Gehoorzaamheid 


1 Sam 2: 11-26 è Chofni en Pinechas handelen niet juist. Zij verachten de Heer en brengen het volk tot wanhoop en tot minachting. Luister wat Eli zegt toen hij achter het wangedrag van zijn zonen kwam. Vers 22-25.
Eli was te zacht voor zijn zonen. Hij moest ingrijpen, maar hij deed het niet. De Heer stuurt een man Gods naar Eli en luister wat hij zegt: Vers 29-36. Eli lijkt misschien vergevingsgezind naar zijn zonen toe en hoopt op beterschap, maar God ervaart het anders. Eli veracht het slachtoffer en spijsoffer. De Heer zegt: “Wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij versmaden, zullen gering geacht worden”. Vers 30

1 Sam 4: 1-22 è Chofni en Pinechas vinden de dood in de strijd met de Filistijnen. De ark wordt buitgemaakt door de Filistijnen en Eli valt achterover van zijn stoel als hij het nieuws verneemt van de dood van zijn zonen en van het verlies van de ark. De Heer had Eli gewaarschuwd dat dit zou gebeuren omwille van de wandaden van zijn zonen.

Eli mocht uiteraard zijn zonen aanspreken op hun gedrag. Hij moest echter meer doen dan aanspreken. Hij had moeten ingrijpen. Hun gedrag verafschuwen en herstellen hoe zij als priesters omgingen met het volk en met de offers die zij brachten. Eli wist hoe kwalijk het slechte voorbeeld van zijn zonen was. Kijk terug in 1 Sam 2: 24 èHet is geen goed gerucht, dat ik hoor: zij brengen het volk des Heren tot overtreding. Hetzelfde principe moeten wij toepassen in de gemeente. Let op wat er wordt geleerd in de gemeente.

Jesaja 1: 21-31 Het hele betoog komt er op neer tot het volk ontrouw, ontuchtig is geworden. Er is geen recht meer volgens de rechtspraak van God. Het zit de Here hoog hoe Hij behandelt wordt door het volk. “Ik ben moede ze te dragen. Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; uw handen zijn vol bloed. Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg;” Jes 1: 14 Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.” Jes 1:18 Sion zal door recht verlost worden, en wie daaruit zich bekeren, door gerechtigheid; maar er zal verplettering zijn van de overtreders en de zondaars tezamen, en wie de Here verlaten, zullen vergaan.” Jes 1: 27-28

De Heer is op zoek naar gerechtigheid, naar mensen die zich bekeren van hun wandaden en zonde. Hij waarschuwt het volk voor de consequentie van ongehoorzaamheid. Tegelijkertijd maakt de Heer duidelijk dat Hij de zonden wit kan maken, indien men zich bekeert.

1 Kon 19 Elia was net verantwoordelijk geweest voor de dood van de 450 profeten van de Baäl in hfst 18. Elia werd bang, nadat hij een boodschap van Isabel ontvangt in vers 1-2. Hij komt in de woestijn en gaat onder een bremstruik zitten om zijn dood af te wachten. Vers 3-8. De Heer spreekt Elia persoonlijk aan. Vers 9-17. De Heer is nog niet klaar met Elia. Elia is bang en voelt zich alleen en verlaten en is moe van het uitdragen van het woord van de Heer. God geeft hem echter nog een aantal opdrachten te vervullen en laat hem in vers 18 duidelijk zien dat zijn zelfmedelijden misplaatst is. Doch Ik zal in Israël zevenduizend overlaten, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor de Baäl, en elke mond die hem niet gekust heeft.

Voel jij je soms net zoals Elia? Je denkt alleen te staan in een zondige wereld. Niemand om je heen houdt rekening met God. Je wordt moe om telkens weer in te gaan tegen de afvalligheid, tegen wangedrag, tegen godslasteringen, tegen mensen die een loopje nemen met Gods woord. Christenen die Gods richtlijnen naast zich neer leggen. Vergeet niet dat jij net als Elia maar een beperkt zicht en inzicht hebt. Wij mensen kunnen meestal niet verder kijken dan onze eigen neus lang is, maar God kijkt veel verder. Je staat niet alleen! Geef de moed niet op.

