|
Eli was te zacht voor zijn zonen. Hij moest ingrijpen, maar hij deed het niet. De Heer stuurt een man Gods naar Eli en luister wat hij zegt: Vers 29-36. Eli lijkt misschien vergevingsgezind naar zijn zonen toe en hoopt op beterschap, maar God ervaart het anders. Eli veracht het slachtoffer en spijsoffer. De Heer zegt: “Wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden”. Vers 30 1 Sam 4: 1-22
è
Chofni en Pinechas vinden de dood in de strijd met de Filistijnen. De
ark wordt buitgemaakt door de Filistijnen en Eli valt achterover van
zijn stoel als hij het nieuws verneemt van de dood van zijn zonen en van
het verlies van de ark. De Heer had Eli gewaarschuwd dat dit zou
gebeuren omwille van de wandaden van zijn zonen. Jesaja 1: 21-31 Het hele betoog komt er op neer tot het volk ontrouw, ontuchtig is
geworden. Er is geen recht meer volgens de rechtspraak van God. Het zit
de Here hoog hoe Hij behandelt wordt door het volk. “Ik
ben moede ze te dragen. Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn
ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet;
uw handen zijn vol bloed. Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn
ogen weg;” Jes 1: 14 “Komt toch en laat ons tezamen
richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen
worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden
als witte wol.” Jes 1:18 “Sion zal door recht verlost
worden, en wie daaruit zich bekeren, door gerechtigheid; maar er zal
verplettering zijn van de overtreders en de zondaars tezamen, en wie de
Here verlaten, zullen vergaan.” Jes 1: 27-28 De Heer is op zoek naar gerechtigheid, naar mensen die zich bekeren van
hun wandaden en zonde. Hij waarschuwt het volk voor de consequentie van
ongehoorzaamheid. Tegelijkertijd maakt de Heer duidelijk dat Hij de
zonden wit kan maken, indien men zich bekeert. 1 Kon 19 Elia was net verantwoordelijk geweest voor de dood van de 450 profeten
van de Baäl in hfst 18. Elia werd bang, nadat hij een boodschap van
Isabel ontvangt in vers 1-2. Hij komt in de woestijn en gaat onder een
bremstruik zitten om zijn dood af te wachten. Vers 3-8. De Heer spreekt
Elia persoonlijk aan. Vers 9-17. De Heer is nog niet klaar met Elia.
Elia is bang en voelt zich alleen en verlaten en is moe van het
uitdragen van het woord van de Heer. God geeft hem echter nog een aantal
opdrachten te vervullen en laat hem in vers 18 duidelijk zien dat zijn
zelfmedelijden misplaatst is. “Doch
Ik zal in Israël zevenduizend
overlaten, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor de Baäl, en
elke mond die hem niet gekust heeft.” Voel jij je soms net zoals Elia? Je denkt alleen te staan in een zondige
wereld. Niemand om je heen houdt rekening met God. Je wordt moe om
telkens weer in te gaan tegen de afvalligheid, tegen wangedrag, tegen
godslasteringen, tegen mensen die een loopje nemen met Gods woord.
Christenen die Gods richtlijnen naast zich neer leggen. Vergeet niet dat jij net als Elia maar een beperkt zicht en
inzicht hebt. Wij mensen kunnen meestal niet verder kijken dan onze
eigen neus lang is, maar God kijkt veel verder. Je staat niet alleen!
Geef de moed niet op. Hosea 4 De Israëlieten moeten gaan luisteren naar God. Hij maakt hun duidelijk
dat zij zo niet door kunnen gaan met hun ontrouw, ongehoorzaamheid,
gebrek aan kennis van God, liegen, vloeken, moorden, stelen en
echtbreken. We lezen vanaf
vers 6: “Mijn volk gaat te gronde door het
gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat
gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God
vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten. Hoe talrijker zij werden,
des te meer zondigden zij tegen Mij. Hun eer zal Ik in schande verkeren.
Van de zonde van mijn volk eten zij, en op zijn ongerechtigheid zetten
zij hun zinnen. En het wordt: zo priester zo volk. Daarom zal Ik zijn
wandel aan hem bezoeken en zijn handel hem vergelden. Dan zullen zij
eten, maar niet verzadigd worden; zij zullen ontucht bedrijven, maar
niet talrijk worden; want zij hebben nagelaten de Here te vereren.” God gruwelt van de ontrouw van het volk. Veroorzaakt door het slechte
voorbeeld van de priesters. Uiteraard is iedereen zelf verantwoordelijk
voor zijn wangedrag, maar goed voorbeeld doet vaak goed volgen. De
priester is niet alleen verantwoordelijk voor zijn leer, maar ook voor
zijn voorbeeld, zijn leven. Hetzelfde principe telt voor jou als
christen. Denk aan het voorbeeld van Loïs en Eunike, de grootmoeder en
moeder van Timotheüs, die hem godvruchtig hebben opgevoed. (2 Tim 1:5)
Denk aan de priester Jodada, die koning Joas onderwees en Joas deed wat
recht is in de ogen van de Here. (2 Kon 12: 1-2) Denk aan het voorbeeld
van Abi, de dochter van Zekarja. Ondanks het slechte voorbeeld van vader
Achaz, was het voorbeeld van de moeder en de priester zo goed, dat
koning Hizkia deed wat recht is in de ogen van de Heer. (2 Kon 18: 1-7)
Er zijn legio andere voorbeelden in de Bijbel. Zowel van slechte als van
goede voorbeelden. Deze zijn voor ons opgetekent, opdat wij goed
beseffen wat we doen en wat we niet moeten doen. “Deze
gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot
het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden.” (1 Kor 10:6)
Hebr 11 è
staat vol van aktieve geloofsgetuigen. Joh 12: 48-50 è
“Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet
aanneemt, heeft een, die hem oordeelt: het woord, dat Ik heb gesproken,
dat zal hem oordelen ten jongsten dage. Want Ik heb niet uit Mijzelf
gesproken, maar de vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een
gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat zijn gebod
eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zó, als de Vader Mij
gezegd heeft.” 1 Kor 11: 1 “Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik
Christus navolg.” 1 Tim 4: 1-2 “Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in
latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij
dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij
van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn…”
Met deze teksten wil ik ons laten zien dat voorbeeld belangrijk is. Als
christen hoor je het voorbeeld van Christus te volgen en uit te dragen
waar Christus voor staat. Let op dat we in de gemeente ook prediken wat
Christus zou prediken. Let op wie je daadwerkelijk volgt. Laten wij
allemaal zorgen een goed voorbeeld te zijn. Niet alleen in ons leven,
maar ook in onze leer en het
uitdragen van het geloof. Begin allereerst bij jezelf en dan in jouw
plaatselijke gemeente. Niet vergeten dat elk van ons een voorbeeld kan
zijn, moet zijn en is. Jij bepaalt of je een voorbeeld bent dat recht
doet in Gods ogen! Jozua 24: 15 “Maar indien het kwaad is in uw ogen, de
Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult; of de goden die uw
vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, of de goden der
Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de
Here dienen!” Spr 27: 17 “Zoals men ijzer met ijzer scherpt, zo scherpt de ene mens
de ander” |