“Wie
in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet
gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd
heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon. En dit is
het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in
zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet
heeft, heeft het leven niet” 1 Johannes 5:10-12.
Waar ligt de grens tussen geestelijk dood en geestelijk leven?
De gevolgen van deze vraag hebben betrekking tot onze eeuwigheid.
“Zo is dan wie in Christus is een nieuwe
schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen”
2Korintiërs 5:17.
“Hij heeft ons verlost uit de macht der
duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde,
in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden”
Kolossenzen 1:12-14.
vgl treinramp – harttransplantatie
Als we niet in Christus zijn, dan zijn we geestelijk dood door onze
zonden (Romeinen 3:23; 6:23)
Noach en het water (Genesis 6)
- de boosheid van de mensen was groot
- het berouwde de Here dat Hij de mens had gemaakt en het maakte Hem
verdrietig
- God besloot mens en dier te verdelgen door een vloed
- Noach vond genade in de ogen van God omdat hij met God wandelde
- Noach vertrouwde God en niet zijn eigen inzichten
- Noach deed alles zoals de Here het Hem had geboden
“toen de lankmoedigheid Gods bleef
afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd
gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered
werden” 1 Petrus 3:20.
Het water was het punt waar bepaald werd wie behouden werd en wie niet.
Stel dat Noach zou gezegd hebben:
‘Ik geloof u God maar ik vind niet dat ik een ark moet bouwen, ik ga
een hoge toren bouwen’
‘God, ik ga nog wachten met die ark te bouwen, er is nog tijd
genoeg’
‘Ik heb een gezin om voor te zorgen, ik heb geen tijd’
‘Een kleinere boot zal ook wel goed genoeg zijn’
Zou hem dat redding hebben gebracht? Waarom niet?
Had God Noach op een andere wijze kunnen redden? Natuurlijk, de vraag is
ook niet wat God kan doen, maar als Noach genoeg geloof had om te doen
wat God hem had geboden.
Noach werd door God gewaarschuwd over wat er zou gaan gebeuren en hij
handelde met ontzag voor God volledig in overeenstemming met Gods Wil.
Wanneer was er behoudenis?
Israel en het water (Exodus 14)
-
Israel klaagde tot God dat ze gebukt gingen onder de slavernij van
Egypte
- God leidde hen uit Egypte door Mozes
- Israel stond voor de Rode Zee nadat ze uit Egypte waren vertrokken
- De Farao was hen achterna gekomen en ze werden bevreesd
- Mozes gebood het volk om niet te vrezen en stand te houden
- God zou verlossing geven
- De Here deed de zee wegvloeien en de Israelieten gingen door de zee
- “Maar de Israelieten gingen op het droge midden door de zee en de
wateren waren hun rechts en links als een muur. Zo verloste de Here op
die dag de Israelieten uit de macht der Egyptenaren. En Israel zag de
Egyptenaren dood op de oever der zee liggen” Exodus 14:29-30
“Want ik stel er prijs op, broeders, dat
gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee
heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee,”1
Korintiërs 10:1-2.
Het water was het middel dat God had bepaald dat redding bracht voor de
ene en veroordeling voor de andere.
Stel dat Israel zou gezegd hebben:
‘Here, wij willen niet door het water gaan, wij willen net als Noach
met een boot oversteken’
‘God, wij willen niet door de zee lopen, want Gij had gezegd dat Gij
ons zou verlossen, als wij door de zee moeten wandelen dan hebben we het
zelf gedaan’.
Zou hun dat redding hebben gebracht? Waarom niet?
Had God Israel op een andere wijze kunnen redden? Natuurlijk, de vraag
is ook niet wat God kan doen, maar als Israel genoeg geloof had om te
doen wat God hem had geboden.
Wanneer was er behoudenis?
Naäman en het water (2 Koningen 5)
- Naäman een legeroverste was melaats
- het jonge Israelische dienstmeisje wees op de profeet die hem zou
kunnen verlossen (toonde barmhartigheid)
- nam veel geld en goederen mee om verlossing af te kopen
- Naäman kwam tot Elisa
- Elisa zond een bode tot hem met de opdracht om zich zevenmaal te baden
in de Jordaan om genezing te ontvangen
- Naäman werd boos en zei:
“Zie, ik dacht bij mijzelf: hij zal zeker
naar buiten komen en daar gaan staan en de naam van de Here, zijn God,
aanroepen en zijn hand over de plek heen en weer bewegen en zo de
melaatsheid wegnemen. Zijn de Abana en de Parpar, de rivieren van
Damascus, niet beter dan alle wateren van Israel? Zou ik mij daarin niet
kunnen baden en rein worden? Daarop wendde hij zich om en ging heen in
grimmigheid.” 2 Koningen 5:11.
- Zijn dienaren vroegen hem echter of de profeet hem iets moeilijks had
opgedragen
- Toen hij deed wat de profeet had gezegd, naar het Woord Gods, werd hij
weer gezond
Naäman wilde eerst niet, maar gehoorzaamde later toch.
