Zij verkondigden het evangelie


Wat wil jij met je leven doen?

Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven? Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden.” Matteus 16:24-27.

Crispus, de overste van de synagoge

Handelingen 18:1-8

Crispus had de hoogste positie in de synagoge, de plaats waar de Joden aanbidden.
- voorgaan in de samenkomsten
- de wet interpreteren
- beslissen als iets wettig of onwettig was
- eigenzinnige bestraffen
- de opstandigen uitsluiten
- huwelijken inzegenen
- echtscheidingen uitvaardigen
Het was zijn plicht de lezers of leraren in de synagoge uit te zoeken, de toespraken van de sprekers te controleren, en erop toe te zien dat alles met uiterlijke waardigheid plaats vond en in overeenstemming met het voorvaderlijk gebruik.

Crispus genoot belangstelling en had status en leefde een moreel goed leven.

1 Korintiërs 2:1-5 Crispus bekeerde zich tot Christus door het simpele woord van God, door de prediking van Christus.
1 Korintiërs 1:22-23 Crispus was niet op zoek naar tekenen, noch naar menselijke wijsheid.

Hij had alles opgegeven om Christus te volgen! Het kostte hem iets!

Hoe zouden zijn Jodengenoten hierop hebben gereageerd.

-         
Crispus is bij een secte gegaan.
-         
Amai, kijk eens met wat voor mensen Crispus nu omgaat (1 Korintiërs 6:10, de meest immorele mensen)
-         
Crispus, met die mensen ga je veel problemen krijgen.

Maar dit weerhield Crispus er niet van om Jezus te volgen.

Moest Crispus alleen geloven en de rest iets anders?

God handelt niet met aanzien des persoons.
Soms wordt ‘geloof’ gebruikt om alles wat een mens doet te omschrijven, dus datgene wat men gelooft.
Soms wordt ‘geloof’ gebruikt als erkenning van een feit of gebeurtenis. “Gij gelooft, dat God een is? Daaraan doet gij wel, maar dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen” Jakobus 2:19. 
vgl Hand 2:38,41,44.

Felix, de procurator

Hand 24:24-27

Een Romeinse procurator van Judea in A.D. 53 door keizer Claudius aangesteld. Hij regeerde de provincie op een gemene, wrede en losbandige manier. Zijn ambtsperiode was vol problemen en oproeren.
Paulus werd in Caesarea voor Felix, de gouverneur van Judea gebracht.

Drusilla: Felix had dit 20-jarig meisje kunnen overhalen om bij haar man weg te gaan om zo zijn derde vrouw te worden. Dit meisje was gehuwd met Azzizus, de heerser van een klein koninkrijk. Zij was zeer losbandig.

Felix hoorde hem over het geloof in Jezus Christus.
Paulus sprak hem over rechtvaardigheid, ingetogenheid en het toekomstig oordeel.
- rechtvaardigheid: de toestand die voor God aanvaardbaar is.
de leer betreffende de wijze waarop iemand een toestand kan bereiken die door God goedgekeurd wordt 

rechtschapenheid, deugd, reinheid van leven, juistheid van denken, gevoelen en doen
- ingetogenheid: zelfbeheersing (de deugd van iemand die zijn verlangens en hartstochten in de hand houdt)
- het toekomstig oordeel: vonnis, veroordeling van onrecht.

Als er iemand was die deze woorden moest horen dan was het Felix wel:
- hij was een echtbreker
- hij nam smeergeld aan
- Tacitus, een Romeins geschiedschrijver zegt over hem dat hij zeer wreed was, zijn lusten liet botvieren, en van zichzelf dacht dat hij de vrijheid om ongestraft misdaden te doen.

Wat er gebeurde toen hij Paulus hoorde over het geloof:
- hij werd bevreesd
- zijn geweten werd aangeklaagd door Gods Woord.
- hij liet Paulus gaan en zei “Ga voor heden heen; wanneer ik nog eens gelegenheid heb, zal ik u wel weder ontbieden”
Zijn beslissing gaf satan de kans om het gezaaide woord weg te roven.

Felix was niet bereid offers te brengen, hij was niet bereid om zijn zondig leven op te geven.

De kost was hem te groot, hij wilde zijn onwettig huwelijk niet opgeven, hij wilde zijn smeergeld niet opgeven, hij … .

Waar zijn zij nu?

Lukas 16:19-31

Wie is er op een plaats van vertroosting?
Wie is er op een plaats van pijniging?

Wie zou er zeggen, ‘dank u Here voor uw evangelie’.
Wie zou er zeggen, ‘waarom heb ik niet geluisterd’.
 

Felix wilde zijn leven behouden en heeft het verloren.
Crispus heeft zijn leven verloren om Christus’ wil en heeft het gevonden.

Beide mannen waren schuldig, beiden hoorden het evangelie, de ene aanvaardde het, de andere verwierp het.



Vorige