Dingen die ons verwonderen: de
Eiffeltoren, Silvy’s kookkunst.
I Jezus’ discipelen waren verbaasd over
Jezus
Luk 5:1-11
Na een hele nacht hard te hebben gewerkt zonder ook maar één vis
te vangen zegt Jezus
“Ga naar diep water en zet uw netten uit om
te vissen” Luk 5:4.
Stel je de verwondering voor op Petrus’ gezicht.
- De hele nacht gewerkt en niets gevangen, klaar om te gaan slapen.
- Gaat een timmerman een visser zeggen wanneer hij moet gaan vissen?
- Zou Petrus misschien even gedacht hebben: ‘ik hou van de Here, maar
dit zal niet lukken’.
- Here, met alle respect, maar ik weet het beter dan u.
Petrus werd gevraagd om te handelen tegen zijn ervaring en kunde als een
visserman, maar door geloof zegt Petrus “Meester,
de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar op
uw woord zal ik de netten uitzetten”.
Stel je eens voor dat er omstanders waren die zeiden, ‘heb je dat
gezien, Petrus laat zich gezeggen door een timmerman?’.
Geloof in Jezus zegt:
- het maakt niet uit wat ik geleerd heb op TV, op school, in de boeken,
van de predikers, Jezus als Jij het zegt dan zal ik ernaar handelen.
- het maakt niet uit wat ik in het verleden gevoeld, gedacht en geloofd
hebt, als Jij het zegt dan geloof ik het.
De mens die dit vertrouwen op Jezus stelt zal verbaasd zijn over de
zegen die daaruit voorkomt en zal zich verheugen.
- velen willen hun gedachten in Gods gedachten verweven, maar wij kennen
God niet dan wat Hij ons bekendmaakt.
“Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten
en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des Heren. Want zoals
de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw
wegen en mijn gedachten dan uw gedachten” Jer 55:8-9.
Als wij Jezus’ Woorden niet geloven, dan geloven wij niet in Jezus.
II Jezus verwonderde
Zich over het geloof van een ongelovige
Luk 7:1-10
Hoofdman: aanvoerder van 100
manschappen,ook wel centurio genaamd. Hij stond in voor de voor de
opleiding, de dagelijkse karweitjes en de discipline van zijn
manschappen. Hij was iemand die uitzonderlijke moed moest hebben getoond
in de strijd om deze functie te kunnen bekomen.
Stel je Israel op dat moment voor en de positie van de hoofdmannen:
- de bezetter is meestal gehaat door velen, maar deze hoofdman niet
- de hoofdman waardeerde zijn slaaf zeer en deed grote moeite voor hun
welzijn (7:2)
- hij had een goede relatie met de ouden van Israel (7:3)
- dezen getuigden in zijn voordeel bij Jezus (7:4-5)
Toen Jezus meeging en dichtbij het huis was gekomen zei de hoofman:
“Here, doe geen moeite, want ik ben niet
waard, dat Gij onder mijn dak komt daarom heb ik ook mijzelf niet
waardig geacht tot U te komen, maar spreek slechts een woord en mijn
knecht moet herstellen. Want ik neem zelf een ondergeschikte plaats in
met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: Ga heen, en hij gaat heen,
en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij
doet het” Luk 7:1-10.
Anderen getuigden van hem dat hij het waard was.
Hij getuigde van zichzelf dat hij het niet waard was, hij was nederig.
Velen van ons doen grote moeite om God waard te zijn, maar we zijn God
pas waard als we beseffen dat we Hem niet waard zijn.
Wat was Jezus reactie? “Toen Jezus dit
hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Zich kerende tot de schare,
die Hem volgde, sprak Hij: Ik zeg u, zelfs in Israel heb Ik een zo groot
geloof niet gevonden !” Luk 7:9.
vgl het voorval van de hoofdman met dat van Maria en Martha (Joh
11:1-44). Maria en Martha zeiden “Here,
indien gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn”
Joh 11:21,32.
Jezus Macht is niet gebonden door tijd, plaats en omstandigheden!
III En Jezus verwonderde Zich over het
ongeloof van de gelovige
Mark 6:1-6
De Joden stonden versteld van Jezus:
- van Zijn Wijsheid
- van de krachten die door Zijn handen geschieden
- van alle dingen die zij konden onderzoeken of ze zo waren
Het Joodse volk had veel voordelen (Rom 3:1-2), ze konden Jezus horen
zien en proeven en alles controleren of het zo was. Maar ipv hun
verantwoordelijkheid te nemen, schoven ze deze van zich af.
“En zij namen aanstoot aan Hem”
Mark 6:3. Ze ergerden zich aan Jezus. De Joden hadden veel voordelen,
maar benutten deze niet. Integendeel! Hen voor wie het gemakkelijker was
om te geloven, geloofden niet.
“En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof”
Mark 6:5.
IV Conclusie:
Vgl het met de Macedoniërs die uit hun armoede gaven.
- in Macedonië was het niet gemakkelijk als christen te leven (2 Kor
7:5)
- ondanks hun grote armoede gaven ze meer dan ze konden aan andere
christenen (2 Kor 8:1-4).
Laten we deze gedachte
doortrekken:
Wij in het rijke westen hebben zoveel, gebruiken wij onze tijd en
moeite boven ons vermogen? Doen wij meer dan dat we aankunnen?
Hoeveel bijbels hebben wij in onze kast? Kennen wij het woord van God of
zijn we niet geďnteresseerd en niet betrokken in de dingen Gods? Velen
wordt het Woord van kindsbeen met de paplepel ingegeven of zijn al
zolang in de gemeente en hetgeen zij uitwerken in hun leven getuigt van
ongeloof.
Hoeveel tijd en luxe hebben wij? Gebruiken wij deze om mensen te
bereiken met het evangelie en om broeders en zusters mee te helpen? Of
gebruiken we onze tijd en moeiten om onze eigen buik mee te verzadigen?
“Van een ieder, wie veel gegeven is, zal
veel geeist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te
meer worden gevraagd” Luk 12:48.
Kunnen wij beter doen? Zou de Here Zich verwonderen over ons geloof of
heeft hij redenen om Zich te verwonderen over ons ongeloof?
Vorige