De vader in het gezin




Wat Genesis ons leert

In den beginne:
- God bracht de dieren tot Adam, er was geen hulp die bij hem paste (Gen 2:18-20)
- God schiep de vrouw en bracht haar tot Adam als zijn helper (Gen 2:22)
- Een man zal zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en zij zullen tot ้้n vlees zijn (Gen 2:23-25)
                * veel gezinnen gaan kapot door invloed van ouders/schoonouders/vrienden
- “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” Gen 1:28
- De man zal over de vrouw heersen (Gen 3:16)
                * de man is het hoofd van de vrouw, de man is niet voor de vrouw geschapen maar de vrouw voor de man (1 Kor 11:3,8-12)
- voorzien in de fysieke behoeften van het gezin (Gen 3:17-19),  geen luierikken/profiteurs
Adam was een vader en een man

Vader, het hoofd van het gezin

Een vader moet beseffen dat:
- zijn vrouw zeer waardevol is (Spr 31:10; Spr 18:22)
                *een goede vader moet eerst leren een goede man te zijn (Kol 3:19; 1 Petr 3:7)
                *benaderen met begrip, eren
                * wat sommige vrouwen mogen verwachten van hun man;
                               bijna niet thuis
                               vrienden, werk en hobbies belangrijker
                               geen interesse in haar en haar noden
                               beziet haar als huissloof, behandelt haar als dictator /tiran
- zijn kinderen een geschenk van God zijn (Psalm 127:1-3)
                * wat sommige kinderen mogen verwachten van hun vader;
                               nooit niet goed genoeg – vgl als men de hele tijd negatief doet
                               geen liefde/aandacht, kinderen doen schade op
                               eerder last dan zegen

Wanneer het gezin in orde is, dan zal elk aspect van het leven beter worden:
- het gezin is een instelling Gods (vgl Romeinse Rijk/gemeente - Spr 14:34)
- sommigen zeggen dat het gezin hemel op aarde is
- anderen zeggen dat het gezin de hel is
- voordat we naar buiten gaan met het evangelie moet eerst ons gezin in orde zijn (vgl Noach, wie werd behouden?)

Problemen in de gezinnen zijn overal hetzelfde

Paulus en Timoteus

“Timoteus, mijn waar kind in het geloof: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Here” 1 Tim 1:2
* Wat Paulus Timoteus en anderen zei (Fil 4:9) - geldt dit ook voor ons?
* Waar Timoteus op lette (2 Tim 3:10-11)
* Wat Paulus van Timoteus verlangde (2 Tim 3:14-17)
- regels leren wat men moet doen, maar niet waarom.
* Wat Paulus dagelijks deed voor Timoteus (2 Tim 1:3)
* De goede invloeden van andere familieleden (2 Tim 1:5)
                - kinderen zien wie we werkelijk zijn (zijn vader was een Griek)
                - kinderen bootsen het gedrag van hun ouders na
* Wat Paulus nog meer verlangde (1 Tim 4:6-8,11,16)

Wat vaders moeten weten:

Vader zijn brengt verantwoordelijkheden met zich mee
- Kinderen vragen er niet om om geboren te worden in een gezin
- wat een kind ziet in het huwelijk van de ouders zal zijn eigen huwelijk later sterk be๏nvloeden

- het Woord van God moet het gezag zijn dat dient als basis voor alle beslissingen, dit resulteert in een sterk en hecht huis
- een gelovige man die niet voor zijn gezin zorgt is erger dan een ongelovige (1 Tim 5:8)
- slechts hopen dat het goed zal komen met je kinderen zal niet genoeg zijn, integendeel, de gevolgen van zo een laksheid zijn zeer groot
- kinderen opvoeden is niet alleen de taak van de moeder omdat jij het te druk hebt, als jij er niet bent dan heb je je prioriteiten verkeerd gesteld
- God zal de vader verantwoording vragen wat er met zijn gezin is gebeurd en hoe hij heeft gehandeld

Toen ik trouwde … dacht ik dat ik een goede man/vader was.

Een goddelijke vader is;

-
hij die Gods wet onderzoekt, toepast en anderen aanleert (Ezra 7:10)
- hij die het gezin dirigeert welke richting zij uitgaan (Jozua 24:14-15)
- hij die zichzelf opoffert om voor zijn gezin te zorgen, zowel in de fysieke, geestelijke als emotionele noden en behoeften (Jezus/gemeente Ef 5:25-33)

“Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen” 2 Petr 3:9

De sfeer in huis

Huis moet thuis zijn:
- gezellig
- geborgenheid
- begrip voor tekorten/fouten
- aandacht/tijd voor elkaar
- niet zozeer het gebouw, maar de mensen die erin wonen en hun omgang met elkaar

De kracht van een sterk huis is een plaats waar:
- God centraal staat (Psalm 127:1)
- de leden van het huis die een eenheid vormen (Mark 3:25)
- vergeving en vrede essentieel zijn
- innerlijke ontferming en goedheid heersen
- verdraagzaamheid en geduld verwacht worden

Vgl met Spr 15:17; 17:1; 17:22; 25:24

Vader, de opzichter van het gezin

Ouderlingen:
- Hebben de verantwoordelijkheid om te overzien
- Valse leringen uit de gemeente te houden
- De gemeente voeden

Vaders:
1 Tim 3:1-7 – Tit 1:6:9

Oefen de knaap

“Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken” Spreuken 22:6 .
Vgl leren fietsen met wielletjes

Dit betekent:
- instructies geven (Ef 6:4)
- bemoedigen (Kol 3:21)
- disciplineren (Ef 6:4)

De goede vader is een voorbeeld voor zijn kinderen
- kinderen herkennen hypocrisie, je kan je kinderen niet iets aanleren als je het zelf niet doet (vgl roken, hardrijden/onderwerpen aan de overheid)
- let op het einde van hun wandel en volg hun geloof na (Hebr 13:7)
- de kracht van een positief voorbeeld (2 Tim 1:5)

Vaders maken fouten

1. Falen in discipline. (afkeurende nee toelaten)
2. Belonen van wangedrag. (wenen, zeuren, boosheid)
3. Verwachten van wangedrag. (hij zal nooit kunnen …)
4. Falen in het consequent zijn. (wanneer ongehoorzaamheid loont …)
5. Ik heb geen tijd. (problemen worden erger)
6. Falen in zelfcontrole. (slechte dag op werk)
7. Falen in straffen door kletsen en opvoeden. (niet enkel ‘t ้้n of ‘t ander)
8. Tevreden zijn met het onder controle hebben van de situatie, ipv het kind op te voeden. (zolang je onder mijn dak leeft …)
9. Vaders die hun kinderen ontmoedigen, aanzetten tot wraak. (kritiek of niets)
10. Christelijke ouders maken de fout om hun kinderen mee te nemen naar de gemeente omdat ze denken dat ze daar worden opgevoed 'in de tucht en in de terechtwijzing des Heren'. (hoeveel uren per week ben je in de gemeente?)
11. Denk niet 'als we dit toelaten zullen ze rebelleren en de gemeente verlaten'. (voedt uw kinderen op om anders te zijn dan de wereld)
12. Denken dat 'meer geld' hetgene is dat kinderen nodig hebben. (meer opvoeding en liefde)
13. Aanpassen van de lat vanaf het eerste kind tot het laatste kind van een gezin. (mijn kleintje wordt vlug groot)

Niemand kan het verleden veranderen!

Erken je fout, belijdt ze naar God en je gezin toe, praat met je gezin waarom je hebt gefaald en verander je gedrag.


Vorige