|
Doe het
werk van een evangelist 2 Tim
4:3-5 Wat
Paulus tegen Timoteus zei: -
Blijf nuchter onder alles (het hoofd koel houden) -
Aanvaard het lijden (kwade dingen ondergaan) -
Doe het werk van een evangelist (brenger van het
evangelie, voor hen die geen apostel zijn) -
Verricht uw dienst ten volle (met volle
overtuiging zijn ambt uitvoeren) De
gemeente van Christus is uitgerust met de volgende ambten/bedieningen: “Hij,
die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle
hemelen, om alles tot volheid te brengen. En Hij heeft zowel apostelen
als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de
heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van
Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis
van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de
wasdom der volheid van Christus” Ef 4:10-13. -Er
zijn geen andere bedieningen dan deze.
-Evangelisten, herders en leraren blijven bij het overgeleverde
Woord I Toezien op zijn
eigen leven ₋
Toezien op zichzelf en op de leer (1 Tim 4:16) ₋
Mag jeugdig zijn, maar moet een voorbeeld zijn voor de gelovigen in
woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid 1 Tim 4:12 ₋
Iemand de wereldse begeerten ontvlucht, en jaagt naar gerechtigheid,
godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid 1 Tim 6:11
-
Niet filosofie, noch politiek, noch wereldse wijsheid of psychologie -
Geen gemakkelijke taak omdat het Woord van God velen tot ergernis is (1
Petr 2:8; Hand 7:54-58; 2 Kor 11:24-28) -
Het gevaar bestaat dat de evangelist over bepaalde onderwerpen niet
spreekt of dat hij de boodschap wat verwaterd om niet teveel tot
aanstoot te zijn -
Uitkomen voor hetgeen met de gezonde leer strookt (Tit 2:1) -
Toeleggen op voorlezen, vermanen en leren (1 Tim 4:13) -
Het doel van alle vermaning is liefde uit een rein hart, goed geweten en
ongeveinsd geloof (1 Tim 1:5) -
Moet met gezag spreken (Tit 2:15)
-
Mbt bidden, zedigheid, de rol van de vrouw en de man (1 Tim 2:1-12) -
Mbt persoonlijke en familiale verplichtingen en het werk (Tit 2:1-10) -
Ongehoorzamen moeten scherp bestraft worden zodat ze gezond in het geloof
mogen zijn (Tit 1:13 SVV) -
Hoe? “een
dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar vriendelijk zijn jegens
allen, bekwaam om te onderwijzen, geduldig, met zachtmoedigheid de
dwarsdrijvers bestraffende. Het kon zijn, dat God hun gaf zich tot
erkentenis der waarheid te keren en, ontnuchterd, zich te wenden tot de
wil van Hem, losgekomen uit de strik des duivels, die hen gevangen hield” 2 Tim 2:24-26 -
Gaat het woord van God toevertrouwen aan vertrouwde mensen die bekwaam
zullen zijn om anderen te onderwijzen (2 Tim 2:2) IV Ontwijk dwaze strijdvragen -
“wees afkerig van de
dwaze en onverstandige strijdvragen; gij weet immers, dat zij twisten
teweegbrengen”
2 Tim 2:23 -
“vermijd de
onheilige, holle klanken; want zij zullen de goddeloosheid nog verder
drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker. Tot hen behoren
Hymeneus en Filetus”
2 Tim 2:16 -
“… betuig in de
tegenwoordigheid van God, dat men geen woordenstrijd moet voeren, die
tot niets nut is, ja verderf brengt aan wie ernaar horen” 2 Tim 2:14 -
De reden waarom en hoe velen spreken, brengt verderf naar wie het hoort
-
Gaat op verplaatsing -
Filippus ging naar Samaria en predikte Christus (Hand 8:1-13) -
Filippus werd door God geleid naar zoekenden (Hand 8:26-40) -
“en hij trok rond om
het evangelie te prediken aan alle steden, totdat hij te Caesarea kwam”
Hand 8:40 -
Blijft bij een gemeente voor een bepaalde tijd -
Titus bleef op Kreta om in orde te brengen wat verbetering behoefde, om
in alle gemeenten op Kreta ouderlingen aan te stellen (Tit 1:3) -
“Doe, zoals ik u bij
mijn reis naar Macedonie aangeraden heb: blijf nog te Efeze, om sommigen
te bevelen geen andere leer te brengen, noch zich bezig te houden met
fabels en eindeloze geslachtsregisters, die veeleer moeilijkheden ten
gevolge hebben dan door God gegeven leiding in het geloof” 1 Tim 1:3-4
-
Het werk van ouderlingen, diakenen en andere leden -
Niet het officiële aanspreekpunt van de gemeente -
Niet de enige leider van het gebed -
Niet de enige die al het werk doet in de gemeente -
Evangelisatie -
Liefdadigheid voor christenen, bezoeken van zieken -
Alle problemen oplossen in de gemeente -
Niet de pastor of de leider van de gemeente -
Is niet de ouderling, maar kan wel ouderling zijn – ouderlingen zien
toe op de plaatselijke kudde (1 Tim 5:17). Evangelisten staan onder
leiding en toezicht van ouderlingen. -
Is niet de entertainer van de jeugd (‘jeugdwerker’ of ‘youth
minister’) – veel gemeenten van Christus dwalen hierin, dat ze het
werk van de evangelist en Christus’ gemeente misbruiken om de jeugd te
gaan entertainen, terwijl Christus deze opdracht aan ouders geeft.
|