|
I
Introduktie
Mark 7:6-7 Jezus vertelde deze mensen dat hun godsdienst niet alleen
niet deugde, maar zelfs waardeloos en tevergeefs was. Mark 7:17-18 Jezus
vertelde Zijn eigen discipelen dat ze onbevattelijk waren, di dom,
zonder inzicht.
Waarom was Jezus zo direct, zo bot?
Was Jezus ongevoelig?
Wilde Hij misschien niet dat deze mensen behouden werden?
Had Hij geen liefde in zich?
Zondigde Jezus door zo te spreken?
Waarom benadrukte Jezus het negatieve en niet het positieve?
Is het geoorloofd om klare taal te spreken als christen? Is het
geoorloofd om mensen met nadruk op hun zonden en het komende oordeel te
wijzen? Is het geoorloofd om zo te spreken opdat mensen weggaan met een
negatief gevoel? Vele ‘feel good’ christenen zullen huiveren bij
deze woorden en zeggen dat zulk een gedrag niet de liefde is die God
heeft geopenbaard. Er zijn altijd broeders en zusters die ongemakkelijk
worden omdat de prediking niet positief genoeg is. Het zijn
oppervlakkige christenen die meer en meer drama nodig hebben om een
‘rush’ te krijgen van positieve prediking. Spijtig genoeg is hun
houding gelijk een kanker die zich snel uitbreidt en zeer velen aantast.
II Christen betekent
‘van Christus en zoals Christus’ zijn.
Een jonge broeder stelde mij onlangs de vraag, hoe komt het dat er
zoveel christenen zijn die net zoals de wereld zijn?
Wel, het antwoord daarop is duidelijk, velen worden een andere Jezus
gepredikt en hebben deze aangenomen.
Wanneer de Jezus van de Schrift wordt gepredikt dan wil men Hem niet
meer horen.
Het zijn mensen die de mensen een andere Jezus prediken (2 Kor 11:1-4).
Het zijn mensen die de mensen in het gezicht willen vleien om er
voordeel uit te halen (Jud 1:16).
Het zijn mensen die de mensen als koopwaar behandelen met verzonnen
redeneringen (2 Petr 2:3)
Iemand die God liefheeft zal zonder aanziens des persoons handelen, net
zoals Jezus deed (vgl Deut 10:17). “Nu
dan, de schrik des Heren zij over u; handelt nauwgezet, want bij de Here
onze God, is geen onrecht, geen partijdigheid noch aanneming van
geschenken” 2 Kron 19:7. Wilde Jezus de mensen bang maken? Ja!
“Daar wij dan weten, hoezeer de Here te
vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons
bedoelen openbaar en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar”.
Wie niet met Jezus is, die is tegen Hem (Luk 11:23). Jezus is gekomen om
mensen te redden van het eeuwig oordeel! Men zou daarom beter de Here
vrezen opdat de liefde Gods en de vrede Gods woning kan maken in de
mensenharten (2 Kor 7:1; Hand 9:31).
vb man gered door brandweer.
Vgl “Door het geloof heeft Noach, nadat
hij een godsspraak ontvangen had over iets, dat nog niet gezien werd,
eerbiedig de ark toebereid tot redding
van zijn huisgezin; en door dat geloof heeft hij de wereld
veroordeeld en is hij een erfgenaam geworden der gerechtigheid, die aan
het geloof beantwoordt”Hebr 11:7. Christenen willen, net als
Christus dat alle mensen behouden worden, maar niet ten koste van Gods
Heilige Woord “Heilig hen in uw waarheid;
uw woord is de waarheid. Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb
ook Ik hen gezonden in de wereld” Joh 17:17.
III Hoe Jezus
predikte.
a) Het gesprek met Nikodemus (Joh 3)
Nikodemus moest wederom geboren worden (Joh 3:5). “Nikodemus
antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden? Jezus antwoordde en
zeide tot hem: Gij zijt de leraar van Israel, en deze dingen verstaat
gij niet?” Joh 3:9-10.