Eerst wilde Naäman God zeggen hoe hij genezen moest worden.
Vgl het met een patient die naar de dokter gaat en tegen de dokter zegt
hoe deze hem moet genezen.
Velen van ons reageren zoals Naäman, eerst willen ze dat God hen helpt
en als God dan bekend maakt hoe ze geholpen kunnen worden, dan willen ze
het niet horen.
Stel dat Naäman zou zijn blijven denken:
‘ik geloof dat de God van Israel mij kan genezen, de profeet moet maar
naar mij komen’
‘ik geloof niet dat dat water mij kan genezen’
‘ik geloof dat de wateren in Syrië beter zijn dan het water van de
Jordaan, daar ga ik mij niet in onderdompelen’
Zou hem dat redding hebben gebracht? Waarom niet?
Had God Naäman op een andere wijze kunnen verlossen? Natuurlijk, de
vraag is ook niet wat God kan doen, maar als Naäman genoeg geloof had
om te doen wat God hem had geboden.
“En er waren vele melaatsen in Israel ten
tijde van de profeet Elisa, en geen van hen werd gereinigd, doch wel
Naaman de Syrier” Lukas 4:27.
De kracht zat niet in het water van de Jordaan, maar in het Woord Gods!
Wat als een andere melaatse in het water ging, zou hij dan ook genezen
worden?
Wanneer was er verlossing?
De blinde en het water (Johannes 9)
- De
blindgeboren man werd beschuldigd van zonde die de blindheid hadden
veroorzaakt
- Jezus spuwde op de grond, maakte slijk en legde het op de ogen
- Hij gebood hem om naar het badwater Siloam te gaan en om zich daar te
wassen
- De blinde man kwam ziende terug en toen men hem vroeg hoe dat kwam zei
hij:
“Hij legde slijk op mijn ogen, ik wies
mij, en nu kan ik zien” Johannes 9:15.
Stel dat de blinde zou zeggen:
‘ik geloof dat God mij kan genezen, maar ik wil naar de Jordaan ipv
het water van Siloam’
Had Jezus de blindgeborene op een andere wijze kunnen verlossen?
Natuurlijk, de vraag is ook niet wat Jezus kan doen, maar als de
blindgeborene genoeg geloof had om te doen wat Jezus hem had geboden.
Wanneer was er verlossing?
Noach, de verloren zondaar en het water
1 Petrus
3:18-21
Noach aanbad het water niet alsof er een bijzondere kracht in het water
zou zitten.
Noach bouwde een altaar en gaf God eer voor zijn redding (Exodus
8:18-22).
Het water was Gods scheidingslijn om te bepalen wie behouden was en wie
niet.
“Door het geloof heeft Noach, nadat hij
een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd,
eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin; en door dat
geloof heeft hij de wereld veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden
der gerechtigheid, die aan het geloof beantwoordt” Hebreën
11:7.
Noach geloofde dat God hem redding zou brengen door hetgeen Hij had
gezegd!
“Als tegenbeeld daarvan redt u thans de
doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een
bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus”
1 Petrus 3:20.
Zo doet een doop geen enkel nut als we niet geloven en vertrouwen dat
God ons daardoor redding brengt.
Conclusie:
Wie is in Christus?
Onder het nieuwe verbond heeft God bepaald dat de doop het moment is dat
iemand in Christus komt, de vergeving van zonden ontvangt en
overgebracht wordt in de nieuwheid des levens. Niet ervoor, noch erna.
De persoon, die gelooft in Christus, zich bekeert van zijn zonden,
Christus’ Naam belijdt en zich laat dopen om de vergeving van zonden
te ontvangen zal behouden worden.
“En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de
gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie
gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft,
zal veroordeeld worden” Markus 16:15-16.
Handelingen 2:37-41; Handelingen 22:16; Romeinen 6:1-4.
Slechts geloven dat God u behoudt zal u geen enkel nut doen, net zo min
als het Noach, Israel, Naäman en de blindgeborene verlossing bracht.
Wanneer men doet wat God heeft gezegd, dan pas brengt God verlossing! De
vraag is niet als God kan redden, de vraag is als de mens genoeg geloof
heeft om te doen wat God heeft gezegd om behouden te worden.
“Want onbekend met Gods gerechtigheid en
trachtende hun eigen gerechtigheid te doen gelden, hebben zij zich aan
de gerechtigheid Gods niet onderworpen” Romeinen 10:3.
Zij die dus niet geloven in een doop tot vergeving van zonden en hier
gehoor aan geven zijn voor eeuwig verloren!
Wil jij verlost worden van je zonden?
Wil jij in Christus komen?
Wil jij overgebracht worden in Zijn Koninkrijk?
Wil jij een erfenis in de hemelen hebben?
“Want gij zijt allen zonen van God, door
het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt
zijt, hebt u met Christus bekleed” Galaten 3:26-27.
“Want door genade zijt gij behouden, door
het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit
werken, opdat niemand roeme” Efeziërs 2:8-9.
Gelooft gij God of niet?
Vorige