|
(Outline)
Ezra 7:10
Ezra had er zijn hart op gezet om de wet van God te zoeken
- om Gods wil te bestuderen zodat deze gekend en begrepen wordt
Ezra had er zijn hart op gezet om de wet van God te volbrengen
- hij was niet tevreden met het slechts kennen van Gods Wil, hij wilde
deze ook doen
- persoonlijke applicatie van Gods Woorden in Zijn leven zodat zijn
leven zou verbeteren ten goede
Ezra wilde anderen Gods wet
onderwijzen
- hij wist dat het belangrijk
was dat ook anderen Gods Wil moesten kennen
- hij ging erop uit om deze aan te leren
- sommigen zijn bezorgd dat ze niet kunnen leren, en uiteindelijk leren
ze niemand
1 Kor 12:12-27.
“ Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar
vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op
elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.
Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat
gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij
de dag ziet naderen” Hebr
10:23-25.
acht geven: aandachtig waarnemen, begrijpen
aanvuren: ophitsen, aansporen
“Hebt
bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van
zonden. Weest gastvrij jegens elkander, zonder morren. Dient elkander,
een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede
rentmeesters over de velerlei genade Gods”
1 Petr 4:8-10.
Sommigen hebben niet veel nodig om hun liefde voor hun broeders en
zusters op te geven, het lijkt soms wel alsof ze wachten op een fout om
de liefde op te geven.
Wanneer ik naar jullie kijk dan zie ik deze dingen.
“Want
gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; gebruikt echter die
vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander
door de liefde.” Gal
5:13.
Wanneer er zonde en zwakheid in de gemeente is, dan zijn er ook moeiten,
onverdraagzaamheid, boosheden, kwaadsprekerijen.
Het geduld en de liefde die God naar jou toe bewijst, moeten ook wij
naar elkander hebben. Pas dan laten wij zien dat wij begrepen hebben
welke grote genade ons heeft bewezen.
Iemand is werkelijk begaan met het welzijn van de ander als hij voorbij
de zonden kan kijken van een broeder en hem goed kan doen in
overeenstemming met Gods Wil. Dit betekent niet om zonde te negeren,
want echte liefde zal zonde bekendmaken en helpen overwinnen. In dat
proces zal hij verdraagzaam zijn.
“Ik
heb echter, mijn broeders, zelf al de overtuiging van u, dat gij zelf
reeds vol van goedheid zijt, vervuld met al de kennis, in staat ook
elkander terecht te wijzen” Rom
15:14.
Terecht wijzen: aansporen,
waarschuwen, vermanen.
vb prediker die alle werk doet en de leden die zeggen ik weet dat ik het
moet doen, maar men veranderd niet – gemeente op sterven na dood.
Dit gebeurt op basis van Gods Woord, niet op basis van persoonlijke
gevoelens of gedachten
vb prediker die verkeerde dingen leert, wanneer broeders daarover
spreken, zegt hij, jullie brengen verdeeldheid in de gemeente, jullie
hebben geen liefde.
“maar
vermaant elkander dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken,
opdat niemand van u zich verharde door de misleiding der zonde;
want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin
van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden.”
Hebr 3:13-14.
Vermanen; iemand bij zich roepen om te leren, verzoeken, vermanen,
smeken, te bemoedigen, vertroosten.
“Broeders,
zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die
geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op
uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.
Verdraagt elkanders moeilijkheden; zo zult gij de wet van
Christus vervullen”
Gal 6:1-2.
“Belijdt daarom elkander uw zonden en
bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een
rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt”
Jac 5:16.
“Nu
gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot
ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief”
1 Petr 1:22.
“Ten
slotte, weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief,
weest barmhartig en ootmoedig” 1
Petr 3:8.
eensgezind: eendrachtig
medelijdend: lijden met de andere
philadelphos: broeder of zuster liefhebben omdat het iemand is die de
Here liefheeft.
barmhartig: warmhartig – niet koud
ootmoedig: vriendelijk, welwillend
“Evenzo
gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens
elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de
nederigen geeft Hij genade” 1
Petr 5:5
Soms denken oudere christenen, dat enkel de jongeren zich aan hun moeten
onderwerpen. Maar ze vergeten dat zij het voorbeeld van onderwerping
moeten geven zodat de jongeren dat voorbeeld kunnen navolgen.
“Weest
in broederliefde
elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,”
Rom 12:10.
Wederzijdse liefde, elkaar innig liefhebben, de eergevend die iemand
toekomt.
Conclusie:
Ef 4:1-6; 4:30-32.
Vorige
|