I God leidde Israel
naar de veilige weg (Ex 13:17-22)
- God
leidde het volk niet naar het land der Filistijnen, hoewel dit de meest
logische en de gemakkelijkste weg was.
- God voorzag dat er teveel hindernissen op deze weg lagen en zij door
deze weg te nemen wel eens terug naar Egypte zouden kunnen verlangen.
- Daarom leidde God hen op de woestijnweg.
- Mozes nam Jozefs gebeente mee omdat hij had gezegd "God
zal zeker naar u omzien, dan zult gij mijn gebeente vanhier met u
meevoeren" Gen 50:24-25.
- “De Here ging voor hen uit, des daags in
een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom
om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan”
Ex 13:21.
- Zonder ophouden bleef God op deze wijze aan de spits van het volk.
II Wat leren we
hieruit?
a) Nog steeds onder invloed van Egypte
Verlost
van Egypte mochten de Israëlieten niet meer op zijn grondgebied
vertoeven – God had Israel immers een beter land beloofd (Ex
13:11-12). Om Kanaän te bereiken moest Israel voorwaarts trekken, er
was geen tijd om te rusten zolang zij nog op Egyptisch grondgebied
waren. Egypte was te dichtbij, een terugkeer te gemakkelijk. De
vervolger zou een te gemakkelijk voordeel hebben gehad mocht Israel de
gemakkelijk weg hebben gekozen. De kortste, meest logische en
gemakkelijkste weg zou de weg naar de Filistijnen zijn. Maar God leidde
hen op een moeilijkere, maar voor hun zielen veiligere weg de wildernis
in. Door het niet volgen van God, zou hun geloof schipbreuk hebben
geleden.
- soms hebben pasbekeerde christenen, eenmaal verlost van hun zonden, de
neiging op het grondgebied van de zonde te vertoeven. Dit terwijl God
een betere plaats heeft bereid.
- Uitstel, rustpauzes en terugkijken zijn bijzonder gevaarlijk, deze
kunnen een pasbekeerde terug in de strik van de duivel doen komen.
- God leidt ons soms op een moeilijke weg die we niet altijd begrijpen,
omdat deze veiliger is voor onze ziel.
b) Het grote geloof van Jozef
De woorden van Jozef moeten ons tot vertroosting en hoop zijn.
- Hij geloofde dat God zou omzien naar Zijn volk, ook al was hij
gestorven.
- Laat dit een bemoediging zijn voor ouders die zich zorgen maken om hun
kinderen als ze er niet meer zijn.
- Wanneer zij net als Jozef hun kinderen hebben geleerd om op God te
vertrouwen, dan kunnen zij in datzelfde geloof leven dat God hen zal
leiden ook al zijn zij zelf reeds heengegaan.
c) Gods leiding was gezaghebbend
- de Israelieten mochten niet zelf kiezen welke weg zij bewandelden. Het
was niet aan hun om te kiezen welke weg hun beviel of hun goed uitkwam.
Nee, waar God hen leidde, daar moesten zij gaan. Zij waren Gods volk en
moesten wandelen naar Zijn Wil.
d) Gods leiding was bij momenten
mysterieus
- Het was vaak buiten hun vermogen om te begrijpen waarom God hen op
bepaalde wegen leidde.
- De gelovige wordt vaak geleidt op een weg die hij niet kent, noch
begrijpt.
- God leidde Israel op deze weg opdat ze niet in de verleiding zouden
komen (vgl “leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze” Matt 6:13).
- “Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking
te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven
vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de
uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt” 1 Kor 10:13
(lees 1 Kor 10:1-13 volledig).
e) de leiding van God in een
wolkkolom en een vuurkolom
- dag en nacht leidde God Zijn volk
- wanneer de kolom vooruit ging moest Israel ook vooruit gaan.
- wanneer de kolom stopte moest Israel ook stoppen
- twijfelaars zouden ongetwijfeld gedacht hebben ‘waarom gaan wij in
deze richting’ of ‘waarom stoppen we hier’. We zien dat de kolom
soms voor enkele jaren bleef stilstaan (Num 9:15-23)
- zij die niet naar het bevel des Heren wandelden, maar dachten het
beter te weten, struikelden vroeg of laat en kwamen ten val.
- wij hebben het Woord van God en de Heilige Geest als onze gids (1 Joh
2:14; Rom 8:14; Ef 4:30)
- waar Gods woord ons leidt, daar moeten wij handelen
- “Als iemand dan weet goed te doen en het
niet doet, is het hem tot zonde” Jac 4:17.
- Wanneer het Woord van God ons gebiedt iets te doen, dan moeten wij het
doen.
- Wanneer het Woord van God ons iets niet gebiedt om te doen, dan mogen
wij het niet doen.
- Wanneer het Woord van God ons iets verbiedt, dan mogen wij het ook
niet doen, ook al denken wij dat het toegelaten is (Spr 30:5-6).
- De Heilige Geest werkt in de gelovige, Hij sterkt met kracht in de
inwendige mens (Ef 3:16). Deze kracht die God in ons werkt is bij machte
zoveel meer te doen dan wij bidden of beseffen (Ef 3:20)
Dit kunnen we niet bereiken door stil te zitten, noch door slechts te
geloven dat het Woord onze gids is, we moeten handelen en het Woord
volgen, dag en nacht.
III Conclusie
“Doe,
zoals ik u bij mijn reis naar Macedonie aangeraden heb: blijf nog te
Efeze, om sommigen te bevelen geen andere leer te brengen, noch zich
bezig te houden met fabels en eindeloze geslachtsregisters, die veeleer
moeilijkheden ten gevolge hebben dan door God gegeven leiding in het
geloof” 1 Tim 1:3-4.
Laat Davids danklied ook de jouwe zijn: 2 Sam 22:18-30.
Vorige