I Vraag wat je maar
wilt en Ik zal het je geven
Stel je
dit eens voor, God die je zegt: “vraag maar wat je wilt en Ik zal het
je geven”.
Wat zouden we vragen?
- een lang leven?
- rijkdom?
- het leven van onze vijanden?
- eer?
1 Koningen 3:5-16 (vgl 2 Kron 1:10-12).
God stelde Salomo deze vraag en weet je wat hij antwoordde?
“Geef dan uw knecht
een opmerkzaam hart, opdat hij uw volk richte, door te onderscheiden
tussen goed en kwaad, want wie zou in staat zijn dit uw talrijk volk te
richten? En het was goed in de ogen des Heren, dat Salomo dit gevraagd
had. En God zeide tot hem:
Omdat gij dit gevraagd hebt, en voor u geen lang leven hebt gevraagd, en
geen rijkdom, en ook niet gevraagd hebt het leven uwer vijanden, maar
voor u inzicht hebt gevraagd om een rechtszaak te kunnen horen, zie, Ik
doe naar uw woord; zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws
gelijke voor u niet geweest is, noch na u zal opstaan.
En ook wat gij niet gevraagd hebt, geef Ik u, zowel rijkdom als
eer, zodat onder de koningen uws gelijke niet zal zijn geweest al uw
dagen. En indien gij op mijn wegen wandelt en mijn inzettingen en
geboden bewaart, zoals uw vader David gewandeld heeft, dan zal Ik uw
leven verlengen” 1 Kon3:9-14.
Salomo vroeg een opmerkzaam hart om een onderscheid te kunnen maken
tussen goed en kwaad om wijze beslissingen te kunnen maken.
Onderscheiden: de mogelijkheid, bekwaamheid om te beslissingen te
nemen en te beoordelen wat we zien en horen.
- Salomo was de derde koning van Israel
- De wijste man die ooit heeft geleefd
“Verwerf wijsheid,
verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden mijns
monds. Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal
zij u behoeden. Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf
inzicht bij al wat gij bezit”
Spr 5:-7.
Hoe Gods
wijsheid werkte in Salomo’s leven: 1 Kon 3:16-28.
Waar mensen onderscheid in moeten maken:
- tussen heilig en niet heilig, tussen onrein en rein (vgl Ez 44:23)
- volwassen christenen hebben door het gebruik hun zinnen geoefend in
het onderscheiden van goed en kwaad, voor dezen is de diepere kennis, de
vaste spijs van Gods Woord weggelegd. (Hebr 5:14)
Dingen die
wijsheid in de weg kunnen staan:
Vgl “Wijn of
bedwelmende drank zult gij niet drinken, gij noch uw zonen, wanneer gij
de tent der samenkomst binnengaat, opdat gij niet sterft (het is een
altoosdurende inzetting voor uw geslachten) opdat gij scheiding kunt
maken tussen heilig en onheilig, tussen onrein en rein, en opdat gij de
Israelieten kunt onderwijzen in al de inzettingen die de Here door de
dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.”
Lev 10:9-11.
a) Wijsheid is pas effectief wanneer we deze gaan toepassen en
uitvoeren. Hoewel Salomo veel wijsheid bezat handelde hij er niet altijd
naar. Hij had zich vele vreemde vrouwen genomen en liet het toe dat deze
vrouwen zijn loyaliteit naar God negatief beïnvloedden (1 Kon 11:1-11,
Neh 13:26). Zij deden hem zondigen.
b) Kennis op zich genomen maakt opgeblazen (1 Kor 8:1-3)
- iemand die ergens kennis van heeft en dus meer weet dan een ander, kan
zich superieur gaan voelen
- zo iemand denkt meer van zichzelf dan dat hij werkelijk is
- elke kennis zonder liefde is waardeloos
c) Het niet navolgen van Gods wijsheid maakt dat anderen daardoor God
gaan lasteren. (vgl Rom 2:17-24)
Dit is belangrijk voor ons gezien wij heilig moeten zijn voor Gods
aangezicht (vgl 1 Petr 1:5)
“En dit bid ik, dat
uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en
alle fijngevoeligheid, om te
onderscheiden, waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk
zijn tegen de dag van Christus, vervuld
van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer
en prijs van God”
Fil 1:8-11
Conclusie
Welke les wij hieruit moeten leren: Matt 6:25-34.
“Indien echter
iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die
aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven
worden. Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht
twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de
wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen,
dat hij iets van de Here zal ontvangen,
innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.”Jac
1:5-8
- we moeten niet tot God bidden voor kennis, kennis van God is ons
immers gegeven in Zijn woord.
- we moeten tot God bidden voor wijsheid, di het juist toepassen van
Gods Woord in alle omstandigheden.
Vorige