Hosea 4 De Israëlieten moeten gaan luisteren naar God. Hij maakt hun duidelijk dat zij zo niet door kunnen gaan met hun ontrouw, ongehoorzaamheid, gebrek aan kennis van God, liegen, vloeken, moorden, stelen en echtbreken.  We lezen vanaf vers 6: “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten. Hoe talrijker zij werden, des te meer zondigden zij tegen Mij. Hun eer zal Ik in schande verkeren. Van de zonde van mijn volk eten zij, en op zijn ongerechtigheid zetten zij hun zinnen. En het wordt: zo priester zo volk. Daarom zal Ik zijn wandel aan hem bezoeken en zijn handel hem vergelden. Dan zullen zij eten, maar niet verzadigd worden; zij zullen ontucht bedrijven, maar niet talrijk worden; want zij hebben nagelaten de Here te vereren.

God gruwelt van de ontrouw van het volk. Veroorzaakt door het slechte voorbeeld van de priesters. Uiteraard is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn wangedrag, maar goed voorbeeld doet vaak goed volgen. De priester is niet alleen verantwoordelijk voor zijn leer, maar ook voor zijn voorbeeld, zijn leven. Hetzelfde principe telt voor jou als christen. Denk aan het voorbeeld van Loïs en Eunike, de grootmoeder en moeder van Timotheüs, die hem godvruchtig hebben opgevoed. (2 Tim 1:5) Denk aan de priester Jodada, die koning Joas onderwees en Joas deed wat recht is in de ogen van de Here. (2 Kon 12: 1-2) Denk aan het voorbeeld van Abi, de dochter van Zekarja. Ondanks het slechte voorbeeld van vader Achaz, was het voorbeeld van de moeder en de priester zo goed, dat koning Hizkia deed wat recht is in de ogen van de Heer. (2 Kon 18: 1-7) Er zijn legio andere voorbeelden in de Bijbel. Zowel van slechte als van goede voorbeelden. Deze zijn voor ons opgetekent, opdat wij goed beseffen wat we doen en wat we niet moeten doen. “Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden.” (1 Kor 10:6) Hebr 11 è staat vol van aktieve geloofsgetuigen.

Joh 12: 48-50 èWie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt: het woord, dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongsten dage. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zó, als de Vader Mij gezegd heeft.

1 Kor 11: 1 Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg.  
1
Thes 2: 4 Integendeel, daar God ons waardig heeft gekeurd om ons het evangelie toe te vertrouwen, spreken wij, niet om mensen te behagen, maar Gode, die onze harten keurt.”   
1 Thes 1: 6-8
En gij zijt navolgers geworden van ons en van de Here en gij hebt het woord onder zware verdrukking met blijdschap des heiligen Geestes aangenomen, zodat gij een voorbeeld geworden zijt voor alle gelovigen in Macedonië en in Achaje. Want uit uw midden heeft het woord des Heren weerklonken niet allen in Macedonië en Achaje, maar allerwegen is uw geloof, dat zich op God richt, bekend geworden, zodat wij daarvan niets behoeven te zeggen.   

1 Tim 4: 1-2 Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn                                                                                          
2 Tim 1: 13-14 “Neem tot voorbeeld de gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in het geloof en de liefde, die in Christus Jezus is. Bewaar door de heilige Geest, die in ons woont, het goede, dat u is toevertrouwd.  
2 Tim 2: 1-2 “Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus, en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zijn om ook anderen te onderrichten.  
2 Tim 2: 19C “Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid.”  
Jac 3: 1 “Laat niet zovelen uwer leraars zijn, mijn broeders; gij weet immers, dat wij er des te strenger om geoordeeld zullen worden.                                                               
Jac 4: 17 “Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde.

Met deze teksten wil ik ons laten zien dat voorbeeld belangrijk is. Als christen hoor je het voorbeeld van Christus te volgen en uit te dragen waar Christus voor staat. Let op dat we in de gemeente ook prediken wat Christus zou prediken. Let op wie je daadwerkelijk volgt. Laten wij allemaal zorgen een goed voorbeeld te zijn. Niet alleen in ons leven, maar ook in onze leer en  het uitdragen van het geloof. Begin allereerst bij jezelf en dan in jouw plaatselijke gemeente. Niet vergeten dat elk van ons een voorbeeld kan zijn, moet zijn en is. Jij bepaalt of je een voorbeeld bent dat recht doet in Gods ogen!

Jozua 24: 15 Maar indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult; of de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, of de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!  
Uitdaging: Scherp elkaar aan en moedig elkaar om de wil van de Heer te zoeken.

Spr 27: 17 Zoals men ijzer met ijzer scherpt, zo scherpt de ene mens de ander                                                                                                           
Psalm 1 “Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

Ruud Verheijen 

Vorige