van doen
onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft
gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom
kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet
vrezen; wat zou een mens mij doen?”
Hebreën 13:5-6.
- onbaatzuchtig: niet geldgierig
- tevreden: genoeg hebben
Wanneer wij teveel willen hebben, wanneer wij woekerwinsten (overmatige
winsten) begeren, dan leven wij niet naar het gebod om tevreden te zijn
met wat wij hebben. Bij kansspelen is deze verhouding buiten proporties.
“Doodt dan de leden, die op de
aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de
hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn
Gods komt. Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin
leefdet.”
Kolossensen 3:7. (vgl 1 Timoteus 6:6-10)
Hebzucht: meer willen hebben dan een ander.
Het feit dat we veel goeds kunnen doen met woekerwinsten, maakt het niet
minder zondig door ons hart aan deze boze begeerten over te geven.
Het gebrek aan vertouwen en geloof in Gods voorzienigheid
“Verzamelt u geen schatten op
aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en
stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest
ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar
uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” Matteus 6:19-21 (lees verder 6:25-34).
“De Here heeft zijn troon in de
hemel gevestigd, zijn koningschap heerst over alles”
Psalm 103:19.
God voorziet in de behoeften van de mens, en de mens God stelt zijn
vertrouwen daarom ook in God ipv in onzekere en verslavende kansspelen.
Wanneer Paulus giften kreeg van de Filippenzen, zei hij “Nu is alles voldaan en ik ben rijkelijk
voorzien; alles is aangezuiverd, nu ik van Epafroditus het door u
gezondene ontvangen heb, een welriekend, een aangenaam, Gode welgevallig
offer. Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk
voorzien, in Christus Jezus”
Filippenzen 4:18-19. Het tegenbeeld hiervan lezen we in Ezechiël
28:2-8. Daar lezen we dat mensen, door op eigen inzichten en wijsheden
te vertrouwen, ook rijkdom en vermogen kunnen verwerven, maar dat God
dit verwerpt omdat men op zichzelf vertrouwde.
Mensen gokken juist omdat ze niet op God hopen en vertrouwen.
Gokkers zijn geen goede beheerders van Gods voorzienigheid
Wanneer iemand gokt, dan is hij geen goede beheerder van datgene wat God
hem heeft toevertrouwd.
“Iedere gave, die goed, en elk
geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der
lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer” Jakobus 1:17.
De aarde en haar volheid is van de Here “Des Heren is de aarde en haar volheid, de wereld en die daarop wonen”
Psalm 24:1. (vgl Psalm 50:9-12). Dat wat God ons geeft moeten wij
beheren als goede rentmeesters, hetzij geestelijk, hetzij vleselijk, “Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft,
als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods”
1 Petrus 4:10.
Rentmeester: de
bestuurder van het huis en huishouden (vgl goede huisvrouw), beheerder
aan wie de heer des huizes of eigenaar het toezicht op zijn
aangelegenheden heeft toevertrouwd.
Hoeveel mensen winnen en hoeveel mensen verliezen bij het gokken? Het
merendeel van de mensen verliest door kansspelen. Zouden wij dan iemand
die gokt aanschouwen als een goede rentmeester?
“Wie is dan de trouwe, de
verstandige rentmeester, die de heer over zijn bedienden zal stellen om
hun op tijd hun deel te geven?” Lukas 12:42.
We moeten Gods geld gebruiken en niet opsouperen.
Conclusie
We moeten onszelf onder controle hebben, we mogen ons niet laten leiden
door hebzucht. God zei tot Adam “Omdat
gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u
geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil
vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en
doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des
velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten,
totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt;
want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” Genesis
3:17-18. Wanneer men gokt dan laat men zien dat men zichzelf niet onder
controle heeft, terwijl Gods Woord leert dat zelfbeheersing een vereiste
is om godsvruchtig te kunnen leven (2 Petrus 1:5-11). Ons slechte
voorbeeld kan dan anderen tot zonde verleiden. Eerlijke arbeid en een
tevredenheid met wat we hebben kenmerken een mens Gods, alles wat daar
bovenuit gaat is uit den boze.
“Een
vermogen, uit niets verkregen, slinkt weg; maar wie met eigen hand
vergadert, wordt rijk” Spreuken 13:11.
“Een
betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft
niet ongestraft. Aanzien des persoons is verkeerd: zelfs om een bete
broods kan een man overtreden. Een man, boos van oog, hunkert naar
rijkdom, en hij weet niet, dat gebrek hem zal overkomen”
Spreuken 28:20-22.
“Wie
hunkert naar onrechtmatige winst, vernielt zijn eigen huis; maar wie
geschenken haat, zal leven” Spreuken 15:27.
Lukas 16:10-15.
Vorige