Hier is Jezus aan het praten met een godzoekend persoon, en wat doet
Hij? Hij geeft hem een direct antwoord om over na te denken. Nl Gij moet
wederom geboren worden en hoe kunt gij u ‘de’ leraar van Israel
noemen en niet verstaan wat Ik u zeg? Jezus zei Nikodemus dat hij, samen
de andere Farizeën, niet geloofde (Joh 3:11-12), verder maakte hij
duidelijk dat Nikodemus daardoor reeds veroordeeld was (3:18). De farizeën
verwierpen de raad Gods (vgl Matt 3:8-10; Joh 8:39). Zouden deze woorden
Nikodemus’ ego gestreeld of beledigd hebben? Zou Nikodemus zich goed
of slecht hebben gevoeld bij deze woorden? De woorden die Jezus sprak
zijn het tegenovergestelde van wat en hoe velen vandaag de dag prediken.
b) De vrouw aan de bron (Joh 4)
Jezus gaat een gesprek aan met een Samaritaanse vrouw en wijst haar op
het levende water waar ze beter naar had gevraagd (4:10). Maar al vlug
vraagt Jezus haar naar haar man en zegt haar zonder omwegen dat de man
die ze nu heeft de hare niet is (Joh 4:16-18).
Wilde Jezus dan haar ziel niet winnen? Waarom confronteerde Hij haar zo
met haar zonden? Waarom was Hij zo bot?
c) De zieke aan het bad Betesda (Joh 5)
Hier was een man die al 38 jaar ziek was geweest (5:5) en Jezus vraagt
hem of hij gezond wilde worden (5:6). Jezus geneest hem (5:8-9) en komt
hem later terug tegen. Wat zegt Jezus? “Daarna
vond Jezus hem in de tempel en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond
geworden; zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome”
Joh 5:14.
d) De farizeën (Matt 23)
IV De apostelen.
a)
Kol 1:24-29
Wij moeten Christus verkondigen, niet onszelf.
Wij moeten Christus dienen, niet onszelf.
Christus leert ons dat wij niet gelijkvormig aan deze wereld mogen zijn,
maar juist als veranderde mensen moeten leven die naar het beeld van een
Schepper zijn gemaakt (Kol 3:10). Dit beeld heeft Christus ons bekend
gemaakt (Kol 1:15).
Wat deed Paulus toen hij tegenstand kreeg?
- ging hij het Woord niet meer verkondigen?
- ging hij Gods Woord aanpassen aan de mensen?
- ging hij proberen de mensen niet teveel tot last of aanstoot te zijn?
- ging hij proberen niet te confrontationeel te zijn?
- ging hij proberen zijn imago wat op te poetsen opdat mensen vlugger
naar hem zouden luisteren?
Wat deed Paulus? Vgl 1 Kor 16:22; Gal 1:8-10.
b) Hand 4:19-21; 5:29-33
Petrus en Johannes waren gevangen genomen en ze werden bevolen en
bedreigd om niet meer in Jezus’ Naam te spreken (Hand 4:1-3, 17-18).
Dit waren de woorden van veranderde mensen.
V Conclusie
“Mijn roem bij God is dan ook in Christus
Jezus. Want ik zal het niet wagen van iets anders te spreken dan van
hetgeen Christus door mij bewerkt heeft, om heidenen tot gehoorzaamheid
te brengen door woord en daad, door kracht van tekenen en wonderen, door
de kracht des Geestes. Zo heb ik, van Jeruzalem uit rondreizende tot
Illyrie toe, de prediking van het Evangelie van Christus volbracht”
Rom 15:17-19.
“Omdat zij de kennis hebben gehaat en de
vreze des Heren niet hebben verkozen, mijn raad niet hebben gewild, al
mijn vermaningen hebben versmaad, zullen
zij eten van de vrucht van hun wandel en verzadigd worden van hun
raadslagen” Spr 1:29-31. Vgl Pred 12:13-14.
Vorige
|